Rivaliserende postcodes

De bloedige confrontaties van 171 bendes zijn een thema bij de verkiezingen voor een nieuwe burgemeester volgende week in Londen. „Na het terrorisme onze hoogste prioriteit”, zegt de politie.

Een jongere ritst zijn ‘hoodie’ dicht, het uniform van de straatbendes Foto’s Magnum / Hollandse Hoogte G.B. ENGLAND. A youth puts on the masked hoodie that has become both a fashion statement and an intimidating garment. Catford, South London. 2007. Contact email: New York : photography@magnumphotos.com Paris : magnum@magnumphotos.fr London : magnum@magnumphotos.co.uk Tokyo : tokyo@magnumphotos.co.jp Contact phones: New York : +1 212 929 6000 Paris: + 33 1 53 42 50 00 London: + 44 20 7490 1771 Tokyo: + 81 3 3219 0771 Image URL: http://www.magnumphotos.com/Archive/C.aspx?VP=Mod_ViewBoxInsertion.ViewBoxInsertion_VPage&R=29YL5309RN6Q&RP=Mod_ViewBox.ViewBoxZoom_VPage&CT=Image&SP=Image&IT=ImageZoom01&DTTM=Image&SAKL=T
Een jongere ritst zijn ‘hoodie’ dicht, het uniform van de straatbendes Foto’s Magnum / Hollandse Hoogte G.B. ENGLAND. A youth puts on the masked hoodie that has become both a fashion statement and an intimidating garment. Catford, South London. 2007. Contact email: New York : photography@magnumphotos.com Paris : magnum@magnumphotos.fr London : magnum@magnumphotos.co.uk Tokyo : tokyo@magnumphotos.co.jp Contact phones: New York : +1 212 929 6000 Paris: + 33 1 53 42 50 00 London: + 44 20 7490 1771 Tokyo: + 81 3 3219 0771 Image URL: http://www.magnumphotos.com/Archive/C.aspx?VP=Mod_ViewBoxInsertion.ViewBoxInsertion_VPage&R=29YL5309RN6Q&RP=Mod_ViewBox.ViewBoxZoom_VPage&CT=Image&SP=Image&IT=ImageZoom01&DTTM=Image&SAKL=T ©Simon Wheatley / Magnum

Ook als hij tegenover je aan tafel zit, schieten zijn ogen rusteloos van links naar rechts en terug, constant op zijn hoede voor eventuele belagers. Het is een tweede natuur geworden voor Chris, een 21-jarige jongen van Jamaicaanse afkomst die jarenlang in een jeugdbende de straten in het zuiden van Londen onveilig heeft gemaakt. Wie in deze stedelijke jungle even niet oplet, loopt het risico in elkaar geslagen te worden of erger.

„Ik ben vaak bang”, bekent hij. „Maar ik doe alsof ik het niet ben, want dan loop je minder kans dat ze je te grazen nemen. Het draait allemaal om psychologie, man.” Hij mag weinig opleiding hebben gehad, maar op het terrein van de zieleleer is hij goed thuis. Zonder een stevig ontwikkeld overlevingsinstinct zing je het op straat niet lang uit.

Chris werd jaren geleden door zijn alleenstaande moeder, een kokkin, op straat gezet. Hij was toen al aangesloten bij de Peckham Boys, een van de grotere bendes in het zuiden van de Britse hoofdstad. Daar wemelt het van de grauwe sociale woningbouwcomplexen waar immigranten wonen uit alle windrichtingen. „We stalen vaak”, vertelt Chris, „zodat we dure kleren, Nike-schoenen of het nieuwste model telefoon konden kopen. Of drugs, want we gebruikten ook veel drugs.”

Vaak hingen ze maar wat rond of gingen naar clubs. De meeste bendeleden zijn gek op reggaemuziek en rap. Maar er werd ook veel gevochten, vooral met rivaliserende bendes, die elkaars territorium – dikwijls corresponderend met een bepaalde postcode – niet respecteerden. Daar kwamen messen en soms ook vuurwapens aan te pas. „Het ging er vaak heel bloedig toe”, zegt Chris en hij grijnst een beetje ongemakkelijk.

Inmiddels heeft hij een celstraf achter de rug. Veel wil hij er tijdens een gesprek in een opvangcentrum voor gestrande jongeren van hulporganisatie Kids Company niet over kwijt. Hij plukt aan zijn sweatshirt met capuchon, de standaarduitrusting van ‘hoodies’, hangjongeren die in groepsverband veel Londenaren de stuipen op het lijf jagen.

