Derde schikkingspoging lukte

In een periode van vijf maanden zijn bemiddelaar Jan Maarten Boll, lid van de Raad van State, en advocaat Rob Polak tot een schikking gekomen met de erven Malevitsj.

De Amsterdamse burgemeester Job Cohen en de erven Malevitsj spraken gisteren bij de persconferentie over een „historische dag”. Vijf belangrijke schilderijen van Kazimir Malevitsj zijn gisteren uit de collectie van het Stedelijk Museum in Amsterdam overgedragen aan de nazaten van de schilder.

„Na een jarenlange rechtsgang hebben de partijen besloten tot een schikking, die in ongeveer vijf maanden tot stand is gekomen”, zei Cohen. Zeven jaren geleden spraken de partijen al eens kort en vruchteloos over een schikking, maar na afloop daarvan besloot Amsterdam het op een rechtszaak te laten aankomen. Waarom heeft Amsterdam niet eerder geschikt? Cohen: „De tijd was nu rijp.”

Na afloop van de persconferentie licht Cohen dit summier toe. „In november vorig jaar kreeg ik het idee dat we moesten kijken of een schikking mogelijk was.” Het „menselijke element” was daarbij volgens hem belangrijk. Cohen bedoelt dat de erfgenamen nog klem zaten in de toenmalige Sovjet-Unie toen ze in de jaren zeventig voor het eerst de schilderijen claimden: „Maar ook dat de zaak nog heel lang had kunnen duren.”

Eerder dat jaar, in juli, had de gemeente Amsterdam een nederlaag geleden in de juridische procedure in de Verenigde Staten. Rob Polak, de Nederlandse advocaat van de erven, liet in deze krant weten dat zijn cliënten nog steeds in waren voor een schikking. Amsterdam ging in hoger beroep, maar begon wel na te denken over het beëindigen van de procedure die de gemeente volgens Cohen ongeveer een miljoen euro heeft gekost. „De uitspraak van de Amerikaanse rechter was inderdaad ook een factor”, bevestigt Cohen.

Cohen vroeg in november Jan Maarten Boll, lid van de Raad van State en voorzitter van de Vereniging Rembrandt, om te bemiddelen: „Boll heeft de kwaliteiten daarvoor en is boven nauw verbonden met het kunstleven in Amsterdam en het Stedelijk Museum.” Boll had eerder al informeel contact over de kwestie gehad met Cohen en met Polak. „Mijn drijfveer was dat recht moest worden gedaan aan de nagedachtenis van Malevitsj als groot kunstenaar.” Boll belde met Rob Polak, die nu zegt: „Toen is de bal gaan rollen.”

De partijen spraken met elkaar in Amsterdam, Den Haag en New York. Zo bezocht Boll het kantoor van de Amerikaanse advocaten in New York en sprak Polak af en toe met Boll in het gebouw van de Raad van State. De gesprekken waren volgens Boll „niet moeizaam”, maar wel gecompliceerd.

Het eerste schikkingsvoorstel van de gemeente Amsterdam werd verworpen, omdat de erven de aangeboden werken volgens Polak „onvoldoende representatief” vonden voor het hele oeuvre van Malevitsj. Hun tegenvoorstel werd verworpen door Amsterdam, dat daarop een nieuw voorstel deed. Dat derde schikkingsvoorstel accepteerden de erven wel.

De Amerikaanse Malevitsj-expert Eugena Ordonez maakte enkele weken geleden een uitgebreid conditierapport van de vijf werken. Woensdagavond tekenden de Amerikaanse advocaten van de erven in New York de overeenkomst, die door een van hen, Lawrence M. Kaye, met het vliegtuig naar Amsterdam werd gebracht.

Daar ondertekende Cohen gisterochtend op het stadhuis de overeenkomst. Meteen daarna werden de werken in het depot van het Stedelijk in het westelijk havengebied overgedragen aan de erven.

De erven weten nog niet wat ze gaan doen met de schilderijen, zeiden zij gisteren: „We zijn overweldigd door de emoties.” Ywona Malevitsj, een Poolse nabestaande die tegenwoordig in Duitsland woont, sloot niet uit een schenking te doen aan een museum in Polen, het land van herkomst van Malevitsj. Het Stedelijk Museum mag in de museumwinkel nog alleen de posters en ansichtkaarten verkopen die in voorraad zijn. Als die reproducties op zijn, zijn de vijf schilderijen echt weg. De werken die in Amsterdam blijven krijgen vanaf december 2009 „een ereplaats” in het Stedelijk.

Waarom hebben de erven genoegen genomen met vijf van de veertien geclaimde werken, als ze sterk stonden? „We hadden de eerste fase gewonnen, maar de gemeente was in beroep gegaan”, zegt Polak. „Zonder schikking was de rechtszaak waarschijnlijk nog jarenlang doorgegaan.”