Iran gastvrij voor Iraakse bondgenoten VS

Duizenden Irakezen verblijven in de Iraanse stad Qom. In eigen land zijn ze slaags, maar in Iran heerst er hoogstens onderlinge argwaan. Teheran heeft met allemaal goede banden.

Een Amerikaanse militair zoekt naar wapens in een Iraakse vrachtwagen met tomaten bij de grenspost Zurbatiya, aan de grens tussen Iran en Irak. Foto Scott Nelson/WPN/HH A U.S. Army Border Transition Team (BTT) member searches an Iraqi tomato truck on Monday, October 1, 2007 at the Zurbatiya border crossing on the Iraq-Iran border in Wasit province. The U.S. military has stepped up monitoring at the crossing, an alleged transit point for weapons flowing in from Iran in recent months.
Een Amerikaanse militair zoekt naar wapens in een Iraakse vrachtwagen met tomaten bij de grenspost Zurbatiya, aan de grens tussen Iran en Irak. Foto Scott Nelson/WPN/HH A U.S. Army Border Transition Team (BTT) member searches an Iraqi tomato truck on Monday, October 1, 2007 at the Zurbatiya border crossing on the Iraq-Iran border in Wasit province. The U.S. military has stepped up monitoring at the crossing, an alleged transit point for weapons flowing in from Iran in recent months. WPN;Hollandse Hoogte

Met de gashendel vol open passeren twee Iraanse geestelijken op een brommer een religieuze school in de theologische universiteitsstad Qom. Enkele andere geestelijken, afkomstig uit het buurland Irak, drukken zich tegen de verveloze muur. Duizenden Irakezen verblijven in Qom, 200 kilometer ten zuiden van Teheran. Volgens de Amerikaanse regering is de opstandige Iraakse geestelijke Muqtada Sadr, de leider van het Leger van de Mahdi, ook onder hen.

In shi’itisch Zuid-Irak en Sadr City, een grote shi’itische wijk van Bagdad, zijn de verschillende Iraakse shi’itische groepen onderling slaags. Sommige hebben goede relaties met Amerika, andere juist absoluut niet. Maar in Qom hebben ze allemaal kantoren, aanhangers en religieuze bijeenkomsten. Onderlinge spanningen zijn er niet, al is er argwaan. De Iraanse regering onderhoudt banden met alle Iraakse partijen in Qom.

Religieus zijn beide landen innig verbonden. Iran heeft de vroegere Iraakse oppositiepartijen die nu in Bagdad aan de macht zijn tientallen jaren politiek en militair gesteund. President Ahmadinejad is het eerste staatshoofd dat – los van de Amerikaanse president Bush – Irak heeft bezocht. Op economisch vlak is Iran de belangrijkste handelspartner van Irak.

„Helaas zijn veel van Sadrs aanhangers boeven en leden van de Ba’ath-partij van Saddam Hussein”, zegt Abu Ahmad Jaafari, vertegenwoordiger in Qom van de Opperste Islamitische Iraakse Raad, de grote politieke tegenstander van Sadrs beweging én bondgenoot van de VS. „Deze stad is decennialang vluchtoord voor ons geweest, toen Saddam de Iraakse heilige stad Najaf bezette. Allerlei groepen zijn hier gekomen. Nu zijn ook de sadristen hier, en ze zijn niet allemaal slecht.”

Geestelijken, studenten en andere gelovigen in Qom onderhouden nauwe banden met de Iraakse zusterstad Najaf, waar vooraanstaande shi’itische ayatollahs hun hoofdkwartier hebben. Aanhangers van Muqtada Sadr staan daar en in andere plaatsen in Irak tegenover Iraakse regeringstroepen. Die bestaan grotendeels uit voormalige militieleden van de Badr, de strijdgroep van de Opperste Islamitische Iraakse Raad die Jaafari in Qom vertegenwoordigt.

Waar de nationalist Muqtada Sadr pleit voor de eenheid van Irak, wil Abdel Aziz Hakim, de leider van de Opperste Raad, liever meer regionale macht voor de negen shi’itische provincies. Sadr is fel tegen de Amerikaanse bezettingstroepen, terwijl Hakims vertegenwoordigers in de Iraakse regering met de Amerikanen samenwerken. Sadr dreigde vorige week met een „volledige oorlog” als de regeringstroepen hun aanvallen op zijn mensen niet staken.

