Boerka-moeheid bij politici

Twee jaar geleden wilde de Tweede Kamer nog een „effectief boerkaverbod”.

De meeste partijen willen nu ‘een oplossing op maat’.

Vrouw met niqaab in Rotterdam. Foto WFA WFA06:VERBOD OP BURKA IN OPENBARE RUIMTEN:ROTTERDAM;21DEC2005**ARCHIEFFOTO ***- Er moet een verbod komen op het dragen van een boerka in de openbare ruimte in Nederland. Dat vindt de Tweede Kamer, die op initiatief van het Tweede Kamerlid Wilders dinsdag het kabinet opriep met een verbod te komen. WFA/mc/str. David Rozing WFA
Vrouw met niqaab in Rotterdam. Foto WFA WFA06:VERBOD OP BURKA IN OPENBARE RUIMTEN:ROTTERDAM;21DEC2005**ARCHIEFFOTO ***- Er moet een verbod komen op het dragen van een boerka in de openbare ruimte in Nederland. Dat vindt de Tweede Kamer, die op initiatief van het Tweede Kamerlid Wilders dinsdag het kabinet opriep met een verbod te komen. WFA/mc/str. David Rozing WFA WFA

Voor elke twintig boerkadragers één minister. Zoveel aandacht zullen weinig Nederlandse burgers ooit van het kabinet ontvangen hebben. Minister Vogelaar (Integratie, PvdA) moest er gistermiddag zelf om lachen, dat ze samen met vier collega’s in de Tweede Kamer zat om te praten over de naar schatting honderd boerkadragers in Nederland.

Om het kabinetsbeleid voor het uitbannen van gezichtsbedekkende kleding in de openbare ruimte uit te leggen waren ook de ministers Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA), Hirsch Ballin (Justitie, CDA), Klink (Volksgezondheid, CDA) en Plasterk (Onderwijs, PvdA) aangeschoven.

Het kabinet kiest bij het aanpakken van boerka en niqaab – waarbij voor de juridische zuiverheid altijd wordt gesproken over alle gelaatsbedekkende kleding – dus ook bivakmutsen, integraalhelmen en capuchons – tegenwoordig voor een pragmatische lijn, vol nuances en ‘oplossingen op maat’. Rijksambtenaren mogen niet, op „het schoolcomplex” moet iedereen zijn gezicht laten zien, maar over het openbaar vervoer vindt nog discussie plaats. Lokale overheden moeten zelf weten wat ze doen en in de zorg gaat minister Klink eerst eens uitzoeken of het dragen van boerka’s eigenlijk een probleem is.

Twee jaar geleden had het onderwerp nog iets minder grijstinten. Toen eiste de Tweede Kamer nog een algeheel „effectief boerkaverbod” in Nederland. Het was een motie van Wilders, die door het CDA aan een meerderheid werd geholpen. Toen ging het vooral om het gevaar voor de openbare orde en veiligheid, nu ligt de nadruk meer op de problemen die ontstaan als je met iemand wilt communiceren zonder haar gezicht te zien, en hoe iemand die zich verbergt voor de buitenwereld ooit moet integreren in de samenleving.

Die kentering was niet naar de zin van PVV’er Sietse Fritsma en VVD’er Henk Kamp. Zij zijn zo teleurgesteld over de koers van het kabinet dat ze met hun eigen wetsvoorstellen komen, waarbij Fritsma zich beperkt tot moslims met gezichtsbedekking, en Kamp alle bedekte gezichten uit de openbare ruimte wil weren.

De opwinding van de rechtse fracties werd niet door de andere partijen gedeeld. Zij konden zich wel vinden in de ideeën van het kabinet, en leken vooral klaar om het onderwerp achter zich te laten. „Laten we het nou eens voor eens en voor altijd regelen”, zei Kamerlid Madeleine van Toorenburg (CDA). „Dan kunnen we het eindelijk achter ons laten, en hoeven we er niet steeds weer over de praten als de PVV gaat kraaien.”

Niemand in de Kamer vindt het leuk een boerka te zien. Zoals SP’er Ronald van Raak, die vertelde dat hij één keer in zijn leven een boerkadrager in een Amsterdams park was tegengekomen. „Dat was ronduit ongemakkelijk. Hier was een vrouw die geen contact met mij wilde. Wij hoorden niet bij elkaar.” Kamerleden moeten beseffen dat ze wel eens dingen zien die ze niet begrijpen, maar dat ze daar toch respect voor moeten opbrengen, legde Ed Anker (ChristenUnie) uit.

Waarom altijd weer die Haagse symboolwetgeving, vroeg Kamerlid Jeroen Dijsselbloem (PvdA) zich af. „We kunnen de maatschappelijke werkelijkheid niet in een mal passen.” De overtuiging dat je door het verbieden van boerka’s de vrouwenonderdrukking en gebrekkige integratie die erachter schuil zou gaan, kan oplossen, is volgens Dijsselbloem een illusie. Welke maatschappelijke groepering had eigenlijk om Haagse actie gevraagd, vroeg Dijsselbloem zich af. Aan VVD’er Kamp vroeg hij: „Welk probleem gaat u oplossen?”

Met diezelfde gedachte stelde Kamerlid Naïma Azough (GroenLinks) voor om eerst eens te onderzoeken wie deze boerkadraagsters eigenlijk zijn. Worden ze wel onderdrukt? Of kiezen ze zelf voor het isolement van de boerka. Zijn het slecht geïntegreerde allochtonen, of juist hoogopgeleide autochtonen die tot de islam zijn bekeerd? Niemand die het weet.

Minister Vogelaar kon Azough geruststellen, ze was al met zo’n onderzoek bezig. En, zei ze tegen Kamp en Fritsma, zij zouden de resultaten daarvan ook eens moeten afwachten: „Het zal u nog verbazen wat er onder die boerka zit.”