Ik ben een paard van Troje

Michael Haneke maakte een Amerikaanse remake van zijn Duitstalige film Funny Games, een film die de Oostenrijkse regisseur zelf als een oorvijg omschrijft. „Nu kan de film wellicht z’n echte, eigenlijke publiek bereiken.”

Scene uit de remake van Funny Games (Michael Haneke 2008)
Scene uit de remake van Funny Games (Michael Haneke 2008)

'Wunderbar! Super!' De Oostenrijkse regisseur Michael Haneke (66) lacht tevreden als hij hoort dat een Amerikaanse recensent de remake van zijn film Funny Games heeft omschreven als „de meest perverse film die ooit door een Amerikaanse studio is gemaakt”.

„Zo’n reactie bevalt me”, zegt Haneke. „Maar het valt wel me wel op dat je als maker altijd als geestelijk gestoord wordt beschouwd als je een heikel onderwerp op een provocatieve manier behandelt, en niet degenen die je aanvalt. Het zij zo.”

Haneke is wel wat gewend. De oorspronkelijke, Duitstalige versie van Funny Games zorgde in 1997 voor verontwaardiging en ophef bij de première op het festival van Cannes. Wim Wenders verliet demonstratief de zaal bij de vertoning.

Na tien jaar heeft de film nog niets van zijn van zijn schokwaarde verloren. Een welvarend gezin – in de Amerikaanse versie gespeeld door Tim Roth en een fenomenale Naomi Watts – worden in hun buitenhuis overvallen door twee keurige, in witte tenniskleding gestoken jongemannen (Michael Pitt en Brady Corbet). De overvallers beginnen een gruwelijk spel te spelen met het echtpaar en hun zoontje. Ze sluiten een weddenschap met hen af dat ze voor de volgende ochtend dood zullen zijn. Het geweld dat volgt laat Haneke niet zien, of uitsluitend in een flits. Maar hij staat lang en uitgebreid stil bij de gevolgen ervan.

Als thriller kan de film zich meten met het werk van Alfred Hitchcock. De jongemannen lijken te zijn weggelopen uit Rope, de film van Hitchcock die gebaseerd is op de beruchte Leopold en Loeb-zaak, waarbij twee studenten een veertienjarig jongetje vermoorden; zonder motief, alleen om te bewijzen dat zich ver hadden verheven boven de conventionele, burgerlijke moraal.

Haneke onderbreekt daarnaast de handeling en laat een van de daders, de dominante van het tweetal, het woord – en zijn blik – rechtstreeks tot de kijker richten met vragen als: ‘Denk je dat ze een kans maken?’ Waarom vermoorden jullie ons niet meteen, vraagt de vrouw. Antwoord: ‘Onderschat niet het belang van entertainment.’

Met zulke terzijdes laat Haneke’s weinig twijfels bestaan over zijn bedoelingen. „Ik polemiseer tegen het gebruik van geweld als vermaak”, legt hij uit tijdens een interview in een hotel in Parijs, in de buurt van de Arc de Triomphe „Op zichzelf heb ik helemaal niks tegen vermaak. Als mensen na een dag hard werken zich ’s avonds willen ontspannen met een musical, dan is dat volkomen legitiem. Maar dat verandert wanneer ernstige zaken, en geweld is een ernstige zaak, van hun scherpe randen worden ontdaan om als consumptiemiddel te dienen.”

Zulke scherpe randen heeft de film van Haneke wel. Toch is daarmee niet alles gezegd. Haneke neemt, door de film als een thriller op te bouwen, de schutkleur aan van de populaire cultuur die hij aanvalt. Dat geldt nog sterker voor de Amerikaanse versie, die met Watts een heuse filmster in de hoofdrol heeft, die zelf in expliciete horrorfilms als The Ring speelde.

De remake – die nagenoeg shot voor shot gelijk is aan de eerdere versie – herinnert daarnaast ook aan de vroegere fase van Haneke’s werk, voordat hij uitgroeide tot een gevierd en gelauwerd Europees filmauteur met Franstalige films als Code Inconnu (met Juliette Binoche), La Pianiste (met Isabel Huppert) en Caché (met Daniel Auteuil en opnieuw Binoche). Ook in die latere films zijn dreiging en geweld beklemmend aanwezig, maar op een minder directe manier dan in Haneke’s Oostenrijkse films, zoals Der siebente Kontinent, Benny’s video, en ook Funny Games.

Haneke is een uitstekend humeur. Hij heeft voor het eerst in tien jaar besloten om uitsluitend interviews in het Duits te geven en niet meer in het Engels en met tolken te werken. Het lucht hem duidelijk op om zijn eigen taal te kunnen spreken, met af en toe een Engels woord tussendoor.