„Ik weet dat Sadr in Iran zit”, zei Condoleezza Rice, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, vorige week. Volgens de Amerikanen is dat het bewijs dat Iran hem en zijn militie steunt. Maar de Iraanse ambassadeur in Irak, Hassan Kazemi Qomi, liet vorige week weten dat Teheran het offensief van de Iraakse regering in de zuidelijke oliestad Basra tegen de militie van Sadr steunt. „Bandieten”, noemde hij de militieleden.

Sommige van Sadrs vertrouwensmannen beamen dat hun leider in Iran is. „Hij studeert in Qom. Hij wil meer tijd investeren in zijn religieuze opleiding en doet dat in Qom, waar veel belangrijke geestelijken doceren. Dit is geen geheim”, zegt een van zijn vertegenwoordigers in Iran, sjeik Abdolhassan Ebadi, zelf ook een Irakees.

De Iraanse regering ontkent de aanwezigheid van Sadr. Sadrs internationale woordvoerder sjeik Hassan al-Zargani, die twee weken geleden op bezoek was in Iran, wil geen duidelijkheid verschaffen. „Voor ons – gezien de veiligheidssituatie in Irak – is het goed dat iedereen zich afvraagt waar hij is”, zegt hij.

Of Sadr nu in Iran is of niet, de partij van zijn tegenspeler Hakim (tevens bondgenoot van de Amerikanen) heeft aanzienlijk steviger banden met de Iraanse regering. „Iran steunt ons al decennia”, legt Majid Majeed, vertegenwoordiger van de Raad uit in zijn kantoor in Teheran. Begin jaren tachtig hielp de Iraanse Revolutionaire Garde deze groep met het opzetten van haar Badr-militie, die jarenlang aanvallen uitvoerde in Irak. Na de Amerikaanse inval in 2003 werd de Raad met zijn militie een van de machtigste partijen in Irak.

„Iran was het eerste land ter wereld dat de nieuwe Iraakse regering erkende”, zegt Majeed. „Er zijn veel Amerikaanse beschuldigingen tegen Iran. Ik snap dat niet. In al die jaren hebben de Amerikanen nog geen enkel bewijs laten zien.”

Volgens de VS stuurt Iran wapens naar „opstandelingen” in Irak, daarnaast zou Iran militieleden trainen. Volgens de Amerikaanse opperbevelhebber in Irak, generaal Petraeus, speelt Iran een „vernietigende” rol in Irak. „Ik zie daar gewoon geen bewijzen voor”, zegt Majeed.

Hij geeft leiding aan een kantoor met 25 werknemers, in een goede wijk van Teheran. Het is duidelijk dat de Iraanse regering de Opperste Islamitische Iraakse Raad een warm hart toedraagt. „Onze leiders woonden jarenlang hier in de hoofdstad. Ze spreken allemaal Perzisch”,zegt Majeed. Vorig jaar onderging Hakim een behandeling van vier maanden in Teheran voor longkanker.

Voor Muqtada Sadrs vertegenwoordigers ligt dat anders. Ze hebben alleen religieuze vertegenwoordigingen in Iran, geen politieke kantoren. In Qom is dat het kantoor van Mohammad Baqir al-Sadr, een in 1981 door Saddam Hussein geëxecuteerde grootayatollah met sympathieën voor de Iraanse islamitische revolutie van 1979. Muqtada is zijn kleinzoon. Verscheidene belangrijke Iraanse geestelijken, zoals ayatollah Mahmoud Hashemi-Shahroudi, hoofd van de Iraanse rechterlijke macht, zijn door de grootvader van Muqtada Sadr opgeleid in Najaf.

Volgens Sjeik Ebadi, die zegt een verbindingsman te zijn voor gewonde sadristen die worden behandeld in Iran, heeft de militie van Hakim zich listig ingewerkt in Iraks leger en politie. „Zij zijn de regering. Ze kunnen alles maken. Maar Hakim wil Irak niet verdedigen, hij wil het verdelen. Net als de Amerikanen.”

Hassan al-Zargani, woordvoerder voor Muqtada Sadr, is gematigd positief over het buurland. „Iran kan een positieve invloed hebben in Irak.” Zargani verblijft in een gewoon hotel, spreekt geen Perzisch en weet niet hoe hij de taxi naar Qom terug moet nemen. „Wij Irakezen zijn slachtoffer van de slechte relatie tussen de VS en Iran”, vertelt hij. „Ze vechten hun strijd in ons land uit.”