Het gaat er tegenwoordig vaak zo bloedig aan toe bij confrontaties tussen jeugdbendes dat er regelmatig doden vallen. Ook in Peckham, waar vorig jaar verscheidene jongeren werden gedood, onder wie een 15-jarige jongen. Chris kende sommige slachtoffers, al waren het geen vrienden.

Verspreid over de minder gewilde wijken van Londen kwamen er in 2007 27 tieners om het leven, sommigen door messteken, anderen door schotwonden. Dit jaar zijn er zo ook al elf jongeren om het leven gekomen. Alleen al tussen april en november vorig jaar raakten 1.273 Londenaren van onder de twintig jaar gewond bij schiet- of steekpartijen.

De meeste daders en slachtoffers zijn zwart. Maar er zijn ook blanke bendes, onder meer van extreemrechtse jongeren van het Nationale Front, en van jonge Pakistanen en Bengalen. In de arme Oost-Londense wijk Hackney zijn er ook gemengde bendes. Zelfs in dat opzicht wordt de smeltkroes Londen hoe langer hoe multicultureler. Verontrustend is daarnaast dat daders en slachtoffers steeds jonger worden.

De kans dat een Londenaar of toerist bij dit soort geweld betrokken raakt blijft klein. Toch is het onbehagen van de Londenaren hierover zo groot dat de kwestie tot een belangrijk thema is uitgegroeid bij de campagne voor de burgemeestersverkiezingen van komende donderdag. Het knaagt niet alleen aan de bewoners dat zo in veel wijken een sfeer van onveiligheid ontstaat. Maar veel mensen vragen zich ook af hoe het mogelijk is dat in een van de rijkste steden ter wereld jongeren elkaar doodsteken om iets onbenulligs als de verdediging van een postcodegebied. Of omdat iemand misschien net even te uitdagend naar een ander heeft gekeken.

Het geweld zit Londen, dat zich graag opwerpt als het belangrijkste financiële centrum ter wereld en over vier jaar gastheer is voor de Olympische Spelen, niet lekker.

„We moeten de bendecultuur van Londen serieus nemen, als we willen voorkomen dat dit jaar een tragische herhaling van 2007 wordt”, stelt Boris Johnson, de Conservatieve uitdager van de huidige Labour-burgemeester Ken Livingstone. „Waarom hebben we op al die moordpartijen alleen maar zwijgen uit het stadhuis gehoord?”

Livingstone verweert zich met een verwijzing naar de afnemende criminaliteit. Volgens hem daalt die de laatste drie jaar telkens met zes procent per jaar. Maar de cijfers zijn niet eenduidig. Juist roofovervallen nemen toe en hetzelfde geldt voor de overlast door jeugdbendes. Bovendien doen veel slachtoffers uit angst voor represailles geen aangifte.

De Londense politie bagatelliseert het probleem van de jeugdcriminaliteit allerminst. Juist de laatste maanden zijn de zoekacties naar wapens intensiever geworden. De politie heeft honderden bezoeken gebracht aan de ouders van jongeren, die zich inlieten met jeugdbendes en geweld. „Na het terrorisme beschouwen we dit geweld als onze hoogste prioriteit, omdat het voor veel onrust in de stad zorgt”, zegt hoofdinspecteur David Chinchen. „Maar we hanteren die term ‘bende’ niet graag. De meeste van deze groepen zijn maar heel losjes gestructureerd en chaotisch. Het is in de verste verte niet te vergelijken met het bendewezen in Amerika.”

Niettemin heeft de politie in totaal 171 bendes geïdentificeerd in de stad. Ze variëren van niets ontziende, goed georganiseerde groepen van volwassen beroepscriminelen tot tientallen betrekkelijk onschuldige jeugdbendes. Van die laatste zijn er alleen al in Hackney 22. Maar ook in het zuiden van de stad en verder naar het oosten wemelt het ervan. Sommigen tooien zich met huiveringwekkende dan wel kleurrijke namen als The Bloodshedders en de Soldiers of Shakespeare. Maar er zijn ook The Thatched Tugs, Cathall Estate Bois en The Clap Town Kids. De incorrecte spelling van thugs (schurken) en boys is een soort sms-taal, die voor hen een geuzennaam is.

