‘Er is meer in het leven dan groene thee’

Wielrenner Karsten Kroon is een klassiekerspecialist. April is zijn maand. „Toen ik een jonge renner was, was ik in deze tijd van het jaar al opgebrand.”

‘Misschien heb ik mijn grootste prestatie wel geleverd met door te blijven gaan. Ik ben nogal eigenwijs hè, geef niet snel op.’ Foto Chris Keulen Belgie, Rekem, 14/4/05 Wielrenner Kartsen Kroon (29), gefotografeerd in zijn woonplaats Rekem. Belgium, Rekem, 14/4/05 Cyclist Karsten Kroon (29), photographed in Rekem where he lives. foto: Chris Keulen
‘Misschien heb ik mijn grootste prestatie wel geleverd met door te blijven gaan. Ik ben nogal eigenwijs hè, geef niet snel op.’ Foto Chris Keulen Belgie, Rekem, 14/4/05 Wielrenner Kartsen Kroon (29), gefotografeerd in zijn woonplaats Rekem. Belgium, Rekem, 14/4/05 Cyclist Karsten Kroon (29), photographed in Rekem where he lives. foto: Chris Keulen Keulen, Chris

Dochtertje Sammie (2) meldt zich af en toe per babyfoon, baby Lene lacht op de arm van vrouw Anne, boxer Do loopt buiten in de zon en Karsten Kroon (32) is thuis in het Belgische Rekem domweg gelukkig met zijn bestaan als wielrenner. „Ik kwam laatst thuis van de Ronde van Vlaanderen. Gevallen, lekke band, weiland ingereden na de Koppenberg, weer lek op de Muur. Terwijl ik zo goed was. Enorme teleurstelling, ik kon echt wel janken! Ik parkeer de auto, komt mijn vrouw aangelopen met ons dochtertje. Weet Sammie veel van de Ronde van Vlaanderen? Ze is gewoon blij dat ze papa ziet. Toch merkt een kind dat er iets aan de hand is met pappa. Ik pakte haar beet, ze knuffelt me dan. Dat is gewoon fantastisch. Dat helpt je wel om het allemaal een beetje in perspectief te blijven zien.”

Voor klassiekerspecialist Kroon is de maand april cruciaal voor het slagen van zijn seizoen. Wedstrijden als de Ronde van Vlaanderen, Amstel Goldrace en Luik-Bastenaken-Luik bepalen zijn marktwaarde. Niet onbelangrijk nu hoofdsponsor CSC heeft aangekondigd na dit seizoen te stoppen met de wielerploeg van Bjarne Riis. „Natuurlijk leeft dat. Een aantal jongens heeft nog een contract voor volgend jaar met Bjarne, ik ook. Maar zoals het er nu naar uitziet, zijn we dan gewoon werkloos. Er is geen sponsor volgend jaar. Toch kan ik het me niet voorstellen dat Bjarne geen sponsor vindt. We hebben drie jaar op rij de ProTour voor ploegen gewonnen, hebben gewoon een mooie ploeg.”

Na een negende plaats afgelopen zondag in de Goldrace („Ik reed heel sterk, maar op de Cauberg kreeg ik kramp”) zegt hij geen extra druk te voelen voor Luik-Bastenaken-Luik van morgen. „In mijn eerste jaar bij CSC had ik een goed voorjaar, hoewel ik in de winter een of andere rare bacterie had opgelopen in de oerwouden van Brazilië. Vorig jaar was het helemaal een drama. Eerst brak ik m’n pols, daarna m’n ribben. Beetje ziek, vies en warm weer, last van allergie. Toch zat ik toen interviews te geven als kanshebber. Ik kan winnen, riep ik. Terwijl ik al wist dat het absoluut niet zou lukken. Dit jaar gaat het echt heel goed. Ik heb hard getraind, weet dat ik niet meer had kunnen doen. Ik ga gerust naar de start van de wedstrijden. Ik denk dat ik zo’n grote koers kan winnen, maar er zijn andere mannen die meer kans hebben. Dat is gewoon de realiteit.”

