In België heeft de patiënt keuze, maar de Nederlandse arts maakt zich schaars

In de zorg wordt het tekort aan medici gespreid door economen en bestuurskundigen, ontdekt Maarten Huygen.

De topman had zich versproken. „De slechtste tien procent van de Nederlandse dokters moeten maar naar België worden gedeporteerd”, grapte Mike Leers, voorzitter van de raad van bestuur van zorgverzekeraar CZ naar aanleiding van een discussie over het uitdelen van cijfers aan artsen.

Maar we waren niet onder ons, want dit was het lustrumcongres van de universiteit van Tilburg, met werknemers uit het buurland. Een beledigde Belg stond op, Johan Denollet, hoogleraar Medische Psychologie. „Hoewel ik hier aan een fantastische universiteit werk, blijf ik in België verzekerd”, zei hij diplomatiek. „Het is daar een oubollig systeem maar de wachttijden zijn ontzettend kort en je wordt snel geholpen.”

Dit vond ik het interessantste moment van een saaie dag met veel zelfgenoegzaamheid. Eindelijk eens iemand die zich waagde aan een bescheiden inspectie van de fundamenten van het die dag zo veel geprezen Nederlandse zorgstelsel, waar nu marktwerking zou heersen. Denollet hoefde alleen maar de voordelen van het Belgische stelsel op te sommen: „De wachttijden zijn ontzettend kort en je wordt snel geholpen.” Je kunt zelf een dokter kiezen, want die zijn er genoeg. Dat noem ik pas een vrije markt. In Nederland mag je dankbaar zijn als je over een maand een afspraak hebt met een specialist en moet je in veel plaatsen hemel en aarde bewegen om van huisarts te wisselen, want daar zijn er te weinig van.

Niet dat Denollet het Belgische stelsel in alles beter vindt. Ik heb de bezwaren vaak gehoord. Medici doen daar te veel, schrijven te vaak medicijnen voor, om de klant te behagen. Ook in de presentaties van de rekenaars scoorde Nederland op vele punten beter. We zijn erin geslaagd het meest egalitaire stelsel ter wereld te creëren. Maar ik hoorde geen verklaring waarom het Franse stelsel, dat meer op het Belgische lijkt, beter presteert dan het Nederlandse.

Het is wel prettig dat je in België meteen terechtkunt bij een specialist die je helpt. De Belg is gemiddeld niet duurder uit dan de Nederlander, hoewel hij een deel van de rekening zelf betaalt. Hier is het een en al rantsoenering door de staat, en dat gebeurt door niet-medici. Ook aan dit Grote Gezondheidsdebat namen weinig dokters deel. Het werd gedomineerd door bedrijfskundigen, economen, bestuurskundigen en veel patiëntenbelangenbehartigers, waar ik het bestaan niet van wist. Het is een gesubsidieerde groei-industrie.

Denollet hield liever vast aan België want wat hij hier zag beviel hem niet. Een telefoniste bepaalt of iemand in het weekeinde een dokter krijgt te zien. Belangrijke hartoperaties lieten weken op zich wachten. Na een eerste vermoeden van kanker mocht een patiënt die hij kende een week later terugkomen voor een prikje, weer twee weken later voor een foto of een scan en daarna de behandeling.

In België gebeurt dat allemaal in één keer achter elkaar. Minder bureaucratisch. Er wordt geïmproviseerd. „Specialisten daar werken hard”, zegt Denollet. Je kunt ook ’s avonds een afspraak maken of in het weekeinde. Geen weken wachten in onzekerheid en telkens op de onhandigste tijdstippen terugkomen voor een volgende kleine stap. Ook Nederlandse verzekeraars nemen hun toevlucht nemen tot Belgische en Duitse ziekenhuizen als het in Nederland weer eens te lang duurt.

Een verklaring is te vinden in de cijfers van de OESO, de organisatie van rijke, geïndustrialiseerde landen. De Nederlandse specialist troont daar helemaal bovenaan de internationale voedselketen. De patiënt mag dankbaar zijn dat hij zijn aandacht krijgt, want zijn tijd is duur. De inkomens van vrij gevestigde Nederlandse specialisten zijn gemiddeld de allerhoogste ter wereld en prijken ver boven de Balkenendenorm. Nederland heeft een gemiddeld aantal artsen per 100.000 inwoners, maar qua aantal consultaties per dokter staat ons land weer onderaan. Begrijpelijk, want de dokter werkt steeds vaker in deeltijd. Een Capaciteitsorgaan beperkt het aantal opleidingsplaatsen en de medici beslissen daarin mee. Met marktwerking heeft dat niets te maken. Het gevolg is wel dat bij hogere zorguitgaven alleen de inkomens van de dokters stijgen. Goedkoop is het niet.

Omdat de Nederlandse arts zich schaars maakt, heeft hij hulp nodig van een peloton paramedische en administratieve voetsoldaten die een deel van zijn taak overnemen. Die moeten allemaal samenwerken, registreren en informatie aan elkaar overdragen. Geen wonder dat iedereen klaagt over de groeiende administratieve lasten. Je krijgt het typisch Nederlandse ‘ketenbeheer’ waarbij je nooit weet wie de eindverantwoordelijkheid heeft.

Bedrijfskundige Ir. Bert Meijboom had een mooie illustratie van de onduidelijkheid. Hij past de kennis die hij eerst had opgedaan bij de supply chain van Heineken toe om de muren van de medische koninkrijkjes te slechten. Op zijn powerpointpresentatie liet hij zien hoe de verschillende onderdelen van de keten samenwerken om tot het ‘eindproduct’ te komen. Bijvoorbeeld de behandeling en verwijzing van iemand die een beroerte heeft gehad. Als je pech hebt, zijn er wel zes onderdelen bij betrokken, van huisarts tot revalidatie. Maar wie was nu de hoofdaannemer van deze keten, vroeg hij zich aan het einde af? De verzekeraar, de huisarts of de patiënt? Of moet er een speciale case manager worden aangesteld?

Minister Klink (Volksgezondheid, CDA) zet in op de macht van de patiënt, vertelde een topambtenaar die hem verving. Maar dan moet het stelsel wel transparant worden. Dat is synoniem aan nieuwe reeksen formulieren en tests voor medici. De patiënt moet wel eerst zelf medicijnen studeren om op internetsites uit te zoeken wat het beste voor hem is.

Een andere mogelijkheid is dat hij zich laat vertegenwoordigen door een ‘relatiemanager’. De zorgverlener wordt dan een soort burgerlijke rechter waar je door middel van een deskundige procureur belet kunt krijgen. Er zijn genoeg mensen die dat werk willen doen. Maar de zorgprocureurs kunnen geen dokters opleiden. Zomaar onvoorbereid naar de dokter, zoals in België? Dat willen we allemaal wel. De Nederlandse markt is vrij, mits de patiënt doet wat de rekenaars verwachten.

Reacties: http://weblogs.nrc.nl/weblog/huygen/ Voor de genoemde oesocijfers zie oecd.org/dataoecd/53/11/38976572.pdf