Coup bij ASMI nadert climax

Farhad Moghadam wil bestuursvoorzitter worden van chipmachinefabrikant ASMI. „Ik vind het huidige management niet capabel om ASMI te redden.”

De beloften van Farhad Moghadam zijn mooi. Als hij in mei tot nieuwe bestuursvoorzitter van chipmachinefabrikant ASMI wordt verkozen, zal hij binnen drie tot vijf jaar de waarde van het bedrijf opkrikken met een miljard euro. En dat is nogal wat voor een bedrijf waarvan de beurswaarde op dit moment 800 miljoen euro bedraagt.

„Als je de waarde van de deelneming in ASM PT (een Aziatische chipmachinefabrikant, waarvan ASMI 53,1 procent van de aandelen heeft, red.) daarvan aftrekt, dan is de waarde van ASMI zelfs 200 miljoen negatief” , zegt hij. „Als ASMI zo doorgaat, is het binnen een paar jaar failliet.”

Moghadam moet er een ongebruikelijke strijd voor aangaan. Op 1 maart is Chuck del Prado (46) zijn 76-jarige vader en oprichter van het bedrijf Arthur opgevolgd als topman. Maar op de aandeelhoudersvergadering van 21 mei staat op verzoek van grootaandeelhouder Hermes het ontslag van Del Prado en de voltallige raad van commissarissen en de benoeming van Moghadam en drie nieuwe commissarissen op de agenda.

Gisteren waren Hermes en Moghadam in Nederland om andere aandeelhouders hun plannen te presenteren. „Ondanks allerlei beloften is dit management niet in staat gebleken om de prestaties te verbeteren. Ze kunnen wel met een mooi plan komen, maar ik geloof niet dat ze capabel zijn om het uit te voeren”, zegt Moghadam.

Hij is via een andere activistische aandeelhouder Fursa (9,8 procent) in contact gekomen met Hermes, dat de afgelopen weken zijn belang uitbreidde naar 15 procent. Samen hebben zij nu meer aandelen dan Arthur del Prado (ruim 22 procent). „Chuck loopt al zeven jaar mee. Toen hij baas was van ASM Noord-Amerika is hij een belangrijke klant kwijtgeraakt, doordat niet attent op problemen met de machines werd gereageerd. Dat scheelt 200 miljoen omzet.”

Juist in het contact met klanten laat ASMI veel liggen, vindt Moghadam. „Ik ken heel veel klanten en weet wat ze verlangen. In Korea en Taiwan, waar grote klanten zitten met Samsung en TSMC, heeft ASMI de boot gemist. Ik heb daar goede contacten. Na 26 jaar in deze bedrijfstak ken ik veel mensen, sommigen nog van mijn studie aan Stanford University. En het gaat in totaal om nog maar 8 of 9 klanten die er toe doen.”

De van oorsprong Iraniër Moghadam is een veteraan in deze vrij jonge industrietak. Hij werkte na zijn studie eerst tien jaar bij chipproducent Intel en daarna 16 jaar bij Applied Materials, de belangrijkste concurrent van ASMI. Daar leidde hij tot vorig jaar een divisie met een omzet van 4 miljard dollar. Hij ging weg omdat hij zelf wel eens de hoogste baas wilde zijn van een onderneming. Maar Applied Materials, met een omzet van 9 miljard dollar en een beurswaarde van 25 miljard, vond hij een maatje te groot. „Ik ben een turnaroundmanager die middelgrote bedrijven beter kan laten presteren. Dat heb ik wel bewezen.”

ASMI noemt hij een bedrijf met een prachtige portefeuille aan technologische producten en patenten. „Aan de investeringen in onderzoek en ontwikkeling ga ik zeker niet tornen. Sterker nog, als de opbrengsten omhooggaan zal ik ze verhogen. Maar je kunt niet zeven jaar in de ontwikkeling van een technologie investeren en er dan niets aan verdienen.” Aan de uitvoering schort het. Fabricage en onderhoud kan meer naar Azië. „Daar zit tegenwoordig 85 procent van de klanten. Waarom zou ik dan hier mijn reserve-onderdelen opslaan?”

Er is nog veel te winnen daar, denkt hij. „De brutomarge bij ASMI ligt op 30 procent, 15 procent lager dan bij concurrenten. Ze zeggen dat ze in 2009 dat niveau kunnen halen. Ik geloof daar niets van. In ons plan gaan we uit van een brutomarge van 40 procent en een operationele winstmarge van 15 tot 20 procent. We gaan ons niet vastleggen op onhaalbare doelen.”

De top 100 van het bedrijf zal profiteren van de waardegroei van 1 miljard euro, zegt Moghadam, en kan dan ongeveer 100 miljoen euro verdelen. „Ik neem hooguit 10 tot 15 man mee , dus 85 van de huidige toptalenten mogen meedoen aan een aandelenprogramma. Nu is er niets voor ze, alleen voor een paar mensen aan de top. Ik wil zo het ondernemersschap stimuleren.”

En zijn eigen beloning? „Daar is nog niets over afgesproken, want met wie zou ik dat moeten doen? Met één aandeelhouder? Mijn beloning zal ook afhankelijk zijn van de prestaties. Binnen een paar weken zal ik een buitengewone aandeelhoudersvergadering bijeenroepen die zich over het hele beloningsprogramma mag uitspreken.”