Volgens dominee Joyce Daley, die veel met straatkinderen heeft gewerkt in Hackney, sluiten veel kinderen zich aan bij jeugdbendes om meer veiligheid te verkrijgen. „Maar als ze er eenmaal inzitten, proberen ze elkaar vaak de loef af te steken. Ze vinden het stoer om berucht te zijn en hebben vaak geen enkel besef van de realiteit. Sommigen denken echt dat ze, net als in films, weer kunnen opstaan en verder lopen als ze eenmaal zijn neergeschoten.”

Veel bendeleden, ook de minder gevaarlijke, vertonen een opvallende behoefte zich op een theatrale manier aan de buitenwereld te presenteren. Sommige bendes, zoals de Younger Woolwich Boyz nemen bij voorbeeld video’s van zichzelf op, waarop ze met wapens zijn te zien. Ze zijn bovendien bijzonder materialistisch ingesteld en hebben daardoor steeds veel geld nodig. Daar is tamelijk makkelijk aan te komen via drugshandel, diefstal en overvallen.

Dominee Daley maakte jarenlang deel uit van de zogeheten Street Pastors. ’s Avonds patrouilleerde zij met andere, religieus geïnspireerde vrijwilligers de straten van Hackney op zoek naar hulpbehoevende mensen. Ze wisten gaandeweg meer contact met straatjongeren en leden van jeugdbendes te krijgen.

Hackney is een van de wijken, die het sterkst worden geteisterd door de toenemende gewelddadigheid van jeugdbendes in Londen. De wijk heeft maar weinig geprofiteerd van de sterke welvaartsgroei, die de Britse hoofdstad de afgelopen jaren heeft gekend. Er wonen veel immigranten en er staan veel omvangrijke ‘estates’, complexen met goedkope sociale woningbouw. Juist daar floreren de jeugdbendes. Zelfs de Britse minister van Binnenlandse Zaken Jacqui Smith, verantwoordelijk voor de politie, erkende onlangs dat ze ’s avonds niet graag alleen door Hackney zou lopen.

„Het is niet meer dan een fractie van de kinderen die zich uiteindelijk bij jeugdbendes aansluit”, zegt Daley, die zelf van Caraïbische afkomst is. „Maar de invloed van die bendes is heel groot omdat ze vaak hun hele omgeving schrik aanjagen. Vooral oudere mensen zien daardoor elke jongere al gauw als een bendelid.” In werkelijkheid blijft het aantal serieuze criminelen onder de tieners volgens hoofdinspecteur Chinchen beperkt. Niet meer dan enige honderden, schat hij.

Veel ouderen zijn de overlast van de hoodies niettemin meer dan beu. Mick, een man van zestig met een verweerd gelaat, staat ruim na middernacht in de kille regen voor een pub in Hackney een sigaret te roken. Wanneer hij wordt aangesproken door een groepje Street Pastors brandt hij los.

„Ik ga hier weg”, zegt hij. „Ik heb een huis in Australië gekocht, want ik heb mijn buik vol van Londen. Voortdurend zijn hier overvallen en word je lastig gevallen door bendes. Daar aan de overkant van de straat zie je die jongens vaak rondhangen. Ik werk hard maar waarom zou ik belasting betalen, wanneer de regering die toch maar doorsluist naar jongeren die niet willen werken?”

Een beetje beduusd vervolgen de Street Pastors hun weg, om even verderop in Lower Clapton Road in de stromende regen een gebed in te lassen, voor Mick in het bijzonder en voor het hele verarmde stadsdeel in het algemeen.

Het blijft moeilijk om greep te krijgen op jeugdbendes. Wie bijvoorbeeld op zoek gaat naar de Soldiers of Shakespeare, die in een naargeestige concentratie van sociale woningbouw in de wijk Islington huizen, belandt al gauw in een mistig niemandsland. Een muur van wantrouwen scheidt hen van buitenstaanders. Journalisten worden aangezien voor politieagenten in burger, want de politie is hier kind aan huis.

„Shakespeare-bende? Soldiers of Shakespeare? Nooit van gehoord”, zegt een zwarte tiener, die voor een hoge flat een balletje trapt met wat andere jongens. „Wij zijn gewoon een groep vrienden, we doen niemand kwaad.” En hoe zit het dan met die SOS-graffiti op een verveloze garagedeur tegenover het gebouw? „Dat betekent ‘Save Our Souls’, zegt de jongen. Zijn maten lachen, terwijl een jongen in een trainingspak zijn fiets vlak naast ons laat steigeren. Vlak daarvoor heeft een ander een blik geworpen op een meegebracht krantenknipsel over de bendes en hun cultuur, inclusief de Soldiers of Shakespeare. „Ja, klopt allemaal”, zegt hij verbaasd.

