Cultureel keizerrijk

In Milaan is de industriewijk Lambrate een culturele hotspot geworden.

Dat heeft cultureel entrepreneur Mariano Pichler gedaan – zonder subsidie.

Bij Faema maakten ze espressomachines, bij Innocenti werd in licentie van de Britten de kekke Mini geproduceerd, en bij Lambretto rolden de scooters in colonne de poort uit. Maar de een na de andere verhuisde of ging dicht, en het werd stil in Lambrate, een industriewijk in het noordoosten van Milaan.

Nu is Lambrate onder aanvoering van één man, Mariano Pichler, veranderd in het nieuwe creatieve brandpunt van de stad. Pichler is architect, verzamelaar en nu cultureel entrepreneur.

Al dan niet toevallig heet zijn bedrijf Imperatore, Keizer. De wijk is in elk opzicht zijn initiatief. Hij heeft onder andere bepaald dat de galeries dezelfde openingstijden aanhouden. Volgens een galeriehoudster zijn er inmiddels wachtlijsten voor zowel de culturele ruimtes als de woningen. En wie beslist wie in de wijk mag komen wonen of werken? „Mariano.”

In 2000 is Pichler begonnen met het inblazen van nieuw leven in de leegstaande fabrieken van Lambrate. Er hebben zich behalve galeries ook architectenbureaus, modeontwerpers en grafische vormgevers gevestigd. De boekwinkel van Art Book Milano zit er, evenals de redactie van het architectuurtijdschrift Abitare, een radiostation en de designopleiding van de Politécnico. Vorige week was hier ook een onderdeel van de Salone del Mobile, het jaarlijkse hoogtepunt voor de Europese designwereld: in een ruige tijdelijke ruimte van Plusdesign Gallery was werk te zien van de Nederlandse vormgever Richard Hutten en het Groningse collectief Spare Space.

Dit is cultureel ondernemerschap in de praktijk – en anders dan in Nederland geheel zonder subsidie. In een land waar ‘cultuur’ voor de overheid vooral aan antiquiteiten gelijk staat, is de hedendaagse kunst het domein geworden van gedreven particulieren als Mariano Pichler en vermogende mensen achter modemerken als Max Mara en Prada. Deze week kondigde de Fondazione Prada plannen aan voor een nieuw onderkomen voor haar kunstcollectie, ook in een leegstaand fabriekscomplex. De stad heeft geen publiek museum voor contemporaine kunst.

Hoewel Pichler alleen Italiaans spreekt, gaat hij volgende maand voor het eerst de grens over: op 2 mei opent hij een galerie in de Berlijnse wijk Wedding.

Is hij rijk? Hoe heeft hij dit alles

gefinancierd? Hij moet om de vraag lachen. „Ik ben zonder kapitaal begonnen, en de bank is er niet aan te pas gekomen. De eigenaar van Famea is zelf kunstverzamelaar en vond het een goed idee dat het gebouw een nieuwe, culturele bestemming zou krijgen. Ik hoefde de aankoopsom pas over twee jaar te betalen. Maar binnen een jaar had ik de helft van het complex verhuurd of verkocht en kon ik het afbetalen.” Als hij ruimtes verkoopt, zegt hij, vraagt hij minder dan de marktprijs.

Sinds 2006 zit ook de Nederlandse Manuela Klerkx met haar gelijknamige galerie in Lambrate. Zij woont al vijftien jaar in Italië en kent Pichler sinds 1994. Waarom willen galeries het centrum uit naar een oude industriewijk? „Ze kunnen zich op deze manier bevrijden uit het gevestigde, traditionele historische centrum. Hier in de periferie zijn er mooiere ruimtes en het is er gewoon spannender – net als in Berlijn en New York.” Bovendien, zegt ze, „hoeven beroemde galeries als Massimo di Carlo, die al eerste naar Lambrate met Mariano meekwam, het niet te hebben van toevallige voorbijgangers. Hun klantenkring komt naar hén toe.”

Zij omschrijft Lambrate als ‘een dorp dat tegen Milaan zit aangeplakt’. „We hebben alleen nog meer restaurants en bars nodig.”

Pichlerj heeft zich ook het recht voorbehouden om kunst te plaatsen in de openbare, gemeenschappelijke ruimtes. Dat pakt niet altijd even goed uit: toen hij aan de gevel van een van de woongebouwen een golvend en wenkend metalen gordijn wilde plaatsen als project van de kunstenaar Vito Acconci, kwamen de bewoners in opstand.

In de culturele wereld in Italië is alles met de politiek verbonden, zegt Klerkx – maar Mariano Pichler is onafhankelijk. „De gemeente negeert hem dan ook. Het enige wat ze interesseert, is of de grondprijs hierdoor omhoog gaat. Het voordeel is dat hij de ruimte krijgt om zijn plannen uit te voeren.”

Pichler heeft nog veel meer plannen. Op het terrein van de Lambretto-fabriek begint in oktober de bouw van een kunsthal, met verblijven voor kunstenaars die er straks een aantal maanden kunnen wonen terwijl ze aan een project werken. Er komt ook een verzamelgebouw voor zo’n veertig creatieve bedrijven, inclusief buurtvoorzieningen als een crèche en een sportschool. Ook heeft hij zijn oog laten vallen op een zeventiende-eeuwse villa in de buurt met ommuurde tuin.

Tijdens zijn studie was Pichler naar eigen zeggen marxist. Is hij nu als projectontwikkelaar kapitalist geworden? Hij gnuift. „Ik ben een geëvolueerde marxist met een culturele missie.”

Van 19 t/m 22 sept. vindt in Milaan START plaats, de opening van het culturele seizoen.