Geen zwelscheuren voor veredelde trostomaten

Jarenlang met borsteltjes stuifmeel op stampertjes smeren: zaadveredeling is monnikenwerk. Maar het levert wel een bibliotheek op van unieke DNA-kennis die miljoenen waard is.

Een veredelde trostomaat groeit in de kas van een Nederlandse tuinder. Nederland is een marktleider in de productie van zaden voor kasplanten. Foto De Ruiter Seeds TRICIA/4.eps
Een veredelde trostomaat groeit in de kas van een Nederlandse tuinder. Nederland is een marktleider in de productie van zaden voor kasplanten. Foto De Ruiter Seeds TRICIA/4.eps De Ruiter Seeds

Geruisloos glijdt de kluisdeur open. De opening biedt toegang tot een gekoeld lokaal met rijen metalen rekken. Op de schappen liggen hagelwitte katoenen zakjes ter grootte van kleine boodschappentasjes. Elk zakje bevat duizenden zaadjes die door zaadveredelaar De Ruiter Seeds uit Bergschenhoek genetisch zo zijn samengesteld dat ze de sappigste vruchten produceren en resistent zijn tegen verwoestende plantenziektes als neusrot en zwelscheuren.

Het is de productie van deze superzaden voor kasplanten waar Monsanto onlangs 546 miljoen euro voor betaalde. Dat is opmerkelijk. Monsanto is met een omzet van 8,5 miljard dollar (5,4 miljard euro) één van de grootste landbouwbedrijven ter wereld. De som die Monsanto betaalt is bijna 50 keer de jaarwinst van De Ruiter Seeds in 2007, 11,1 miljoen euro. „Dat is veel geld”, zegt Johan Trouw, directeur zaadproductie bij De Ruiter Seeds. „Maar dat is verklaarbaar gezien onze uitgebreide genetische databank voor veredelde kasgewassen en de groeiende wereldvraag naar productievere en resistente voedselbronnen.”

In het laboratorium in Bergschenhoek, met uitzicht op het kassenland en de rafelrand van Rotterdam, zijn laboranten in witte jassen druk in de weer met pipetjes en petrischaaltjes. Hier begint het veredelen van tomaten, paprika’s, komkommers, aubergines en meloenen. Verschillende soorten, ofwel ouderlijnen, worden getest op genetische eigenschappen. Aan de hand van DNA-informatie kunnen de wetenschappers precies zien welke ouderlijn de sappigste meloenen voortbrengt of welke tomatenlijn resistent is tegen vernietigende ziektes.

Met deze DNA-informatie gaan de veredelaars in de kassen verschillende ouderlijnen mengen. Het is een monnikenwerk waarbij stuifmeel van één ouderlijn met borsteltjes worden aangebracht op stampertjes van een andere ouderlijn . Van de duizenden kruisingen per jaar blijven er slechts enkelen over die op de markt worden gebracht. „Het kan wel zeven tot acht jaar duren voordat wij een kruising hebben ontwikkeld die voldoet aan alle eigenschappen die op ons lijstje stonden”, zegt Johan Trouw. „Zaadveredeling is de kunst van het weggooien.”

De Ruiter Seeds benadrukt dat veredeling niet hetzelfde is als genetische modificatie. „Wij bedrijven traditionele genetica door planten met bepaalde eigenschappen te kruisen”, zegt bestuurvoorzitter Biense Visser. „Bij ons worden de eigenschappen van een nieuwe soort bepaald door de genetische samenstelling van de ouderlijnen. Bij genetische modificatie wordt de DNA-samenstelling van een plant gewijzigd.”

Na jarenlang experimenteren hebben de veredelaars van De Ruiter een ras waar ze tevreden over zijn, zoals de Fellini-paprika. Over deze oranje paprika: „De vruchtkleur is mooi diep oranje en zeker niet flets. Fellini is sterk tegen neusrot, stip en zwelscheuren.” Over de Picolino-cocktail trostomaat: „Mooie vlakke trossen met acht tot tien vruchtjes van gemiddeld 35 gram per stuk. De vruchten hebben veel glans en zijn echt lekker.”

