hogere wetten

Na jarenlang onderzoek in Afrika te hebben gedaan, richtte antropoloog Emile van Rouveroy van Nieuwaal zich op de samensmelting van kerk en staat in Staphorst. ‘Ik voelde me als een vis in het water.’

Hilligje Kok-Bisschop en onderzoeker Emile van Rouveroy van Nieuwaal in Staphorst. foto herman engbers/hh 21-11-2007 Staphorst (ov) Nederland Emile van Rouveroy van Nieuwaal heeft in staphorst een film, documentaire gemaakt over geloof en bestuur
Hilligje Kok-Bisschop en onderzoeker Emile van Rouveroy van Nieuwaal in Staphorst. foto herman engbers/hh 21-11-2007 Staphorst (ov) Nederland Emile van Rouveroy van Nieuwaal heeft in staphorst een film, documentaire gemaakt over geloof en bestuur Herman Engbers/Hollandse Hoogte

‘Ik merk nu hoeveel ik gemist moet hebben. We doen als wetenschappers altijd wel of we Afrika begrijpen, maar je kunt je afvragen of dat zo is.’

Veertig jaar deed Emile van Rouveroy van Nieuwaal (1939) onderzoek in Ghana, Mali en Togo. Maar toen hij met emeritaat ging, ontdekte de rechtsantropoloog dat uitgerekend zijn eigen buren geschikter waren voor wetenschappelijk onderzoek. Op nog geen vijf kilometer van zijn woonboerderij op het Overijsselse platteland is namelijk een fascinerende samensmelting van kerk en staat gaande: in de streng gelovige gemeente Staphorst.

Vier jaar verrichtte hij er – “zoals het hoort” – participerende observatie. Ontelbare uren zat hij in de kerkbanken “achterin bij de familie van de dominee, letterlijk op het pluche” en op de publieke tribune van de gemeenteraad. Toen begon hij te filmen. Tachtig uur materiaal sneed hij terug tot een documentaire van een uur: Staphorst in tegenlicht. Daarmee won hij onlangs een NL Award, een prijs voor de beste documentaire uitgezonden op de regionale omroepen. Nadat de film in de regio volle filmzalen heeft getrokken, begint ook de rest van het land interesse te tonen. De Vlaamse publieke omroep Canvas zond de documentaire vorige maand uit, de Nederlandse Ikon doet dit later dit jaar.

Hoe hemelsbreed het verschil tussen Afrika en Staphorst misschien ook lijkt, de overlap van preek en politiek kwam de antropoloog bekend voor. “In Afrika vervullen lokale volkshoofden een scharnierfunctie. Met één been staan ze in traditionele wereld, maar tegelijkertijd zijn het ook moderne bestuurders. Ik was in Burkina Faso op bezoek bij een chief. Na een religieuze ceremonie rinkelde zijn mobiele telefoon. Hij nam op en begon te praten wanneer hij naar een zitting van de Assemblée nationale zou gaan.”

hogere wetten

En in Staphorst? “Daar zie je net zo’n theocratie. Gemeenteraadsreden beroepen zich tijdens vergaderingen op ‘hogere wetten’ en zien de overheid als ‘de dienaar Gods’. De Hersteld Hervormde Kerk van dominee Tj. de Jong telt vijfduizend leden, een derde van de totale bevolking. De dominee is tevens voorzitter van de SGP en een schoolbestuur. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezing bleef de zetelverdeling gelijk: de SGP behield met 6 van de 17 zetels de meerderheid. De zoon van de dominee werd wethouder.

Hij lacht: “U begrijpt: ik voelde me daar als een vis in het water.”

Nauwkeurig legt Van Rouveroy van Nieuwaal vast hoe de SGP’ers de niet-confessionele partijen tot wanhoop drijven. Zo wil de fractie een concert van de Achterhoekse rockband Normaal verbieden vanwege “verstoring van de openbare orde” en moeten de sluitingstijden voor de lokale horeca op zaterdagavond worden vervroegd tot half twaalf. “De zondag moet ons zo dierbaar zijn”, verklaart een raadslid met gedragen stem, “dat wanneer we met een gezond lichaam op die dag een kerkdienst hebben verzuimd, we ’s avonds niet gerust durven te gaan slapen.”

“Je zou het fundamentalistisch kunnen noemen”, zegt de antropoloog. Maar er bestaat een beter woord voor: ‘kafters’. “Dat zijn degenen die alles – van kaft tot kaft – uit de Statenvertaling van 1618 geloven en daar strikt aan vasthouden.”