Een bacterie oplopen in het oerwoud, een pols breken op de wintersport: niet handig voor een renner die alles op april zet. „Dat is waar”, geeft Kroon toe. „Maar ik heb ooit bewust een keuze gemaakt. Toen ik 22 of 23 was, had ik een periode waarin ik me absoluut niet happy voelde. Ik was op een manier met fietsen bezig die voor mij absoluut niet vol te houden viel. Iedere avond om tien uur naar bed, alleen maar groene thee drinken. Trainen, trainen, trainen, en voor de rest op bed liggen. Dat ging niet goed. Toen heb ik met mezelf afgesproken: zo wil ik niet leven. Ik wil een lange carrière, maar niet met spijt terugkijken. Dus ben ik soms obsessief bezig met wielrennen en doe er alles voor. En soms laat ik het ook een periode helemaal gaan. Op die manier blijf ik het leuk vinden. Zo kan ik af en toe wat afstand nemen en mezelf met een helikopterview bekijken. Nou, dan breek je een keer je pols op wintersport. Al moet ik wel eerlijk zeggen dat ik daarna heb besloten om nooit meer op wintersport te gaan zolang ik fiets.”

Van een gevoel ‘nu of nooit’ is aan de vooravond van de laatste voorjaarsklassieker geen sprake. „Dat zal misschien ontstaan op het moment dat je wat probleempjes krijgt, dat het allemaal wat moeilijker gaat. Maar ik voel me nu juist gezonder en sterker dan toen ik twintig was. Als je plezier in het fietsen blijft houden, plezier hebt in het leven en je bent bereid om hard te werken, dan pluk je daar uiteindelijk de vruchten van. In het wielrennen kun je tot op relatief hoge leeftijd verbeteren. Toen ik een jonge renner was, was ik in deze tijd van het jaar al opgebrand. Nu ben ik gewoon nog fris. Die taaiheid, die hardheid komt bij mij met de jaren. Ik zie mezelf nog heel lang fietsen. Mijn vader zegt ook: ‘jij gaat op je veertigste op je sterkst zijn, dat was ik ook’. Maar hij is leraar Engels en ik ben beroepsrenner, dat ligt misschien net anders.”

Naast zijn persoonlijke omstandigheden heeft Kroon, prof vanaf 1999, nóg een belangrijke reden om zich in balans te voelen en optimistisch te zijn. „Ik heb op dit moment ontzettend veel plezier in het wielrennen, meer dan ooit eigenlijk. Omdat je aan de start van een koers staat en weet dat je allemaal met gelijke wapens strijdt. Dat is een fijn gevoel. De wielersport heeft de afgelopen jaren klappen gehad, we zijn door het slijk gehaald. En terecht, want er was gewoon veel mis. Maar het is nooit beter geweest dan nu. De wielersport is schoner dan ooit, of in elk geval schoner dan ik heb meegemaakt. Dat zie je aan al die jonge jongens, die getalenteerd zijn en hard werken. Ze kunnen nu gewoon weer goed meedoen en prijs rijden. Dat is het beste bewijs dat de sport schoon is. Daar ben ik heel erg blij om.”

De extreem strenge dopingcontroles neemt hij op de koop toe. „Vorig jaar ben ik 28 keer out of competition gecontroleerd, naast de gewone controles. Dat is uiteraard vervelend, maar ik heb ze met een glimlach ondergaan. Omdat je weet dat potentiële valsspelers ze ook moeten ondergaan. Kijk, de koersen zijn niet veranderd. Maar waar ze vroeger op het buitenblad de Cipressa opreden, doen ze het nu op het binnenblad. Dat maakt verschil. Het had misschien acht jaar eerder gemogen, maar ik ben blij dat ik dit meemaak. Ik benijd de jongens die nu beroepsrenner worden. Ze komen echt in een heel mooie situatie. Van mijn generatie rijden er niet veel meer in de top mee. Misschien heb ik mijn grootste prestatie wel geleverd met door te blijven gaan. Ik ben nogal eigenwijs hè, geef niet snel op.”

Toch wil de winnaar van de Touretappe naar Plouay (2002) zich niet te scherp afzetten tegen de generatie renners vóór hem. „Niet iedereen met een geboortejaar voor 1975 is een pakhaas [een renner die dope gebruikt, red.]. Dat is heel fout, om zo te denken. Maar je moet inzien dat het hoog tijd was wat te doen. Voor iedereen is dit de beste optie, zelfs voor degenen die de intentie hebben om vals te spelen. Ik kan me niet voorstellen wat het is voor zo’n Rasmussen, los van wat hij precies heeft gedaan, om altijd op de vlucht te moeten zijn in de angst om gepakt te worden. Dat is toch geen leven? Maak het dan maar onmogelijk om dingen te doen, dan hoef je er in elk geval niet aan te denken. En voor wie clean wil rijden, maak je het weer mogelijk om te winnen. Als ik nu word geklopt, heb ik daar honderd procent vrede mee. Terwijl ik in het verleden soms dacht: hoe is het mogelijk?”