Na de ontwikkeling van een nieuw ras, worden de zaadjes op grote schaal geteeld in de kassen van De Ruiter in onder meer Nederland, Spanje, Israël, en Frankrijk. Vervolgens worden de zaadjes schoongemaakt, gedroogd, verpakt en verkocht aan kwekers. De kwekers laten de zaadjes kiemen en verkopen de planten door aan tuinders die ze in kassen uitzetten.

Door de jaren heen heeft De Ruiter Seeds, een familiebedrijf dat al decennia zaden veredelt, een gigantische genetische bibliotheek opgebouwd. De databank bevat de eigenschappen van honderden ouderlijnen van tomaten, komkommers, paprika’s, meloenen, en aubergines. „Een belangrijk deel van de waarde van veredelingsbedrijven zit in die genetische bibliotheken”, zegt Joost Hazelhoff. Hij is industrieanalist bij Rabobank en volgt de zadenmarkt.

„Die bibliotheek bestaat deels uit kennis. Een veredelaar weet welke ouderlijnen wat voor een genetische kwaliteiten beschikken”, zegt Hazelhoff. „Maar het is ook een groot deel fysieke voorraad. Door veel te experimenteren beschikken veredelaars over een grote hoeveelheid ouderlijnen. Dat is vaak unieke kennis waar veel voor wordt betaald.”

In 2005 nam Monsanto voor 1,4 miljard dollar het Amerikaanse Seminis over. Dit bedrijf is gespecialiseerd in het veredelen van zaden voor groenten en fruit die in de open lucht groeien. Monsanto, uit St. Louis, gelegen nabij de uitgestrekte graan- en maïsvelden van het middenwesten van Amerika, is zelf sterk in katoen-, maïs-, en sojaboonzaad. Een afdeling met kennis van veredeling van gewassen voor kassen ontbrak nog.

Het ontwikkelen en produceren van zaden is een groeiende industrie, waarin Nederland een wereldleider is. In 2006 exporteerde Nederland voor 823 miljoen dollar aan zaden, waarvan 641 miljoen dollar aan groentezaden. Dit blijkt uit cijfers van de International Seed Federation (ISF), de koepelorganisatie van zaadproducenten. Alleen de Verenigde Staten exporteerden in totaal meer zaden (869 miljoen dollar), maar zij richten zich vooral op de productie van landbouwzaden als mais, graan en soja.

„Groentezaad is een nichemarkt”, zegt Joost Hazelhoff, industrieanalist bij Rabobank. De omzet van de totale zadenmarkt is zo’n 20 miljard euro, becijfert de ISF. De omzet van de productie en handel in groentezaden bedraagt slechts een fractie van dat totaal, 2,5 miljard euro. „Maar het is wel een markt waar de grote bedrijven jaarlijks 8 procent kunnen groeien”, zegt Hazelhoff. „En binnen de groentezaden, groeit de markt voor zaden voor kasteelt nog harder.”

En dat is precies waar De Ruiter in gespecialiseerd is. „Kasteelt heet ook beschermde teelt omdat je risico’s als klimaat, vervuiling en de verspreiding van ziektes beperkt”, zegt Johan Trouw. „Zo kan je de productie verhogen en daar is in de wereld een grote behoefte aan.”

Geroutineerd ratelt de directeur het lijstje af. „Het welvaartspeil in landen als Brazilië, Rusland, India en China stijgt. Grote bevolkingsgroepen verlangen meer en een gevarieerder aanbod van groenten en fruit. Tegelijkertijd trekken steeds meer mensen naar de grote stad waardoor nabijgelegen tuinbouwgronden onder druk komen te staan. Peking is niet te bevoorraden vanuit de provincie Inner Mongolië, dus zal de output omhoog moeten. Een gewone tomaat in de open grond levert misschien 10 kilo per vierkante meter op. Een veredelde tomaat in een kas kan wel 100 kilo per vierkante meter opleveren.”