Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Politiek

‘Wie kwaad wil krijgt ’t lastig’

Het subsidiebeleid in Amsterdam is vatbaar voor malversaties. Maar het is geen exclusief probleem van de hoofdstad, zegt burgemeester Cohen. „Dit is nieuw terrein.”

Job Cohen Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Burgemeester Cohen in gesprek met VVD-ers in Amsterdam Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 071029
Job Cohen Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Burgemeester Cohen in gesprek met VVD-ers in Amsterdam Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 071029 Boyer, Maurice

Vriendjespolitiek, cliëntelisme of zelfverrijking door ambtenaren of politici bij het verstrekken van subsidies, het kan in de Amsterdamse praktijk voorkomen, zonder dat iemand iets in de gaten heeft. De gemeente Amsterdam verstrekt jaarlijks meer dan een kwart miljard euro aan subsidies zonder afdoende controle op de toewijzing of verdeling ervan, zo blijkt uit het rapport Stadsbrede integriteit – risicoanalyse op het gebied van subsidiëring van het gemeentelijk Bureau Integriteit. De analyse legt tal van onvolkomenheden bloot in het subsidieproces, overigens zonder feitelijke malversaties te hebben aangetroffen. Burgemeester Cohen en stadsdeelvoorzitter Duco Adema, namens de stadsdelen, waren opdrachtgever voor het onderzoek.

Vorig jaar raakte het stadsdeel Zuidoost in opspraak na aanwijzingen van belangenverstrengeling door politici. Een typisch voorbeeld van de Caraïbische mentaliteit, was toen de heersende opvatting. Maar de risico’s van integriteitsschendingen als gevolg van onduidelijke of ontbrekende regelgeving zijn er volgens Cohen stadsbreed. „Je kan over Zuidoost wel zeggen: oh, oh, die Caraïbische cultuur daar. Maar ik constateer aan de hand van dit raport dat de risico’s elders in de stad niet zo heel veel anders zijn.”

De lokale politiek en het maatschappelijk middenveld zijn zo nauw met elkaar verweven dat het risico van belangenverstrengeling altijd aanwezig is, luidt een van de conclusies in het rapport.

„Het gaat in dit rapport over de risico’s van die nauwe banden. De vraag of dat ook dagelijkse, reguliere praktijk is, wordt daar niet mee beantwoord. Wel dat ambtenaren en politici nu onvoldoende bewapend zijn tegen beschuldigingen van vriendjespolitiek, belangenverstrengeling of erger. Omdat de procedures, als die er al zijn, die mogelijkheid niet bieden. Door dat schemergebied zullen er in het verleden vast ongemerkt dingen gebeurd zijn. Maar met dit rapport in de hand kun je de kwetsbaarheid voor dergelijke praktijken wel verkleinen. Door je te realiseren dat die kwetsbaarheid er is én door de bedrijfsvoering te verbeteren. Of door je te realiseren dat er kwetsbare aspecten zijn in de relatie tussen ambtenaren en de politiek.”

Ambtenaren voelen zich wel eens gedwongen om politici hun zin te geven bij subsidieverstrekking, ook als dat tegen de regels indruist. Desnoods praten ze in hun adviezen de wethouder naar de mond. Dat is toch voedingsbodem voor integriteitsrisico’s?

„Politici vormen een risico als het gaat om ambtelijke integriteit. Een bestuurder hoeft maar een paar keer tegen een ambtenaar te zeggen dat hij iets niet meer wil horen. Dan denkt een ambtenaar vanzelf: ik stop. Hoe vaak dat gebeurt, weet ik niet. Maar het is een risicofactor in het subsidieproces, want de relatie tussen de ambtenaar en de politicus blijft altijd delicaat. Ik vind het zelf prettig als iemand tegengas geeft. Maar na de tweede of derde keer wil ik ook kunnen zeggen: ik heb erover nagedacht en ik wil het tóch zo doen. dan moet het klaar zijn. Maar de ruimte om tegengas te geven, moet er wel zijn. Daar sturen we intern bij de integriteitscursussen voor ambtenaren ook op aan. Het is de taak van de ambtenaar om te zeggen dat iets niet kan of niet mag. Maar bestuurders zijn wel ingehuurd om de uiteindelijke keuzes te maken. Want uiteindelijk blijf je als politicus wel verantwoordelijk.”

Ondanks die fraudegevoelige subsidiepraktijk, is het aantal meldingen daarover heel gering.

„En er zijn af en toe wel meldingen van misbruik. Maar als je, aan de hand van dit rapport, kijkt naar de praktijk van het hele proces, hoe individuele ambtenaren of politici ongecontroleerd zelf de procedures kunnen invullen, dan weet je ook dat het lastig is om te ontdekken als er iets fout zit. Wantoestanden zijn dan moeilijk te achterhalen. Het gaat nu om fuzzy regelgeving en dan doe je ook niet snel iets verkeerd. En het gaat ook nog eens vaak om individuele ambtenaren met een hoge mate van autonomie. Er is vaak verder niemand die meekijkt. Dat kan een verklaring voor het lage aantal meldingen zijn. Ik weet wat er gemeld wordt, maar niet wat er niet gemeld wordt. Dat soort zaken komt aan het licht als iemand uit de omgeving van zo’n ambtenaar iets ziet. Of dat iemand in het veld rare praktijken opmerkt en meldt. Maar in de huidige praktijk is het heel moeilijk om te traceren als er iets onfatsoenlijks gebeurt. Wie de boel wil besodemieteren, heeft altijd wel de gelegenheid. Het gaat er nu om, de omgeving zodanig in te richten dat iemand die kwaad wil, het zo lastig mogelijk krijgt.”

Omschrijft dit rapport typisch Amsterdamse praktijken of hebben andere grote steden of provincies ongemerkt hetzelfde probleem?

„Wij doen in Amsterdam meer aan integriteitsonderzoek dan elders. De buitenwereld mag straks best zeggen dat dit weer zo’n exclusief Amsterdams probleem is. Maar ik zou er voor waken om te zeggen dat dit een ‘typisch Amsterdams’ probleem is. Het zou mij verbazen dat, als je zoekt, je dezelfde problematiek niet ook bij andere overheidsinstanties zult aantreffen. Dit soort onderzoek is gevoelig en nieuw terrein. Net als toen we tien jaar geleden begonnen met het registreren van integriteitsschendingen. Toenmalig wethouder Guusje ter Horst dacht indertijd nog dat het om een handvol op jaarbasis zou gaan. Dat zijn er inmiddels meer dan honderd. Daarna hebben we hier dat Bureau Integriteit opgericht en is er stelselmatig debat over hoe politici en ambteren onderling met deze materie omgaan. Maar als je niet zoekt, weet je ook niet wat er werkelijk gebeurt.”

Hoe komt het dat zulke praktijken niet eerder zijn blootgelegd?

„Een paar jaar geleden brachten we naar buiten dat er stadsbreed meer dan honderd integriteitsschendingen plaats vinden. Dat hadden we in kaart gebracht en dan weet je ook dat er iets aan de hand is. Je kunt nu bij wijze van spreken wel alle subsidieaanvragen van de afgelopen vijf jaar tegen het licht gaan houden. Dan zul je niet veel, maar ongetwijfeld wel wat vinden. Maar je kunt beter vooruit kijken en zorgen dat het allemaal beter en anders georganiseerd wordt.”