Claus en Wilders

De columns in Zaterdag & cetera van Joost Zwagerman roepen steeds weer ergernis op. Zo ook zijn stukje van 20 april. Het is een mooi staaltje van als kritiek op de eigen groep verpakte hekel aan anderen. ”Om Hugo Claus die een kerk wilde opblazen wordt hartelijk gelachen, maar iemand die bladzijden uit de Koran wil scheuren wordt gestigmatiseerd”, schrijft hij. Ik moest deze inleiding twee keer lezen om te geloven wat er staat. Hugo Claus vergelijken met Geert Wilders. Werkelijk? Iemand die vanuit zijn eigen ervaring zich verzet tegen het eigen geloof, over één kam scheren met iemand die angst voor anderen gebruikt om politieke carrière te maken?

De kerk is niet voor de witte elite, wat de moskee voor moslims is. Nederland heeft zich al jaren geleden losgeweekt van het geloof. Doen alsof je een belediging van Claus één op één kan vergelijken met een belediging van Wilders, is het verdraaien van de verhoudingen in de Nederlandse cultuur. Het verschuiven van nuances om een bepaalde stemming aan te wakkeren. Waar hebben we dat eerder gezien?

Zwagerman verwijt de elite zelfhaat, omdat die gekrenkte moslims tracht te begrijpen maar zich zelf niet gekrenkt voelen als hun kerk wordt aangevallen. Maar hij vergeet dat het vermogen om zich in de ander te verplaatsen, en daarmee de wereld vanuit andere invalshoeken te bezien , ook wel intelligentie genoemd wordt. Vandaar wellicht dat de witte elite zich in de woede van jonge Nederlandse moslims kan verplaatsen. Om dat vermogen af te doen als zwakte, is dan wel erg dom.