‘Wij verkopen zorg, lifestyle en verlichting’

Philips is al lang geen elektronicaconcern meer, vindt Philips. Onder topman Gerard Kleisterlee is Philips een ander bedrijf geworden. Ook meer één bedrijf, vindt Kleisterlee. Een vraaggesprek.

Philips-topman Gerard Kleisterlee: „Een acupunctuursetje van Philips? Waarom niet, als daar een markt voor is.” Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 21-03-2008 Gerard Kleisterlee, President en chief executive officer van Koninklijke Philips Electronics N.V. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS
Philips-topman Gerard Kleisterlee: „Een acupunctuursetje van Philips? Waarom niet, als daar een markt voor is.” Foto Roger Cremers Nederland, Amsterdam, 21-03-2008 Gerard Kleisterlee, President en chief executive officer van Koninklijke Philips Electronics N.V. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Cremers, Roger

Het afstoten van de zwaar verlieslijdende televisies in Noord-Amerika lijkt voor Philips-topman Gerard Kleisterlee een vrij emotieloze gebeurtenis. „Wij nemen eerder afscheid van een langjarig probleemgebied dan van een wezenlijk deel van de Philips-historie”, e-mailt hij deze week vanuit het buitenland. En: „Wellicht hebben wij in een bepaalde periode het beeld over Philips te veel vooral door televisie laten bepalen, terwijl we zoveel andere activiteiten hebben op het gebied van gezondheid en welbevinden die het leven van mensen verrijken en verbeteren.”

In het vraaggesprek dat plaatsheeft vóór de beslissing om afstand te doen van de televisies in Amerika, maakt Kleisterlee duidelijk waarom hij, soms met pijn in het hart, activiteiten van Philips heeft verkocht die jarenlang het gezicht van het concern bepaalden. Voor de doorsnee Nederlander betekent Philips misschien nog gloeilampen en televisies. Voor Kleisterlee staat zijn bedrijf voor Sonicare-tandenborstels of beademingsapparatuur voor mensen met apneu. „Je ziet dat de perceptie van het bedrijf naijlt bij de realiteit”, zegt hij.

Het is een vrijdagochtend, op Kleisterlee’s kamer op de 14de verdieping van de Breitner Toren in Amsterdam waar het hoofdkwartier van de Nederlandse multinational is gevestigd. Het jasje gaat na de foto uit, de stropdas is thuisgebleven, het bovenste knoopje van zijn overhemd staat open. Kleisterlee: „Wij worden gezien als Europa’s grootste elektronicafabrikant. Als het Philips van de telefoons en de mp3-spelers. Maar dat zijn we al lang niet meer. Wij moeten keer op keer het verhaal vertellen dat we gezondheidszorg, verlichting, lifestyle zijn. Daarom krijgt de communicatieafdeling van mij op zijn kop als ik weer op een eigen website een oude standaardparagraaf tegenkom met one of the world largest electronics firms.”

Kleisterlee gruwelt van vergelijkingen met het Japanse Sony of het Zuid-Koreaanse Samsung, van vragen waarom Philips niet de nieuwste hit heeft in de strijd rond hippe gadgets. Waar men hem naar mag vragen? Naar de babyverzorgingsproducten van Avent. Of naar keukenapparatuur.„We verkopen een juicer niet als een apparaat met een 850 watt motor en 7 scherpe messen. Nee, je kunt gezond sap maken met veel vitaminen, wat goed is voor je gezondheid. We verkopen healthy cooking.” En goed dan, toch televisies, maar dan de Aurea- en Ambilight-tv’s: „Een televisiescherm maken kan iedereen. Maar een tv die een atmosfeer creëert waarin je je prettig voelt, dat doen wij alleen.”

Vorig jaar tekende Gerard Kleisterlee nog eens voor drie jaar bij. Als hij zijn contract tot 2011 uitdient, is hij bijna net zo lang topman van Philips als zijn voorgangers Cor Boonstra en Jan Timmer bij elkaar.

Van de westerse landen verschuift de aandacht bij Philips in toenemende mate naar de opkomende markten. China haalt Duitsland binnenkort in en wordt de tweede markt voor Philips, na Noord-Amerika. „Er komt een moment dat de Aziatische economieën samen groter zijn dan de Amerikaanse of Europese economie”, zegt Kleisterlee.

Tweede helft jaren negentig woonde hij met zijn gezin drie jaar in Taipei, de hoofdstad van Taiwan. „Je begrijpt zo’n land pas echt als je er dag in dag uit zit. Ik zat er tijdens de Aziëcrisis. Het was boeiend om te zien hoe snel zo’n economie zich dan weer aanpast, hoe praktisch het bedrijfsleven en de overheid ermee omgaan. En hoe snel alles dan weer op zijn benen staat.”