Waarom wilde u deze remake maken?

„De eerste Funny Games had ik eigenlijk al gemaakt voor een publiek van geweldsconsumenten. Dat wil zeggen: een Engelstalig publiek. Dat was al te zien aan de titel, en ook aan het huis in de film. Dat is een typisch Amerikaans huis, zo’n huis zal je in heel Oostenrijk niet vinden. Maar alleen al door de Duitse taal heeft de film nooit het publiek bereikt waarvoor Funny Games was bedoeld. De film is terecht gekomen in de art houses en alleen de filmfreaks hebben ’m gezien. Nu kan de film wellicht z’n echte, eigenlijke publiek bereiken.

„Daarna heb ik me afgevraagd wat er in de afgelopen tien jaar is veranderd. Helemaal niets. De film is nu actueler dan toen. De consumptie van geweld is alleen maar toegenomen. Toen heb ik besloten om de film shot voor shot opnieuw te maken. Dat was ook een ambachtelijke uitdaging, want het is helemaal niet zo eenvoudig om onder hele andere omstandigheden, dezelfde beelden te maken. Ik wilde zien of me dat zou lukken. Het ging me dus ook om de sportieve eer.”

Heeft u overwogen om de film aan te passen voor een Amerikaans publiek?

„Nee. Je kunt geen anti-fascistische film maken met fascistische middelen. Een film als Natural Born Killers van Oliver Stone is een schoolvoorbeeld van hoe een regisseur zijn doel voorbij kan schieten. Die film wil de gewelddadigheid van de moderne media aan de kaak stellen, maar gebruikt daarbij precies dezelfde middelen. Wanneer ik de film had aangepast, zou ik me op hetzelfde niveau gaan bewegen als degenen die ik aanklaag. Bovendien: de lijm waaraan de Amerikaanse toeschouwer blijft plakken, is de spanning van de film. Maar dat was al zo in de Oostenrijkse versie. Ik zag geen reden om dat nog eens te verdubbelen.”

De film is inderdaad spannend. Hoe reageert u als mensen opbiechten dat ze plezier beleven aan Funny Games?

„Het gaat om het niveau van het plezier. De Matthäus Passion van Bach is op een bepaalde manier ook entertainment, maar wel op een heel hoog niveau. Voor mij is Salò van Pasolini de beste film die er bestaat over het thema geweld. Die film geeft op een bepaalde manier ook plezier, hoewel hij afgrijselijk is om naar te kijken. Dan heb je het over artistiek en intellectueel plezier, omdat iets goed gemaakt is. Maar als een geestelijk gestoorde een perverse opwinding ontleent aan mijn film, omdat de moordenaars witte handschoenen dragen, is dat uiteraard minder wat mij voor ogen stond.

„Tegen misverstanden is hoe dan ook geen kruid gewassen, hoewel ik veel moeite heb gedaan om die zoveel mogelijk te voorkomen. Als je je daar teveel aan gelegen laat liggen, kun je het thema geweld helemaal niet meer behandelen.”

Is de kans om verkeerd begrepen te worden niet groter met de remake, met een Amerikaanse studio als producent en een Amerikaanse filmster in de hoofdrol?

„Dat geloof ik niet, omdat de vertelwijze precies hetzelfde is.”

Uw film wordt als vermaak, als een thriller, in de markt gezet.

„Prachtig. Dan bereikt de film misschien het publiek waarvoor hij bedoeld is.”

Maar bent u dan nog een buitenstaander, of gewoon een onderdeel van het systeem dat u wilt bestrijden?

„Ik ben een paard van Troje. Ik gebruik de mogelijkheden die mij door het systeem worden geboden, om het van binnenuit te veranderen. Tegelijkertijd besef ik heel goed dat een film helemaal niets kán veranderen. Toch is dat de verantwoordelijkheid die je op je moet nemen, als je tenminste serieus wilt zijn.”

U wilde de film alleen maken als Naomi Watts de hoofdrol zou spelen.

„Zij heeft alles wat haar voor deze rol ideaal maakt. Ze ziet er goed uit, ze is heel kwetsbaar en ze is ook nog eens een geweldige actrice, die in staat is heel extreme emoties geloofwaardig te spelen. Daarom was haar medewerking voor mij een sine qua non om de film te maken, zoals ik La Pianiste alleen met Isabelle Huppert wilde doen. Beide keren heeft dat goed gewerkt.”

Volgens sommige recensenten geeft Naomi Watts de film een erotische lading, die in de eerste versie ontbreekt.