Dat er in de wielerrevolutie slachtoffers vallen, noemt Kroon onvermijdelijk. En dat ook zijn eigen ploegleider Riis vorig jaar door het stof moest en opbiechtte bij zijn Tourzege van 1996 epo te hebben genomen? „Ik weet dat het hem pijn heeft gedaan, dat het moeilijk is geweest. Maar Bjarne is een sterke persoonlijkheid, die zich niet snel uit het veld laat slaan. Zo direct als hij het heeft gezegd, is voor mij persoonlijk de correcte manier. Zo’n Erik Zabel, die zegt: ‘Ja, ik heb het één keer gedaan.’ Daar krijg ik jeuk van. Maar het publiek ziet het anders. Zabel is een grote held in Duitsland en Bjarne een bandiet. De mensen vinden het fantastisch als je op tv gaat zitten huilen. Ik kan er niet tegen. En dat Bjarne daar emotieloos zat, is een beetje een façade. Het deed hem echt wel wat.”

De oud-student werktuigbouwkunde is blij dat Riis de wielersport niet heeft verlaten. „Als manager heeft hij misschien wel bijzonderder dingen gepresteerd dan als renner. Hij heeft gezegd: ‘Ik wil over vijf jaar de beste ploeg van de wereld hebben.’ Iedereen lachte hem uit. Maar hij heeft het voor elkaar gekregen. Hij heeft vele malen meer verdiend als zakenman dan als renner. Ik ben blij voor hem dat hij nog steeds trots op zichzelf kan zijn. En de huidige antidopingpolitiek is voor een groot deel te danken aan Bjarne. Hij is ermee begonnen, met al die eigen controles binnen de ploeg.”

Geen kwaad woord over zijn ploeg CSC, hoewel Kroon erkent dat achter het veelgeprezen survivalkamp in de winter ook andere dan sportieve belangen schuilen. „Bjarne wil graag iets anders doen dan anderen. Dat kamp kun je niet los zien van de publiciteit die de ploeg ermee genereert in een stille periode.” Verder zweert de oud-Raborenner bij de aanpak van Riis. „Bij Rabo betekende trainen uren maken. Ik heb er een bepaalde basisconditie gekregen, een enorme hardheid opgedaan. De training van Bjarne, die ik nu sinds drie jaar doe, is veel specifieker. Hij zegt: ‘It’s easy to train hard, but it’s hard to train good.’ Als je een heel sterk lichaam hebt en je kunt zijn training aan, merk je gewoon dat je steeds beter wordt. Je lichaam past zich aan, het krijgt steeds meer effect.” Daarbij geniet hij in de wedstrijd meer vrijheid. „Bij Rabo wist ik bij de start al dat ik niet ging winnen, daar waren anderen voor.”

Des te opmerkelijker dat Michael Boogerd in zijn biografie verklaarde dat Kroon hem in 2006 al vroeg of hij kon terugkeren naar de Nederlandse ploeg. „Ik heb een manager die probeert zoveel mogelijk eruit te halen. Als Rabo kwam, wilde ik altijd praten om te zien wat ze te bieden hebben. Maar goed, het is twee jaar later en ik zit nog bij CSC. En wat in de toekomst gebeurt, weet je nooit.”

Kroon, die dit jaar ook mikt op de Olympische Spelen in Peking, voelt zich in Deense dienst voluit betrokken bij de ontwikkelingen in eigen land. „De antidopingpolitiek is voor het Nederlandse wielrennen een goede zaak. Er komt een heel sterke lichting jonge renners aan: Terpstra, Maaskant, Langeveld, Gesink en Thomas Dekker. Er komen nu zoveel mensen bij, dat er echt een tweede Nederlandse ploeg moet komen.” Is dat reëel in een tijd dat sponsors eerder afhaken? Kroon: „Het wielrennen heeft een gouden toekomst. Als het een beetje rustig wordt, en er komt een goed management… Dan groeien we uit tot een heel grote sport.”