De kinderhandjes fladderen als vlinders

Roel Smits: Honderd procent mens. Nieuw Amsterdam, 205 blz. € 16,50

Er gebeurt eigenlijk niets noemenswaardigs in de korte verhalen van Roel Smits. Een echtpaar gaat verhuizen, een vrouw viert haar verjaardag met haar twee kinderen, er wordt een middelbare schoolreünie gehouden. Dat was het dan. Geen achterliggende intriges of onverwachte plotwendingen.

Roel Smits schrijft over gewone mensen die gewone levens leiden. Zo gewoon dat ook beklemmende eentonigheid of zwartgalligheid geen rol spelen. Het is het grote alledaagse middengebied dat hij bestrijkt, waar mensen leven die niet honderd procent gelukkig zijn, maar ook niet echt ongelukkig.

Wel is in alle verhalen sprake van afstand tussen de personages. Geen onoverbrugbare kloven, maar langzaam gegroeide verwijderingen, in slaap gesukkelde verhoudingen, veroorzaakt door ziekte, verlies of slapheid. De kleine, onbeholpen en volstrekt glamourloze pogingen om elkaar weer te naderen vormen het hoofdthema van de verhalenbundel Honderd procent mens.

Zo gaat het bijvoorbeeld met de hoofdpersoon uit het titelverhaal, die een vervroegd pensioen opgedrongen heeft gekregen, en met lede ogen kijkt naar zijn vrouw die opbloeit door haar nieuwe carrière als stervensbegeleider. Hij probeert haar aandacht te trekken met een gesimuleerde gescheurde meniscus, maar dat lukt uiteindelijk beter door eerlijk voor zijn zelfmedelijden uit te komen. Een ongedwongen vrijpartij, opgeleukt met restanten van medicinale wiet uit de nazorgpraktijk is zijn beloning. Daarvoor moet hij wel eerst een huilende klant van zijn vrouw afwimpelen.

Als Smits zijn personages even over de scheef laat gaan, is hij op zijn sterkst. In ‘Dode hoek’ bijvoorbeeld ontvlucht een man de manipulatieve terreur van zijn manische vrouw. Hij laat haar in de waan dat de kinderen zoek zijn, om even een sigaretje te roken, in de zandbak, waar ze rustig spelen. ‘Ik zuig en dan blaas ik de rook tussen ons in, waar kinderhandjes fladderen als vlinders.’

Het zijn vluchtroutes en soms ook heldendaden op de vierkante millimeter, die Smits beschrijft. Paradoxaal genoeg toont hij in zijn consequente keuze voor de drama’s van de grijze middenmoot eigenlijk zijn verborgen radicaliteit.

Die is er denk ik wel degelijk, maar wordt in dit debuut nog overschaduwd door Smits’ voorzichtigheid, alsof hij bang is om de bedaarde levens van zijn personages al te bruut te verstoren. Uit het verhaal ‘Schrijfonderwijs’, het minste van de bundel, zou je kunnen afleiden dat hij dat zelf ook door heeft. Daarin ziet een aspirant-schrijver onder ogen dat het hem niet lukt om ‘met zijn pik’ te schrijven. Zijn werk blijft in steriele verstandelijkheid hangen.

Dat gevaar is ook in Smits’ geval niet denkbeeldig. In Honderd procent mens toont hij zich af en toe net wat te psychotherapeutisch verantwoord. Tegelijkertijd heeft hij met deze debuutbundel bewezen daarboven uit te kunnen stijgen. Bovendien heeft hij laten zien goed raad te weten met dat lastige literaire gereedschap: het huis- tuin en keukengerei van de imperfectie.