Hollywoodhater vol idealen

Compromisloze Sean Penn strijdt in beeld en daad tegen morele verwildering.

Vanaf morgen is Into The Wild te zien in de bioscoop, zijn vierde film als regisseur.

De regisseur Sean Penn staat altijd wat in de schaduw van de explosieve acteur Sean Penn. Foto Reuters Actor Sean Penn, starring as Harvey Milk in the film 'Milk', works on the set in the Castro neighborhood of San Francisco, California February 4, 2008. In mid-January Gus Van Sant began shooting his biopic about America's first openly gay elected official, Harvey Milk, a San Francisco supervisor who was assassinated in 1978 along with Mayor George Moscone by recently resigned San Francisco Supervisor Dan White. REUTERS/Kimberly White (UNITED STATES)
De regisseur Sean Penn staat altijd wat in de schaduw van de explosieve acteur Sean Penn. Foto Reuters Actor Sean Penn, starring as Harvey Milk in the film 'Milk', works on the set in the Castro neighborhood of San Francisco, California February 4, 2008. In mid-January Gus Van Sant began shooting his biopic about America's first openly gay elected official, Harvey Milk, a San Francisco supervisor who was assassinated in 1978 along with Mayor George Moscone by recently resigned San Francisco Supervisor Dan White. REUTERS/Kimberly White (UNITED STATES) REUTERS

Het wordt spannend welke stempel Sean Penn zal drukken als hij in mei juryvoorzitter is op het Filmfestival van Cannes. De Hollywoodhater staat niet bekend om zijn blad voor de mond. De slotfilm van het festival is in ieder geval Barry Levinsons Hollywoodsatire What Just Happened?, met Sean Penn en Bruce Willis als zichzelf. Morgen gaat in Nederland Penns vierde film als regisseur in première, Into The Wild.

De kalme regisseur Penn staat altijd een beetje in de schaduw van de explosieve acteur Penn. Ook in zijn regiewerk dolen obsessieve mannen rond, zoals politie-inspecteur Jack Nicholson die zichzelf vastbijt in de moord op een meisje (The Pledge), of de jongeman die alles opgeeft om naar de wildernis van Alaska te vertrekken (Into The Wild). De compromisloze Penn wordt blijkbaar aangetrokken door personages die het zichzelf moeilijk maken. Opvallend vaak speelde of regisseerde Penn scènes rond een dochtertje, al dan niet vermoord (Mystic River, I Am Sam, The Pledge, The Crossing Guard). Schuld, wraak en spijt zijn de grote woorden die passen bij die gekwelde mannen, die daarna weer op eigen kracht verder moeten.

Er schuilt iets aantrekkelijks in het idee om met niets opnieuw te moeten beginnen. Ooit raakte Penn door een brand zijn huis en bezittingen kwijt, maar rouwig is hij daar nooit om geweest, want dat schiep juist weer ruimte. In The Indian Runner verliezen de twee broers David Morse en Viggo Mortensen hun boerderij in Nebraska en ook de Alaskaganger in Into The Wild is ‘bevrijd van een huis’. Die verwildering moeten we in Into the Wild letterlijk nemen, terwijl zich in andere films van Penn een morele verwildering voltrekt, soms door een familietragedie, soms simpelweg door de cocaïne: zijn rol als snuivende, overmoedige maffia-advocaat met vlassig haar in Brian De Palma’s Carlito’s Way is een hoogtepunt uit de filmgeschiedenis, samen met zijn rol als briljante maar onmogelijke jazzgitarist in Woody Allens Sweet and Lowdown.

Die zelfkastijding heeft bij Penn vaak een hoger doel. Idealisme is hem niet vreemd. Een activist noemt hij zichzelf niet, maar wel iemand die leeft naar de woorden van E.L. Doctorow: ‘The responsibility of the artist is to know the time in which he lives’. Dus toog hij in 2002 naar Bagdad vlak voor de Amerikaanse invasie om de situatie met eigen ogen te bekijken. Daarna kocht hij een advertentie van 56.000 dollar in The Washington Post waarin hij Bush opriep om Irak niet binnen te vallen. Zijn kleine, gespannen mond werd nog verbetener toen hij vorig jaar in een talkshow riep: „George Bush, George Tenet, Dick Cheney, Donald Rumsfeld and Condi Rice should all be in fucking jail”.

Dat idealisme heeft hem op veel kritiek komen te staan. Als boegbeeld van de anti-oorlogsbeweging werd hij vaak bekogeld. Zijn woede zou een publiciteitsstunt zijn, en een man met zo’n gewelddadig verleden (hij heeft menig paparazzi met zijn vuist laten kennismaken) zou geen recht van spreken hebben over vredeskwesties. ‘Baghdad Sean’, zoals de kranten hem oneerbiedig noemden, zou het moreel van de soldaten naar beneden halen. In een artikel voor The New York Times hekelde Penn op zijn beurt het gebrek aan kritisch debat over de oorlog.

Penns zat ook daarna niet stil. In 2005 versloeg hij als journalist de Iraanse verkiezingen voor San Francisco Chronicle, en wondt zich op over de lakse houding van de westerse pers aldaar. Ook probeerde Penn met een lek bootje overlevenden van orkaan Katrina te redden. Dat kwam hem op hoongelach te staan, maar Penn verweerde zich door te zeggen dat hij in ieder geval uit zijn luie stoel is opgestaan.

Penn wordt wel vaker beschuldigd van iets wat hem juist zo tegenstaat in Hollywood: hypocrisie en ijdeltuiterij. Dat is Penns tragiek.