In zijn diensten vraagt dominee De Jong “de ganse gemeente de principiële lijn te volgen zodat de beginselen van onze kerk doorwerking vinden in het staatkundige en maatschappelijke leven.” Hoe snel dat gaat, blijkt wanneer hij tijdens de preek tekeer gaat tegen vloekende jongeren. “Er zijn jongens en meisjes hier die de allergrofste vloeken uitspreken. Je hoeft je naam niet te noemen, want de Heer weet je naam. In de hel, jongens en meisjes, dáár wordt gevloekt. Dat is verschrikkelijk. Zul je het hier niet doen? Zul je het hier niet doen? Oòòch, ik smeek het jullie, zul je het hier niet doen?!” Kort daarop werd in de gemeenteraad een vloekverbod doorgevoerd.

uitgeverij

”Dan gaat de democratie kraken”, zegt Van Rouveroy van Nieuwaal. “Die machtsoverlap is wetenschappelijke gezien van belang. Het begrip rechtspluriformiteit krijgt zo een nieuwe dimensie.” Daarover volgt volgend jaar een publicatie in een Duitse wetenschapsbundel. “Ik wil er ook een boek over schrijven. Alleen is het nog even zoeken naar een uitgeverij: mijn eerdere uitgevers richten zich immers voornamelijk op Afrika. Hier in de buurt heb ik onlangs geïnformeerd bij de IJsselacademie, in Kampen. Maar die krijgen veel geld uit Staphorst en durven hun handen niet aan snot te branden.”

En voor een geslaagde film gelden nog andere wetten: “maar ik had het gouden draadje nog niet te pakken. Het verhaal had nog een emotionele lading nodig.”

In de gesloten gereformeerde gemeente lag dat niet voor het oprapen. “In Afrika was ik gewend dat iedereen heel gemakkelijk over religie praatte. Hier was dat niet het geval. In Staphorst heb je niet over het geloof, je beleeft het. Na de kerkdienst rent – je zou ook kunnen zeggen: ‘vlucht’ – iedereen naar huis. Want de volgende dienst begint al weer over twee uur.”

Toch vond hij een gezin waarbij hij alle religieuze dilemma’s en generatieconflicten van binnenuit kon registreren: de familie Kok. Eigenlijk bij toeval. Hij kwam er al langer over de vloer in een andere hoedanigheid dan die van wetenschapper. “Ik ben ook ondernemer in de veehouderij. Bij Wicher Kok kocht ik in de jaren tachtig al scharrelbiggen. Mijn blaarkoppen en Friese paarden staan er nu nog steeds op stal.” De zakelijke relatie werd ‘een hechte vriendschap’ en liep uit op ‘intensieve samenwerking’. Toen Wicher kanker kreeg en zich door een oncoloog in Duitland liet behandelen, ging Van Rouveroy van Nieuwaal mee om te tolken. En om te filmen. “Middelen die er zijn, die mag je gebruiken”, zegt de patiënt in de documentaire. “Dat ik deze behandeling zou doen, is net zo bepaald als mijn stervensuur. Hij weet van tevoren al wat er met een mens gaat gebeuren.”

karig

Wicher sterft. Kort daarop verruilt weduwe Hilligje Kok-Bisschop de Oud Gereformeerde Kerk voor de Hersteld Hervormde Kerk omdat ze naar eigen zeggen “het aanbod van genade te karig” vindt. De antropoloog: “In zo’n gemeenschap is dat een bijzonder dramatische gebeurtenis. Ook buiten de kerk leidt dat tot enorme emoties. En je ziet ook dat anderen zich gaan afvragen: wat kan het geloof mij nog geven?”

De zoon des huizes vat het in de film als volgt samen: “Als je voor één boek twintig kerken nodig hebt, klopt er iets niet.” Hij heeft de kerk vaarwel gezegd en plakt posters voor Geert Wilders. Ook zijn broer laat zich – onder druk van ouderlingen – uitschrijven. De reden: hij trouwt met een Braziliaanse (en dus katholieke) vrouw.

Dat de familie Kok zich voor de camera durfde bloot te geven, gaf de film “menselijke warmte”. Want daar viel niet overal in Staphorst evenveel van te merken, aldus de onderzoeker. “Hier geldt: ‘We staan je toe, maar zitten niet op je te wachten. Dus hou je gedeisd.’” Meestal trof hij zwijgende blikken waarvan de bijbehorende gedachten duidelijk waren af te lezen. “Heb je hem weer met zijn camera. Hij moet weer zo nodig.” Soms kreeg hij letterlijk te horen: “U vraagt te veel.”

En het ging nog verder. “Dominee De Jong zei tegen mij: ‘Als u iets doet wat mij niet bevalt, kunt u verder uw onderzoek vergeten.’ Nou, dat dreigement heb ik heel goed gevoeld.”