Feit is dat het overgrote deel van de bendes meestal betrekkelijk onschuldig is. Maar mede door het veelvuldige gebruik van drugs en alcohol, vaak al door heel jonge kinderen, kan een ruzietje makkelijk uit de hand lopen. Veel kinderen, ook niet-bendeleden, zijn immers gewapend met messen en sommigen zelfs met vuurwapens. Aan een eenvoudig pistool is al voor 50 pond (75 euro) te komen. „Ondanks onze zoekacties en ondanks een verbod voor winkeliers om messen te verkopen aan kinderen, zien we nog steeds veelvuldig gebruik van messen”, erkent Chinchen.

De wortels van het probleem zitten volgens veel deskundigen echter dieper. „Er zijn duizenden kinderen in Londen, die met ernstige emotionele problemen kampen”, zegt Christina Enright, als psychotherapeute verbonden aan de hulporganisatie Kids Company. „Sommige worden van school gegooid, andere uit het ouderlijk huis gezet. Vervolgens slapen ze in portieken of in auto’s. Ze leven echt op een niveau, waarbij ze in de eerste plaats moeten zien te overleven. Sommigen beginnen dan te stelen en menigeen sluit zich aan bij jeugdbendes.”

Het probleem met zulke jongeren dateert niet van vandaag of gisteren. Maar door de enorme toevloed van nieuwe immigranten is het aanzienlijk verergerd. De nieuwkomers hebben vaak grote moeite zich aan hun nieuwe omgeving aan te passen en de hulp van de Britse overheid schiet volgens Enright vaak te kort. Zo vallen veel jongeren tussen wal en schip, zeker als ze door hun omgeving agressief worden behandeld.

Sommigen menen dat er zelfs nog een fundamenteler factor in het spel is. De Britten lijken zich in het algemeen minder gelegen te laten liggen aan kinderen dan burgers in vergelijkbare landen. Britse ouders brengen gemiddeld ook minder tijd door met hun kroost dan ouders in andere Westerse landen. De kinderen worden bovendien harder aangepakt. In Schotland kunnen jongeren al op hun achtste voor de rechter worden gesleept, in Engeland en Wales vanaf hun tiende. Op veel sociale woningbouwcomplexen hebben de architecten in het geheel geen rekening gehouden met voorzieningen voor kinderen.

In een rapport van Unicef over het welzijn van kinderen in 21 ontwikkelde landen kwam Groot-Brittannië vorig jaar op de laatste plaats. Vooral het gebrek aan kwaliteit van het gezinsleven (plaats 21) en de omvang van problemen met seks (zwangerschappen onder tieners), drank en drugs (plaats 21) waren opvallend. De Britse regering wist niet hoe snel ze dit rapport onder het tapijt moest vegen. Unicef zou gebruik gemaakt hebben van verouderde cijfers. Maar er bleef een nare bijsmaak hangen. „De Britse samenleving schiet tekort wanneer het om haar kinderen gaat”, meent Enright.

Burgemeester Livingstone heeft al meer geld beloofd voor de bouw van jeugdhonken en andere voorzieningen voor jongeren. Uitdager Johnson wil meer aandacht voor het onderwijs, al heeft de burgemeester van Londen daarover niet zoveel te zeggen. Maar ook de regering van premier Gordon Brown besefte dat er wat moest gebeuren. Ze heeft meer geld uitgetrokken voor onderwijs aan kinderen uit de lage inkomensgroepen.

Daarnaast kwam ze met een forse subsidie voor Kids Company om ontspoorde jongeren weer in het gareel te brengen. Ex-bendelid Chris hoopt ervan te profiteren. Met assistentie van Kids Company wil hij een nieuw begin maken. „Ik ben nu legit”, zegt hij trots. Slang voor legitiem, in tegenstelling tot zijn vroegere bendeleden, die volgens hem in de illegaliteit leven. „Ik heb al twee weken geen drugs aangeraakt en ben aan het trainen voor de marathon.” Binnenkort wil hij een cursus voor elektricien beginnen. Maar hij kan de jeugdbendes nog niet uit zijn hoofd zetten. Hij maakt zich zorgen of hij zich zijn oude vrienden wel van het lijf zal weten te houden, als hij eenmaal zelf geld verdient. „Als je geld hebt en je werkt niet voor een bende”, zegt hij, „proberen ze je leeg te plukken.”