„Dat kan ik niet beoordelen. Voor mij is het heel moeilijk om deze twee films met elkaar te vergelijken. Dat laat ik aan het publiek en de critici over. Natuurlijk heb je in de ene versie elementen die intenser zijn dan in de andere. Met andere acteurs krijg je vanzelfsprekend ook andere hoogtepunten. Maar eigenlijk kan me dat helemaal niets schelen. Vroeger toen ik nog toneel regisseerde, heb ik regelmatig hetzelfde stuk met het hetzelfde concept, bij verschillende theaters geënsceneerd. Dan krijg je toch iedere keer een andere voorstelling. In het theater is dat heel normaal en dat geldt nog sterker voor opera, waarbij ensceneringen de hele wereld over reizen. Alleen bij film is het iets bijzonders.”

De vrouw is in de film duidelijk de sterkste partij, de man wordt vrijwel meteen uitgeschakeld.

„Dat is bij mij altijd zo. In al mijn films hebben vrouwen de beste rollen. Het gevoelsleven van vrouwen interesseert me eenvoudig weg meer. Mannen zijn saai. Waar dat vandaan komt, weet ik niet. Misschien moet ik dat nog eens psychologisch laten onderzoeken. Maar het geldt voor wel meer regisseurs. Ingmar Bergman is daar een groot voorbeeld van, met al die superieure vrouwenrollen en fantastische actrices.”

In Funny Games is onduidelijk wat precies fictie is en wat werkelijkheid. Met de titel onderstreept u dat het om ‘spel’ gaat.

„De titel is natuurlijk nogal kwaadaardig en cynisch. Zo grappig is het allemaal niet. De verhouding tussen fictie en werkelijkheid komt in de meeste van mijn films aan de orde. We krijgen tegenwoordig door de media informatie uit de hele wereld voorgeschoteld. We beelden ons daarom in dat we goed geïnformeerd zijn. Maar feitelijk zien we alleen duizenden en nog eens duizenden beelden, waarvan de meesten een gewelddadig karakter hebben. We hebben geen enkele mogelijkheid om de informatie die tot ons komt te verifiëren. Dat beschouw ik als een buitengewoon gevaarlijke stand van zaken, ook politiek gezien.

„Om daar tegenwicht aan te bieden, zitten in al mijn films momenten waarop ik tegen de geloofwaardigheid en het realiteitsgehalte van de beelden aanschuur. Ik zeg daarmee: wees voorzichtig, dit is niet de werkelijkheid. Zo hoop ik het wantrouwen bij de toeschouwer te versterken. In werkelijkheid weten we alleen wat we direct, aan eigen lijf en ziel, ervaren.”

Funny Games krijgt ook een andere lading, omdat beelden van martelingen, met het schandaal van Abu Graib, opnieuw actueel zijn. Hoe verhoudt de film zich daartoe?

„De film zelf heeft daar geen verhouding mee, maar de toeschouwer kan zich daar wel mee verhouden, omdat de beelden uit Irak in zijn hoofd zitten. Het beeld in de film, waarbij het kind een zak over zijn hoofd krijgt geduwd, sluit plotseling aan bij de beelden van Abu Graib. Dat is natuurlijk ook weer geen toeval. De pornografie van geweld neemt alleen maar toe. Dat staat vast, wat je er verder ook van mag vinden.”

Toch benadert ook u de kijker op een zeer brute manier.

„In deze film, zeker. Funny Games is een oorvijg. Maar in andere films, zoals Caché, is er eerder sprake van het irriteren van de toeschouwer. De kijker weet in Caché niet precies waar hij zich bevindt: in de film zelf, of in een video binnen de film? Dat is hetzelfde principe, alleen minder agressief gebruikt.”

U heeft gezegd dat u de toeschouwer „wilt verkrachten tot zelfstandigheid.” Dat is op z’n minst een paradoxale formulering.

„Iedere film manipuleert en is in die zin een geweldsdaad tegenover de toeschouwer. Dat is helder. De vraag is alleen met welk doel de kijker wordt gemanipuleerd. Daar begint de morele verantwoordelijkheid van de filmmaker. Gebruikt hij zijn machtsmiddelen om de kijker tot meer zelfstandigheid te bewegen, of manipuleert hij de toeschouwer om hem nog dommer te maken? Dat laatste is politieke manipulatie, of het nu van links komt of van rechts.”

Waar komt volgens u de hang naar geweld bij de mens vandaan?

„Dat is een knoop die niet te ontwarren valt. Daarom geloof ik ook niet dat je met een film iets kunt veranderen. Het hoogst haalbare is het geven van een aanzet tot nadenken.”

Funny Games is vanaf 29 mei in de Nederlandse bioscopen te zien.