Iedereen maakte ze mee

De eerdere delen – ‘De dagelijkse worsteling’ (2004),‘Tegen het vergeten’ (2005), ‘Wat van waarde is’ (2006) – zijn ook verschenen bij Oog & Blik en kosten € 14,95 per deel. Larcenets fotograaf worstelt zich dagelijks door het leven Tekening uit besproken boek
De eerdere delen – ‘De dagelijkse worsteling’ (2004),‘Tegen het vergeten’ (2005), ‘Wat van waarde is’ (2006) – zijn ook verschenen bij Oog & Blik en kosten € 14,95 per deel. Larcenets fotograaf worstelt zich dagelijks door het leven Tekening uit besproken boek Larcenet, Manu

Manu Larcenet: De dagelijkse worsteling. 4 Spijkers inslaan. Vertaald uit het Frans door Pieter van Oudheusden. Oog & Blik, 64 blz. € 14,95

Je vader is dood en je staat op het punt om dat voor het eerst aan iemand te vertellen. Of: een oude vijand, je hebt hem allang vergeven, komt ineens weer in je leven. Of: je dochter van vier heeft ruzie met een leeftijdgenoot, je kijkt toe en moet het haar alleen laten oplossen.

Het zijn bijzondere momenten in je leven, maar je hoeft er niet bijzonder voor te zijn: iedereen maakt ze mee. De Franse tekenaar-schrijver Manu Larcenet (38) is in staat om zulke momenten op ontroerende wijze te verbeelden. In vier jaar maakte hij net zoveel stripalbums met de overkoepelende titel De dagelijkse worsteling. Het laatste deel, Spijkers inslaan, verscheen onlangs in vertaling bij uitgeverij Oog & Blik.

Hoofdpersoon Marco, een oorlogsfotograaf in ruste, worstelt dagelijks. Met het nut en de noodzaak van zijn werk, met de angst om zich te binden, met de relatie tot zijn ouders. Hij kiest de scheepswerf waar zijn vader heeft gewerkt uit als nieuw fotoproject. De scènes waar Marco praat met oude, overbodig geworden havenarbeiders doen sterk denken aan de recente film ‘La graine et le mulet’ van Abdellatif Kechiche. Het zet je aan het denken: hoeveel Franse kunstenaars zijn momenteel bezig afscheid te nemen van het industriële verleden van de havensteden in hun land?

Nu De dagelijkse worsteling compleet is, loont het om de vier delen achter elkaar te lezen. Dan blijkt dat het niveau van Larcenets scenario’s vanaf het eerste deel onverminderd hoog is, maar dat zijn tekenstijl zich steeds verder heeft ontwikkeld. In het eerste deel zijn de personages en decors nogal simpel en karikaturaal. In het laatste deel zijn de houdingen beter doordacht, waardoor de personages veel sprekender worden.

Larcenet werkt steeds een klein jaar aan een scenario en heeft voor de ‘verbeelding’ ervan maar een paar maanden nodig. Hij schetst de pagina’s in potlood. Die schetspagina’s trekt hij met een fineliner over op een nieuw vel. Met een dikkere stift tekent hij dan de schaduwen in. De schaduwwerking is Larcenet steeds beter gaan beheersen. De zwart-wit tekening wordt ten slotte gescand en door zijn broer Patrice op de computer ingekleurd. Ook Patrice Larcenet is gegroeid, en gebruikt in deel 4 veel subtielere kleuren dan daarvoor.

Bij het herlezen ontdek je nog iets anders, namelijk dat Larcenet in het ene boek verwijst naar scènes in de andere. Als Marco in deel 3 na de dood van zijn vader diens schuur opruimt, vindt hij een kartonnen doos gevuld met kurken. In deel 4 vindt hij bij iemand anders thuis opnieuw zo’n doos. Hij pakt een kurk, kijkt er even naar, en glimlacht.

Larcenet dringt je niets op, maar neemt zijn kijker-lezer serieus.

De eerdere delen – ‘De dagelijkse worsteling’ (2004),‘Tegen het vergeten’ (2005), ‘Wat van waarde is’ (2006) – zijn ook verschenen bij Oog & Blik en kosten € 14,95 per deel.