Instorting begint met knellende deuren

De Friese Staten willen een steunfonds voor gedupeerden van funderingsschade in het Friese veenweidegebied. De houten funderingen zijn aangetast door paalrot.

Het huis van Ko van den Brink. „Veel gemeenten roepen dat het bij hen niet speelt.” Foto Karel Zwaneveld 24-04-2008. Echten. Nederland. Ko van den Brink in Echten, die zijn woning voor 70.000 in de betonnen peilers moest laten zetten. Hij is van de Stichting Funderingsproblematiek Friesland. Foto : Karel Zwaneveld
Het huis van Ko van den Brink. „Veel gemeenten roepen dat het bij hen niet speelt.” Foto Karel Zwaneveld 24-04-2008. Echten. Nederland. Ko van den Brink in Echten, die zijn woning voor 70.000 in de betonnen peilers moest laten zetten. Hij is van de Stichting Funderingsproblematiek Friesland. Foto : Karel Zwaneveld Zwaneveld, Karel

De voormalige houten cafévloer golft naar beneden. Aan de buitenkant van het oude dorpscafé in het Friese Echten zitten diverse scheuren in de vensterbank en de gevel. Eigenaar Hans van Rossem wijst naar een losgesprongen gipsplaat in het plafond. „De huiskamerdeur wil niet goed dicht. Een buitendeur hebben we een paar jaar geleden bijgeschaafd, maar die is haast niet meer open te krijgen.”

Alle ongemak is te wijten aan verdrogingsschade, stelt Van Rossem. Zeker vierhonderd huiseigenaren in de Friese Zuidwesthoek kampen ermee. Het grondwaterpeil werd in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw verlaagd voor de agrarische sector. Boeren konden dan vroeger in het voorjaar de weilanden in met zwaardere landbouwvoertuigen. Maar door het lage grondwaterpeil kwamen de houten funderingen droog te staan. Er kwam zuurstof bij en het hout werd aangetast door schimmelinfectie: paalrot.

Een sluipend proces van vijftien à twintig jaar, waarvan geen enkele woningbezitter op de hoogte was, vertelt Ko van den Brink van de Belangenvereniging Funderingsproblematiek Friesland, die hij drie jaar geleden oprichtte. „Het begint met knellende deuren en ramen, gevolgd door scheuren in buiten- en binnenmuren, zakkende vloeren en het eindigt met instorting.”

De juridische aansprakelijkheid is onduidelijk, aldus Van den Brink. „Gedupeerden worden van het kastje naar de muur gestuurd. Ze draaien zelf op voor vele tienduizenden euro’s aan herstelkosten, terwijl we hier toch spreken van een maatschappelijk probleem.” Van den Brink pleit, los van de schuldvraag, voor een financiële tegemoetkoming aan de gedupeerden. Ook zou het waterschap, Wetterskip Fryslân, maatregelen moeten nemen om verdere verdrogingsschade te voorkomen. Want volgens Van den Brink lopen nog eens 3.200 woningen in Friesland van voor 1960 het risico op verzakking en ernstige scheurvorming. „Ook nu wordt het grondwaterpeil nog regelmatig verlaagd voor boeren.”

Van Rossem verhuisde in 1995 vanuit Amsterdam naar Echten. De schade verhalen bij het waterschap is niet gelukt. Een betonnen fundering kost een ton. „En dat geld heb ik niet.” Hij laat nu aan de zijkant van zijn huis twee palen heien. „Anders zakt het nog verder weg en breekt het in tweeën.”

Van den Brink liet wel een betonnen fundering onder zijn huis aanbrengen, à 70.000 euro.

De provincie Friesland was aanvankelijk van mening dat funderingsschade een gevolg is van achterstallig onderhoud. Eigenaren zijn zelf verantwoordelijk voor de schade en moeten dan ook zelf voor de kosten opdraaien, vond gedeputeerde Tineke Schokker (CDA). Ze wilde experimenteren met een hoger grondwaterpeil en bewoners beter voorlichten over mogelijke schade.

Maar enkele weken geleden floten Provinciale Staten haar terug en eisten een schaderegeling. De teneur was: de provincie is misschien juridisch niet aansprakelijk, maar wel moreel. Burgers, zo vinden Provinciale Staten, mogen niet de dupe worden van beleid van de provincie. Over enkele weken komt Schokker met een nieuw voorstel. Ze noemt het „een uitdaging” om een regeling te vinden, want de materie is weerbarstig. En Schokker vreest precedentwerking. „Waar leg je als overheid de grens? Iemand die bij zee woont, moet zijn kozijnen vaker verven. Dat vergoedt de provincie ook niet.” Ze gaat in elk geval met het Friese waterschap om tafel.

Het algemeen bestuur van Wetterskip Fryslân is wel voor een beperkte regeling, mits provincie en gemeenten meedoen. Dijkgraaf Paul van Erkelens van Wetterskip Fryslân onderstreept dat juridisch vaststaat dat het waterschap niet verantwoordelijk is voor de schade aan de woningen. Wel is hij bereid te overleggen met financiële instellingen. „Het gebied mag niet verpauperen doordat woningen wegzakken.”

Van den Brink noemt de opstelling van de staten „een doorbraak”: „Het is tamelijk uniek dat een overheid erkent dat dit probleem er is. Veel gemeenten roepen dat het bij hen niet speelt. Maar alle bewoners van huizen die gebouwd zijn voor 1950 kunnen met funderingsproblematiek te maken krijgen.” Hoewel hij niet ontevreden is, wacht Van den Brink nog op een uitwerking van het plan voor een steunfonds. Het liefst ziet hij dat minimaal driekwart van de schade vergoed wordt.

Even belangrijk is het om preventieve maatregelen te nemen om problemen bij 3.200 woningen in Friesland te voorkomen, onderstreept hij. Ingenieursbureau Wareco uit Amstelveen oppert om ondergronds kunstmatige sloten rondom woonwijken aan te leggen, die de houten funderingen nat houden. Van den Brink: „In individuele gevallen wordt dit al gedaan. Een centimeter water boven de houten fundering zou al genoeg zijn.”