Het hoort bij het werken tussen “fundamentalisten en feodalen”, zegt hij. “Voor hen was het ook mysterieus wat ik aan het doen was.” Moreel dilemma: “Hoe integer moest ik zijn? Als ik precies ging uitleggen wat ik wilde, zouden ze zich nog meer sluiten.”

Dat ondervond hij toen hij de commissie Jeugd Actief Staphorst wilde filmen. “Twee of drie keer moest ik schriftelijk mijn bedoelingen toelichten, maar het ging mooi niet door. De burgemeester besloot dat de bijeenkomst niet openbaar was.”

onbespreekbaar

In de kerk filmen was onbespreekbaar, zonder camera de preek opnemen eveneens. Bij het eerstvolgende kerkbezoek werd hem zelfs gevraagd zijn armen omhoog te houden. “Want misschien had ik wel opnameapparatuur op mijn buik hangen.” De plaatselijke boekhandel bood uitkomst. “Daar kun je voor € 2,50 cassettebandjes met predikaties kopen. De geluidsfragmenten zette hij vervolgens onder het beeld van een van buiten gefilmde kerk.

En toch, geeft hij toe, ondanks alle tegenwerking ging het onderzoek hem beter af dan de al die jaren in Afrika. “Daar ben je de ‘blanke supermeneer’, de grand seigneur die wordt geduld. Maar je moest weer wel cadeaus meenemen – of steekpenningen betalen – om ergens toestemming voor te krijgen.” Bovendien zijn expedities door Afrika kostbaar, staat het onderzoek onder tijdsdruk en zijn tolken onmisbaar. Dat vergroot de onderlinge afstand tot de onderzoeksgroep met alle nadelige gevolgen vandien. “In je eigen taal is het makkelijker en vertrouwder. Je penetreert veel beter in een gemeenschap en komt zo veel diepere dingen te weten.”

En ook al wilde dominee De Jong dan niet prekend in beeld, buiten de kerkmuren was hij bereid om zich te laten interviewen. “Dat was de eerste keer dat hij dat voor een camera deed. Dat is uniek in filmland.” Alleen was dat niet geheel naar zijn eigen tevredenheid, zo bleek naderhand.

ontkennen

”Ik ben niet de grootste promotor van filmdocumentaires”, zei hij in het Nederlands Dagblad. Inhoudelijk wilde hij niet op de film te reageren, liet hij weten. “Hij probeert nu de film te ontkennen. Tegen zijn achterban zegt hij dat hij de film niet heeft bekeken en dat ook niet zal doen. Nou, ik durf te wedden dat hij hem heeft gezien. En ook al zeggen ze van niet; dat geldt ook voor zijn kuddeke.”

Wat hij “echt vervelend” vond, was de opmerking van de dominee dat hij “niet als predikant maar enkel als SGP-voorzitter” aan de documentaire zou hebben meegewerkt. Getergd: “Daar kan echt kwaad over worden. Na de laatste opnames hebben we enkel nog via e-mail met elkaar gecorrespondeerd. Maar ik heb hem geschreven: volgens gebod negen dat is een valse getuigenis afleggen. Daar had ik me natuurlijk over laten informeren, want zo goed zit ik niet in de bijbel.”

Het lijkt in die zin wel op zijn vorige film Bonnet rouge, où vas-tu? (uit 2000). Die ging over traditionele leiders in Burkina Faso en hoe zij een rol voor zichzelf opeisen in een nieuw politiek landschap. Een soortgelijke ontwikkeling verklaart de situatie in Staphorst. “Vroeger kon je met de zin ‘maar dominee het gezeg ...’ iedere discussie beëindigen. Daarvan zijn nog steeds symptomen zichtbaar, maar ook hier raken de mensen steeds verder ontwikkeld. Daardoor worden in ons democratisch bestel tegenwoordig ook dominees angstvallig in de gaten gehouden. Dat gold al voor doktoren, burgemeesters, justitie en politie. Maar daar moeten de predikanten nu ook aan wennen.”

Dat thema gaat Van Rouveroy van Nieuwaal verder uitdiepen in een vervolgfilm over de gehele Biblebelt en de problemen van de 21e eeuw. Hij somt op: “Tv, internet, abortus, euthanasie, islam. Homofilie blijft een heikel onderwerp. Dat is zondig, een ziekte. Wat dat betreft zouden de heel wat mensen me dankbaar moeten zijn dat ik ze in deze film heb gespaard. Maar niemand zegt: ‘Goed van hem, dat hij zich zo heeft ingehouden.’”

De documentaire Staphorst in Tegenlicht is te bekijken op www.rtvoost.nl/media/?uitz=59808

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Staphorst

De kop boven het interview met rechtsantropoloog Emile van Rouveroy van Nieuwaal (26 april, Wetenschap & Onderwijs) suggereerde dat Staphorst in Gelderland ligt. Staphorst ligt in Overijssel.