Professionalisme en sneuvelbereidheid

Voor de derde achtereenvolgende dag gaat deze rubriek over de Nederlandse aanwezigheid in Uruzgan en hoe de televisie daarover bericht. Afwisseling in de onderwerpkeuze is een mooi streven en er was heus wel wat anders te zien gisteren, maar dat alles verbleekte naast het optreden van commandant der strijdkrachten Peter van Uhm voor een select persgezelschap en de camera’s van NOS Journaal en RTL Nieuws. Het is een heel wat belangrijker onderwerp dan de nieuwshypes van de afgelopen maanden over een anti-islamfilm op internet of een puber die vertelt een lijk te hebben verdonkeremaand.

Geëmotioneerd maar beheerst en professioneel vertelde de generaal over de consequenties van het sneuvelen van zijn zoon, luitenant Dennis van Uhm, voor zijn functioneren als hoogste militair. Het was het eerste wat hij hoorde, toen hij vrijdagochtend zijn werkdag begon in een nieuwe positie. „Dan wil je even niet achter dat bureau zitten”, zei de opperbevelhebber.

Defensieminister Eimert van Middelkoop (ChristenUnie) had Van Uhm ook publiekelijk gevraagd zich in eerste instantie te concentreren op zijn verdriet en dat van zijn familie. Maar hij had weinig keus: „Mijn zoon zou niet willen dat ik bij de pakken neer ging zitten.” En als je dan de consequentie trekt dat je genoeg professional bent om persoonlijke gevoelens en de vereisten van het uitoefenen van je ambt te kunnen scheiden, dan moet je ook in de openbaarheid treden. Daar zijn namelijk goede redenen voor.

De eerste is een politieke. De nieuwsprogramma’s zonden gisteren slechts een deel uit van de persconferentie, maar de indruk bestaat dat het betoog van Van Uhm niet hoofdzakelijk gericht was op het winnen van de hearts and minds van de Nederlanders voor het doel van de militaire missie in Afghanistan. Hij zei het wel, dat hij overtuigd was dat de missie zinvol is en dat de Afghaanse bevolking er baat bij heeft.

Overtuigender is het feit dát hij naar buiten trad en liet zien dat een militair bereid is een hoge prijs te betalen voor het uitvoeren van zijn opdracht. In Nederland zijn we niet gewend aan sneuvelen en wekt ieder nieuwe slachtoffer een pacifistische reflex op in de publieke opinie. Stel nu eens dat Van Uhm zich wel zou hebben teruggetrokken, omdat het hem even te veel was geworden. Dat zou wel een heel slecht voorbeeld geweest zijn voor de standvastigheid van de natie.

In Het elfde uur (EO) ontving Andries Knevel twee goede bekenden van vader en zoon Van Uhm: brigadegeneraal Henk Morsink (aangeduid als ‘de gelovige generaal’) en voormalig minister van Defensie Henk Kamp (VVD). Morsink had Dennis en diens commandant, zijn eigen zoon die een paar wagens achter de omgekomen militairen reed, samen uitgezwaaid bij hun vertrek naar Afghanistan. Kamp formuleerde het scherp: „We moeten niet lichtvaardig denken over militairen, die lopen bewust een risico.”

Ook stelde Kamp de belangrijkste kwestie aan de orde, namelijk welk groter belang die risico’s waard zou zijn: „Stel dat we er niet zouden zitten, dan zou Al-Qaeda ongestraft door kunnen gaan met het voorbereiden van aanslagen tegen ons.” Daarmee geeft hij toe dat het hoofddoel van de missie niet opbouw en ontwikkelingshulp is, maar zelfverdediging in de strijd tegen het terrorisme. Zo is het ons destijds niet helemaal verkocht.

Die vraag naar het nut van sneuvelbereidheid is uiteindelijk de enige die ertoe doet, met alle respect voor de moed en inzet van beroepsmilitairen en het verdriet in de borst van krijgsmachtdynastieën.

Het vervelende is dat de beantwoording van die vraag niet eenduidig is. Defensie en embedded journalisten neigen naar een versie die haaks staat op de waarnemingen van onafhankelijke persvertegenwoordigers, zoals Arnold Karskens.

Die zei onlangs nog dat de Afghaanse bevolking in toenemende mate helemaal niet blij is met de Nederlanders. Ook lijkt de tegenstander meer bezig met de verdediging van eigen papavervelden dan met het voorbereiden van aanslagen in Nederland.