Prijs Letteren naar 40 duizend euro

De Nederlandse Taalunie heeft het prijzengeld van de Prijs der Nederlandse Letteren verhoogd tot 40 duizend euro. Daarbij komt 20 duizend euro voor de promotie van het werk van de winnaar.

De prijs wordt in 2009 weer toegekend, een jaar eerder dan voorzien. Vorig jaar weigerde Jeroen Brouwers de onderscheiding omdat hij het prijzengeld (toen 16 duizend euro) ‘een aalmoes’ vond. „Ik ben in het gelijk gesteld” zei Brouwers vanmorgen. „Maar ik begrijp werkelijk niet waarom ik het verhoogde bedrag niet alsnog krijg. Nu word ik gestraft omdat ik iets aanhangig heb gemaakt. Een handdruk van de koning hoef ik niet. Het geld mogen ze zo op mijn bankrekening overmaken.”

De verdeling in geld voor de auteur en voor de ondersteuning van diens oeuvre kan in Brouwers’ ogen ook geen genade vinden: „Wat heb je aan die ondersteuning? Geef gewoon al het geld aan de schrijver. Ik blijf het gekruidenier vinden. Als ze die prijs als zo belangrijk beschouwen, moeten ze er gewoon een ton van maken.”

Nadat Brouwers in oktober de hoogte van het prijzengeld aan de orde had gesteld, overlegde het Comité van Ministers van de Taalunie over een directe verhoging. Daartoe werd, met een beroep op de reglementen, niet besloten. De Vlaamse minister Anciaux verklaarde later dat hij in het beraad met zijn Nederlandse collega Plasterk wél voor een verhoging van het prijzengeld had gepleit.

De verhoging van het prijzengeld gaat verder dan het advies dat de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren vorige maand uitbracht. Die wilde de laureaat 25 duizend euro geven en 35 duizend euro besteden aan de ondersteuning van diens oeuvre en de prijs. Die ondersteuning is niet nieuw en wordt bepaald in overleg met de auteur en kan bestaan uit de (mede-)financiering van een speciale uitgave. Vorig jaar was er 32 duizend euro beschikbaar, onder meer voor het maken van een film over Jeroen Brouwers („een filmpje”, volgens Brouwers). Ook kunnen er met de toekenning van de prijs samenhangende organisatorische zaken van worden betaald, maar dat gaat volgens woordvoerder Ilse van Bladel van de Taalunie om ‘luttele bedragen’. De prijsuitreiking en de receptie worden betaald door het Nederlandse of Belgische hof, afhankelijk van de vorst die de prijs uitreikt. In 2009 is dat Koning Albert van België.