Op de fiets klimmen voor de nood-Albert Heijn

De grootste vinexlocatie van Nederland, Leidsche Rijn, is half af. Bewoners prijzen de ruimte, maar missen voorzieningen. De eerste probleembuurt lijkt in de maak.

Gezicht op Leidsche Rijn. Inmiddels telt de wijk 37.000 bewoners, ongeveer de helft van het beoogde totaal. Foto Merlin Daleman Nederland, Leidsche Rijn, 19-04-08 Vinexwijk. © Foto Merlin Daleman
Gezicht op Leidsche Rijn. Inmiddels telt de wijk 37.000 bewoners, ongeveer de helft van het beoogde totaal. Foto Merlin Daleman Nederland, Leidsche Rijn, 19-04-08 Vinexwijk. © Foto Merlin Daleman Daleman, Merlin

In de Burt Bacharachstraat stopt een man om de weg te vragen. Hij heeft geen idee waar hij zich bevindt, zijn navigatiesysteem ook niet. De buurt Terwijde in Leidsche Rijn is nog te nieuw om in de TomTom te zijn opgenomen. Hij gaat maar op zoek naar een doorgaande weg, rijdt de wijk uit, langs het vrachtverkeer, richting de A2 die in de verte ligt, achter een grote lege vlakte waarboven een buizerd cirkelt.

De abrupte afwisseling van desolate leegte en knusse nieuwbouwbuurtjes geeft Leidsche Rijn, de grootste vinexlocatie van Nederland, een surrealistische en elke week weer andere aanblik. Na ruim tien jaar bouwen wonen er nu ongeveer 37.000 mensen. Het is officieel een wijk van Utrecht, maar in feite wordt het een stad zo groot als Leeuwarden, met 80.000 inwoners na 2015. De ontwikkeling is in het verleden vertraagd, tweederde van de huizen had er al in 2005 moeten staan. Ook de bouw van het ‘stadshart’, het nieuwe grote centrum loopt mogelijk vertraging op. Deze maand wordt de opdracht gegund, maar er is nog maar één partij over, Fortis/Vesteda. Als die al te gekke eisen stelt of niet met een goed plan komt, is er niemand die kan gaan bouwen.

Veel Leidsche Rijnbewoners lijken daar echter niet zo mee bezig. Veelal verhuisden ze naar buiten de stad voor wat meer rust. Zoals Jan en Helma van Barneveld. Heerlijk vinden ze het hier, al is het jammer dat ze niet meer zo makkelijk naar het winkelcentrum kunnen lopen. Nou ja, winkelcentrum, de nood-Albert Heijn. „We willen ook wel eens naar de Lidl, maar zulke voorzieningen zijn er nog niet”, zegt Jan. En de aansluiting met de stad is niet goed. Soms staan ze een uur op de bus te wachten, wegens het personeelstekort van busbedrijf GVU vallen de lijnen naar Leidsche Rijn als eerste uit. Jan en Helma weten hoe dat gaat, ze werken allebei zelf op de bus.

„Veel mensen in Leidsche Rijn hebben twee auto’s”, zegt Michel Palm, bewoner van Vleuterweide, aan de westkant van Leidsche Rijn. „Zolang het nieuwe centrum er nog niet is, rijden we wel naar Utrecht of naar Woerden om te winkelen.” Veel meer zorgen maken de verschillende bewonersverenigingen zich over de directe omgeving: te weinig speeltuintjes, geen buurtwinkelcentrum. Of te weinig parkeerplekken.

Die klacht is de directeur van het projectbureau Leidsche Rijn, Wouter van der Poel, zeer bekend. De wijk is uitdrukkelijk ontworpen als fietsstad, dus hij laat de wijk ook graag op de fiets zien. Maar, geeft hij direct toe, het werkelijke gebruik van de fiets is teleurstellend en het autogebruik juist hoog. „Het rondje van de crèche naar het werk en weer terug naar huis via de supermarkt is moeilijk te doorbreken.” Aanvankelijk was er parkeerruimte voor 1,3 auto’s per huishouden, dat is na aanhoudende klachten verhoogd naar 1,5.

Na een dip in de huizenmarkt is het bouwtempo weer aangetrokken. Van een nieuwe neergang van de markt is in Leidsche Rijn nog niets te merken. Tijdens een fietstocht door de wijk is regelmatig afstappen onvermijdelijk, fietspaden eindigen soms rechtstreeks in een zandbak, of worden onderbroken door werkzaamheden. Volgens Van der Poel worden alle huizen vrijwel direct verkocht. Er wordt gevarieerd gebouwd, de gemiddelde huizenprijs in Leidsche Rijn is 250.000 euro.

Grote kans dat de driehonderdduizendste inwoner die Utrecht in de herfst verwacht uit Leidsche Rijn komt. Vorig jaar kwamen in de wijk 1.900 huizen gereed, bijna drie keer zoveel als in de rest van Utrecht. Er komen regelmatig stedebouwkundigen uit de hele wereld kijken om te zien hoe Utrecht het aanpakt in Leidsche Rijn. Ook met hen fietst Van der Poel door de wijk en laat ze zien hoe de bestaande structuren, zoals monumentale boerderijen en bijvoorbeeld de historische loop van de Oude Rijn bepalend zijn voor de opzet van de wijk. Hij geeft toe dat het relatief makkelijk plannen is op de 2.100 hectare die voorheen voornamelijk voor tuinbouw werd gebruikt.

Zorgen zijn er ook. Vooral over de zaken die je volgens Van der Poel niet met stenen kunt oplossen. „De commercie is conservatief, ondernemers wachten tot er genoeg mensen wonen, pas dan komt er een buurtwinkelcentrum of een horecagelegenheid. We proberen dat op te lossen met noodvoorzieningen.”

Een andere zorg is de jeugd tussen 12 en 18 jaar. „In Parkwijk, het deel dat er al wat langer ligt, ontstaan de eerste problemen al in de wijk. De corporaties en de gemeente moeten daar investeren in sociale factoren.”

De fietstocht eindigt bij de aansluiting op Utrecht, waar het nieuwe stadshart moet komen. Het is een winderige vlakte met een wirwar van tijdelijke en nieuwe wegen en fietspaden. Het verleggen en overkappen van de rijksweg A2 langs het Amsterdam-Rijnkanaal was de belangrijkste risicofactor voor Leidsche Rijn. Nu dat gebeurt, is Van der Poel gerust op de goede afloop. Het is altijd de bedoeling geweest quitte te spelen met het project, waarmee grofweg 1,5 miljard euro aan gemeentelijke investeringen gemoeid is, maar tegenvallers bedreigden dat streven. Van der Poel denkt nu Leidsche Rijn te kunnen afronden met een verlies van ongeveer 26 miljoen euro.