De slager in het winkelcentrum snuffelt aan zijn vlees

Catherine O’Flynn: Wat verloren is. Vertaald door Jeannet Dekker. Artemis, 267 blz. € 17,95
Catherine O’Flynn: Wat verloren is. Vertaald door Jeannet Dekker. Artemis, 267 blz. € 17,95

Catherine O’Flynn: Wat verloren is. Vertaald door Jeannet Dekker. Artemis, 267 blz. € 17,95

Je kunt twee dingen doen als je jarenlang in een groot winkelcomplex werkt: langzaam geestelijk afsterven of een boek schrijven. Dat laatste deed Catherine O'Flynn (1970), een Britse debutant die als jongste opgroeide in een groot gezin in Birmingham. Deze prille schrijfster noteerde, in de periode dat ze werkzaam was in een grote platenzaak, alles wat ze om zich heen zag gebeuren in een notitieblokje. Ze was, zo blijkt uit een recent interview in de Britse krant The Independent, volledig geobsedeerd door de plek waar ze werkte. ‘Er zijn vele aspecten aan een winkelcentrum [...]. De gehypnotiseerde toestand waarin de klanten alles consumeren, de onbehaaglijke sfeer van het lege centrum gedurende de nacht, de constante aanwezigheid van de surveillanten [...].’

Het resultaat van al die jaren ijverig pennen is nu te lezen in What Was Lost. De roman gaat over Kate Meaney, een tienjarig meisje met een fantasierijke geest, die na schooltijd haar dagen slijt in het winkelcentrum Green Oaks. Daar houdt zij, zich voordoend als een jonge detective, de klanten in de gaten. Tot zij op een dag op mysterieuze wijze verdwijnt.

Met deze fantasievolle debuutroman won O’Flynn de prestigieuze Costa First Novel Award, bovendien werd ze ook genomineerd voor een aantal grote literaire prijzen waaronder de Booker Prize. Die aandacht is terecht. O’Flynn schrijft zeer levendig proza en heeft een opvallend oog voor detail dat op een humoristische wijze tot leven komt in met name de talloze observaties van de kleine Kate. Zoals: ‘’s Middags bij meneer Watkin de slager geweest. Gezien dat meneer Watkin aan vlees ruikt wanneer er geen klanten zijn – vlees waarvoor hij zijn neus optrekt, legt hij vooraan.’

Maar wat deze roman tot een volwassen boek maakt, is dat O’Flynn niet in de fantasievolle wereld van Kate blijft hangen. Halverwege geeft ze een onverwachte draai aan het verhaal. Ineens verschuift de tijd zo’n twintig jaar en worden twee nieuwe mensen geïntroduceerd: Kurt, een beveiligingsbewaker met een slaapstoornis en Lisa, een gedesillusioneerde medewerkster van een muziekwinkel. Via hun zoektocht naar een klein meisje, dat door de gangen van het centrum ronddwaalt, komt de lezer langzamerhand meer te weten over het lot van Kate. De ontknoping is ontluisterend, vooral omdat O’Flynn ruimte durft te geven aan de onverklaarbare beweegredenen waardoor mensen zich soms laten leiden. Het maakt Wat verloren is tot een verontrustende roman.