Boeien

Het grote nieuws van deze week is niet dat Hillary in Pennsylvania gewonnen heeft of dat de PvdA een nieuwe fractieleider heeft maar dat de Nederlandse Spoorwegen willen dat de conducteurs met handboeien worden uitgerust. Veilig Vlug Voordelig was heel vroeger de slagzin van de NS. Wanneer hebben ze die vervangen? Eerst werd het Spoorboekje steeds leuker. Je las er niet alleen meer in op welke tijdstippen je het snelst van A naar B kon reizen. In buitelend commercieel proza werd je aan het verstand gebracht hoe je als oude van dagen tegen het laagste tarief een dol weekeind op het Drielandenpunt of bij de Echoput kon beleven. Ook al lang geleden. Toen werden de conducteurs door de leukheid aangetast. Goedenmmmmmiddag dames en heren, jongens en meisjes, u zit in de trein naar Den Haag en we naderen Schiphol. Terwijl de treinen vaker tussen twee stations bleven staan, werden de tijden grimmiger. Let op uw eigendommen! En nu dus de handboeien.

Eén keer ben ik ervan getuige geweest dat een reiziger de conducteur geen kaartje kon laten zien. De delinquent sprak geen Nederlands, wel een soort Engels. Het leek me dat hij uit Armenië kwam. Misschien probeerde hij uit te leggen dat hij zich vergist had. Ze hadden hem thuis verteld dat de trein in Nederland gratis was. De conducteur deed alsof hij het geloofde, liep verder en was binnen vijf minuten terug met een potige collega. Ze vormden een cordon sanitaire om de zwartrijder en sommeerden hem voor de laatste keer. Het geheel kreeg het aanzien van een escalerende confrontatie, dat wil zeggen: het werd steeds grimmiger. Ik vind zoiets pijnlijk om aan te zien, maar de nieuwsgierigheid wint, ik blijf toch kijken, en misschien zit er een stukje in. Beroepsdeformatie. Een van de conducteurs belde de politie van het volgende station. Daar stonden twee agenten, ze sloegen de Armeniër in de handboeien en daarna hebben we niets meer van de man gehoord.

Zwartrijden is een vak. Het is, bij mijn weten, voor het eerst beschreven door Willem W. Waterman in zijn boek Wie zei dat je in deze tijd niet kon lachen. Verschenen in 1944 en dus niet in orde. Waterman was ook hoofdredacteur van het pseudo-illegale weekblad De Gil. Van leuk, ironisch uit de hoek komen had hij zijn beroep gemaakt en bovendien wilde hij de wereld op een dwaalspoor brengen. Een lastige, of misschien wel overlastige man. Maar zijn beschrijving van het zwartrijden interesseerde me. Wat een ingewikkeld gedoe. Daar zou ik nooit aan beginnen.

Om een goede zwartrijder te kunnen worden moet je, dunkt mij, in meer dan gebruikelijke mate drie karaktertrekken hebben. Ten eerste: in het diepst van je wezen een speler zijn, iemand die in laatste aanleg erop vertrouwt dat zijn speciaal geluk, zijn veine hem niet in de steek zal laten. (Zie ook Dostojewski’s De Speler). Zwartrijden is een kansspel. Dat de verleiding nu toeneemt om het ook eens te proberen omdat steeds meer conducteurs liever in een eersteklas coupé met elkaar praten dan kaartjes knippen, doet daar niets van af.

Dan moet je, voor het geval dat je door de mand valt, in staat zijn de ambtenarij toch van je onschuld kunnen overtuigen. Daarvoor heb je de optimistische brutaliteit van de oplichter in jezelf paraat. Desnoods moet je de conducteur dusdanig kunnen vermurwen dat hij jouw kaartje wil betalen. (Zie ook het boek van Dr.M.Zeegers, De oplichter).

En ten slotte de zorgvuldigheid: je moet de topografie van de trein kunnen dromen, alle schuilplaatsen blindelings kunnen vinden, weten waar je je in het gedrang kunt verschuilen, wanneer je je in de wc kunt verschansen, enz. Over het geheel genomen is succesvol zwartrijden dus niet voor iedereen weggelegd en bovendien intensieve arbeid. Ik koop liever een kaartje.

Hoe komt het nu dat de NS de conducteurs handboeien en een wapenstok willen geven en de bevoegdheid tot fouilleren? Omdat steeds meer passagiers zichzelf overschatten. Mijn indruk als treinreiziger is dat de begaafde zwartrijder langzamerhand verdwijnt en dat zijn plaats wordt ingenomen door meer of minder jongelui die van de televisie of via de games iets van een vechtsport hebben opgestoken en in eigentijdse zelfoverschatting denken dat ze het geldig plaatsbewijs kunnen vervangen door de conducteur met een knal voor zijn kanis te dreigen. Geen wonder dat de conducteurs daar genoeg van krijgen. Beschouw de invoering van handboeien enz. als de volgende stap in de escalatie, de bewapeningswedloop in het openbaar vervoer.

Goed beschouwd komen de NS als publieke instelling vrij laat met deze maatregel. Banken, supermarkten, tabakswinkels, allemaal hebben ze zich in het min of meer verborgene al zwaar verschanst, terwijl ze zich op het eerste gezicht op hun leukst, hun allercharmantst voordoen. Terwijl ik met de meneer van het bankbijkantoor over mijn centjes praat en word afgeleid door een hiphoppende dame op een videoscherm, besef ik dat ik door de geheime bloedhonden achter de verborgen camera’s iedere seconde in de gaten word gehouden. In de trein krijgen we binnenkort ook internet en televisie.