Een jaar langer doorwerken voor 50 euro per maand

Mensen worden ouder, zijn langer gezond en kunnen dus blijven werken na hun 65ste. Minister Donner wil dat ouderen dat dan ook doen. Is de AOW-bonus een goede prikkel?

Andries Bongers is tegen de ‘pensioendood’. Hij geniet een „riant” pensioen van IBM, maar sprak twee jaar geleden, toen hij 65 werd, met zichzelf af dat hij nog tien jaar zou werken. „Werken is leuk.”

Hij runt drie bedrijven en is bestuurslid van de sectie arbeidsvoorwaarden van de vereniging voor personeelsmanagement NVP. „Hoe ouder, hoe beter”, stelt Bongers, die het belangrijk vindt dat oudere mensen langer werken. „Dat sommigen na hun 50ste al gaan afbouwen is idioterie.”

Die opvatting heeft hij gemeen met minister Donner (Sociale Zaken, CDA). Diens jongste plan om 65-plussers aan het werk te houden is de ‘uitstelbonus’ op de AOW. Wie een jaar doorwerkt, zou daarna 5 procent meer staatspensioen kunnen krijgen, opperde de minister deze maand. Bij het Voorjaarsoverleg, morgen, wil hij er met werkgevers en werknemers over praten.

De minister werkt aan meer plannen om de arbeidsparticipatie te vergroten. Nu werkt 72 procent van de beroepsbevolking, in 2016 moet dat 80 procent zijn. Dit kan de druk op de lonen doen afnemen en het personeelsgebrek in menige branche verminderen.

Dat van de 60- tot 65-jarigen slechts 21 procent werkt, beschouwt Donner als een groot probleem. Los daarvan, vindt hij, moet Nederland maar eens af van de idee dat de 65ste verjaardag het automatische einde betekent van een arbeidzaam leven.

De vraag is alleen: zet het zoden aan de dijk, zo’n uitgestelde AOW? De FNV geeft weinig hoop. „Die luchtballon van Donner?”, reageert woordvoerder Paulus Plas. „Te veel open eindjes. Het moet eerst maar eens concreter worden.” Een bezwaar kan de vakcentrale zo noemen: „Als je een jaar langer doorwerkt, krijg je een jaar korter AOW. Krijg je daarna 5 procent meer, dan heb je twintig jaar nodig om het gemiste jaar goed te maken. Je betaalt het dus zelf, en daarvoor moet je dan nog wel ten minste 86 jaar worden.”

Heeft een extraatje van 5 procent voldoende aantrekkingskracht? Dat is niet duidelijk. Een alleenstaande krijgt nu bruto 1.000 euro AOW per maand, mensen met een partner 688 euro. Blijft iemand een jaar langer werken voor 50 euro per maand meer?

Kees Korevaar, onderzoeker en adviseur bij het Instituut voor Arbeidsvraagstukken van de Universiteit van Tilburg, vermoedt dat Donners voorstel interessant kan zijn voor „enkele tienduizenden mensen”. Dan gaat het vooral om werknemers met een laag inkomen – schoonmakers bijvoorbeeld – of een gebrekkige pensioenvoorziening, bijvoorbeeld mensen die lang in het buitenland verbleven. Die vinden het mogelijk aantrekkelijk langer door te werken.

Voor mensen met een relatief hoog salaris of aanvullend pensioen zijn een paar tientjes per maand extra geen reden na de pensioendatum door te werken. „Voor een hoogleraar spelen andere factoren”, zegt Korevaar. „Is het boeiend werk? En wat levert het op?”

Volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau werkt 15 procent van de werknemers na de officiële pensioendatum door of is in ieder geval bereid door te werken, vooral in deeltijd. „En dat percentage is de laatste jaren langzaam aan het stijgen”, weet Korevaar.

Hoewel veel cao’s en het stelsel van sociale zekerheid 65 jaar als eindpunt voor arbeid beschouwen, is er geen formele belemmering voor doorwerken. Sterker, er zijn flinke materiële stimulansen. Wie 65 wordt en voor zijn oude of een nieuwe baas aan de slag gaat, incasseert AOW plús het honorarium dat met de werkgever is afgesproken. Bovendien houdt hij meer over van de bruto-inkomsten. Immers, de plicht om premies te betalen voor werknemersverzekeringen (WW, WIA, ZW) en AOW vervalt bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd.

Het vervallen van die premieplicht heeft ook voordelen voor werkgevers. Zij hoeven hun aandeel voor een 65-plusser evenmin te betalen. Daardoor is inzet van een competente oudere uit financieel oogpunt interessanter dan van bijvoorbeeld een 62-jarige.

Donners woordvoerder bevestigt dat. „Scherp gesteld subsidieer je 65-plussers, en concurreer je dus met overheidsgeld 65-minners weg. Dat kan natuurlijk niet de bedoeling zijn.” Dat 65-plussers minder rechten hebben dan 65-minners maakt de ouderen voor werkgevers nog interessanter. Vaak werken ze als freelancers, parttime, flexibel, op projectbasis. Ontslagbescherming hebben ze niet, cao-afspraken gelden niet, voor ziekte draaien ze zelf op. Dat is voor velen geen probleem; ze vallen dan terug op hun pensioen.

Deze categorie zou het werken onaantrekkelijker gemaakt kunnen worden, om de grootste probleemgroep, de 55- tot 65-jarigen, langer aan het werk te houden. Maar dat frustreert weer het principe dat 65-jarigen ook langer moeten kunnen werken.

Donner zal met al die haken en ogen rekening moeten houden. Zijn notitie Doorwerken na 65 jaar, waarin hij het thema werken en ouderen uitgebreid zal behandelen, moet dit voorjaar uitsluitsel bieden. De minister vindt het vooral belangrijk, zegt zijn woordvoerder, „dat mensen tussen de oren krijgen dat 65 niet het einde van hun loopbaan is”. Negen van de tien mensen zouden dat denken. „Maar dat is een opvatting uit de begintijd van de AOW. Toen werden mensen gemiddeld 68 jaar oud. We leven nu zoveel langer, en we blijven zoveel langer gezond, dat het juist níét normaal zou moeten zijn om op je 65ste te stoppen met werken.”