Bekakt

Onlangs heb ik aan tafel gezeten met een jongere zus van koningin Beatrix. Of beter: zij had een jongere zus van koningin Beatrix kunnen zijn. Uiterlijk leek zij niet veel op onze koningin, maar wel in haar uitspraak van het Nederlands.

„Daar ben ik niet zo’n veurstander van”, zei zij op een gegeven moment.

En: „Nee, dat heurt niet.”

Later kwamen we nog even te spreken over jaloezie, een woord dat zij consequent uitsprak als zjaloezie.

Ik kan erg genieten van een vlekkeloze uitspraak van het Nederlands, zeker nu die steeds zeldzamer begint te worden. Ik was altijd een grote fan van Henny Stoel als nieuwslezeres. Zij spreekt helder, natuurlijk, nooit overdreven.

Ik kan ook erg genieten van platte uitspraakvarianten van het Nederlands. Ik ben een kind van de Randstad, dus de varianten die je dáár hoort zijn mij het liefst. Plat-Amsterdams, plat-Haags, plat-Utrechts – je kunt er mij voor wakker maken.

Van het plat-Rotterdams word ik zelfs een beetje wee, puur uit sentimentaliteit, omdat ik een deel van mijn jeugd in die stad heb doorgebracht. Bij uitspraakvarianten uit de randgebieden van Nederland moet ik vaak mijn oren spitsen om de inhoud goed te begrijpen, maar er zijn weinig dialectuitspraken die ik lelijk of storend vind.

Maar met mensen die veurstander zeggen heb ik moeite. In dit geval ging het om aan vrouw van achter in de dertig. Zij was vriendelijk en aanwezig, én van bepaalde dingen geen veurstander omdat die niet heurden. Vraag me niet wát er niet heurde, want dat is aan mij voorbijgegaan. Als je een zin mag vergelijken met een weg, dan zijn woorden als heuren en veurstander voor mij kuilen waar ik met een smak in donder. Ik blijf even liggen, klauter omhoog, knipper met de ogen en probeer me bij de ander te voegen, maar een stuk van de weg hebben we niet samen afgelegd.

Het kost me, als ik uit zo’n kuil klauter, trouwens moeite om mijn gezicht in een plooi te houden, want – als ik mijn vrije mening mag geven – de bekakte uitspraak van het Nederlands werkt sterk op mijn lachspieren.

In feite slaat dit natuurlijk allemaal nergens op. Bekakt is net zozeer een uitspraakvariant van het Nederlands als plat. Het is niet rationeel om van het ene wel te genieten en het andere als aanstellerig, afstandelijk en overdreven te veroordelen, maar zo is het nu eenmaal.

Overigens speelt bij dit alles de leeftijd een rol. Als ik met een zeventigjarige freule Van Veurrrst tot Veurrrde aan tafel had gezeten, had ik het ook moeilijk gevonden om me te blijven concentreren op de inhoud van het gesprek, maar in dat geval zou ik hebben gedacht: ach, het hoort bij die generatie. Maar bij een jonger iemand denk ik al snel: godallemachtig, waar ben jij al die tijd geweest? In welke omgeving ben jij opgegroeid dat je deze uitspraak van het Nederlands hebt kunnen volhouwen? Dat zal vast geen zwarte school in Amsterdam-Noord zijn geweest.

Bij de koningin stoort deze uitspraak mij overigens het minst. We spreken elkaar niet zo vaak, de koningin en ik, maar ik hoor haar weleens op radio en tv en dan denk ik: het hoort een beetje bij die baan, hoewel Juliana toch een stuk gewoner sprak.

Ewoud Sanders

Reacties via www.nrc.nl/woordhoek of naar sanders@nrc.nl