‘Ik heb me ingezet voor een oplossing’

Gijs van Tuyl, directeur van het Stedelijk Museum, wilde een eind maken aan de Malevitsjkwestie. „Er is nu een klimaat waarin veel zaken worden teruggeven en rechtgezet.”

Gijs van Tuyl Foto M. van Haaff Gijs van Tuyl, directeur Stedelijk Museum Amsterdam, 21 juli 2006, foto Maarten van Haaff
Gijs van Tuyl Foto M. van Haaff Gijs van Tuyl, directeur Stedelijk Museum Amsterdam, 21 juli 2006, foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

Gijs van Tuyl, directeur van het Stedelijk Museum, is zichtbaar opgelucht dat de slepende strijd over het eigendom van de Malevitsjcollectie achter de rug is. Toen hij op 1 januari 2005 aantrad als directeur was de rechtszaak die de erven Malevitsj in Washington hadden aangespannen tegen de gemeente Amsterdam al een jaar aan de gang. De erfgenamen eisten de collectie op, de gemeente bleef weigeren op hun eisen in te gaan.

Van Tuyl: „Ik trof dit probleem aan, toen ik bij het museum kwam en ik wilde er van af. Ik merkte dat deze kwestie onze vrijheid van handelen ernstig belemmerde. We konden alleen kunstwerken uitlenen voor exposities in de Verenigde Staten als het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken een verklaring afgaf dat ze niet in beslag zouden worden genomen.”

Van Tuyl ging nadenken over de claim van de erven en sprak er over met Glenn Lowry, de directeur van het Museum of Modern Art in New York. Het MoMA had ook schilderijen uit de collectie die Malevitsj in 1927 in Berlijn had achtergelaten. Daarover is in 1999 een schikking met de erven overeengekomen. „Lowry vertelde dat hij heel blij was met die schikking. Dus mijn overtuiging dat dit probleem uit de wereld moest, groeide. Ik heb het niet alleen gedaan, maar ik heb me wel ingezet voor een oplossing.”

Van Tuyl denkt niet dat verruimde regels voor de teruggave van oorlogskunst invloed hebben gehad op het tot stand komen van de schikking. Wel zegt hij: „Er is een politiek morele druk om onrecht uit het verleden te herstellen. De oorlogskunst heeft niets te maken met het geval Malevitsj, maar het wordt wel in dat licht gezien: er is nu een klimaat waarin veel zaken worden teruggegeven en rechtgezet. De geschiedenis van de Malevitsjcollectie weerspiegelt in een notendop de tragische geschiedenis van Europa in de vorige eeuw, met het stalinisme en het nazisme en al het onrecht dat die regimes veroorzaakten.”

De schikking werd overeengekomen „met respect voor elkaars visie”. Dit betekent dat de gemeente en het Stedelijk bij hun standpunt blijven dat de collectie in 1958 legaal werd verworven. Dat is moeilijk te rijmen met de geheimzinnigheid waarmee de aankoop was omgeven. Ook later werden gegevens hierover achtergehouden. Van Tuyl zegt dat dit hem niet bekend is: „Dat was voordat ik directeur werd.” Op de vraag of alle gegevens nu wel openbaar worden, kan hij nog geen antwoord geven.

Volgens van Tuyl is bij de keuze van de vijf werken waarvan het museum nu afstand doet vooral goed gekeken of er „een coherente Malevitsjcollectie” overblijft. „Wij hebben bijvoorbeeld geen afstand gedaan van het kubo-futuristische schilderij Vliegenier uit 1914 omdat daarin, in een zwarte herenhoed, al het zwarte vierkant te zien is dat later het embleem van Malevitsj zou worden. Dat schilderij was voor onze collectie belangrijker dan het doek Schrijftafel en kamer uit 1913 dat nu aan de erven is overgedragen.”

Van Tuyl benadrukt dat de selectie „in goed overleg met de erven” tot stand kwam. „Er is recht gedaan aan de belangen en wensen van beide partijen. De deskundige adviezen van kunsthistoricus Carel Blotkamp zijn daarbij onmisbaar geweest.”

Volgens Van Tuyl horen de vijf schilderijen die aan de erven zijn overgedragen tot de belangrijkste werken van Malevitsj: „Deze schilderijen zijn karakteristiek voor bepaalde fases in zijn ontwikkeling als schilder. Ja, dit is voor het Stedelijk een grote aderlating. Maar we moesten een afweging maken. Er waren ook menselijke gronden om tot deze schikking te komen: de nazaten van Malevitsj hadden in de Sovjet-Unie bepaald geen rooskleurig bestaan. Dat hebben we ons ook gerealiseerd.”