Heeft het Philips geholpen dat zijn topman in Taiwan heeft gewoond?

„Het heeft míj geholpen, en misschien Philips ook een beetje. Philips is vanaf zijn allereerste begin een bedrijf dat zich in lokale culturen goed inleeft. We hebben daarbij altijd een goede mix van expats en lokale mensen. Kijk, het is aardig dat ik China misschien een beetje begrijp omdat ik er drie jaar vlakbij heb gezeten, maar het is belangrijker dat we in China goede Chinezen hebben, die China écht begrijpen.”

Wie zijn uw klanten in China?

„Voor onze verlichting en medische apparatuur zijn onze klanten in China niet anders dan in de rest van de wereld. Voor consumentenproducten wijken opkomende markten wel van het gemiddelde af. Onze standaardproducten, zoals de Ambilight-tv, Sonicare-tandenborstel of Philips-shaver, worden in China gekocht door mensen met een hoger inkomen die ook iets beter opgeleid zijn.”

Twee jaar geleden zei u dat u zich in opkomende markten ook op de armere bevolkingsgroepen wilde richten.

„In China en India, en voor een deel ook Brazilië, hebben we inderdaad speciale producten ontwikkeld. In India bijvoorbeeld lampen die opgeladen zijn, zodat mensen licht in hun hut hebben. Of toepassingen voor schoon drinkwater, en simpele medische apparatuur. Mensen die van het platteland komen en dan hun eerste scheerapparaat kopen, maar dan geen driekops van 200 euro maar een simpele tweekops: ik geloof dat we die in China voor nog geen 10 euro hebben.”

Kunt u in China al veel van uw dure medische apparatuur slijten?

„Het is een zaak van lange adem omdat de medische markt zich natuurlijk mee ontwikkelt met het welvaartspeil van de bevolking. Ziekenhuizen in de Chinese steden staan al op een redelijk niveau. Maar men probeert ook grote sprongen vooruit te maken door extra aandacht te geven aan het platteland. Daar ontbreekt alles, van basisapparatuur tot artsen. Wij proberen niet alleen producten af te zetten maar ook mee te helpen dat soort problemen op te lossen.”

Philips gaat in ontwikkelingshulp?

„Nou dat niet echt, maar in sommige landen ligt het dicht bij elkaar. We hebben een programma lopen met het Rode Kruis voor de opleiding van barefoot doctors: mensen die eerstelijns medische zorg geven op het platteland. Zo kun je je positioneren als een actieve partner in de gezondheidszorg die verder kijkt dan het volgende product dat hij kan factureren. En je mensen zijn heel trots dat ze zo kunnen meehelpen aan het ontwikkelen van hun land.”

Zal de opkomst van Azië aanleiding geven tot heel andere Philips-producten?

„We zien van die culturen meer en zullen in Nederland er iets van overnemen. Vooral van hun gezondheidsfilosofie. Kijk naar hun health and wellness-winkels in Azië, met voetmassage en massagestoelen. Op een Aziatisch vliegveld vind je in de lounge massagestoelen, wij reizigers vinden het dan heel prettig om even onze ruggegraat en nek te laten masseren. Je kunt je voorstellen dat dat ook hier ingang vindt. Je ziet combinaties opkomen van moderne wetenschappelijke geneeskunde en traditionele Aziatische natuurgeneeskunde. Dat zal zeker invloed hebben op wat wij aanbieden. Een acupunctuursetje van Philips? Waarom niet, als daar een markt voor is.”

Zou Philips last hebben van een Nederlandse boycot van de Olympische Spelen in Peking?

„Ik mag hopen van niet. Wij zijn in China een lokaal bedrijf dat toevallig zijn hoofdkantoor in Amsterdam heeft.”

U bent niet bang dat de Chinezen bij uw vestiging daar komen klagen?

„Daar komen ze bij ons niet mee aan. Wij hebben daar niets mee te maken. Wij zijn heel blij dat wij heel veel verlichting hebben geleverd, we hebben daar de stadions mee uitgerust. Wat dat betreft heeft ons team zijn werk weer prima gedaan.

„Maar ik zou het heel onverstandig vinden als er een boycot komt. Sport en politiek moet je niet met elkaar vermengen. De sport heeft besloten dat de Olympische Spelen in Peking zijn en dat moeten ze vooral gaan doen. Ik zou het ook oneigenlijk vinden als het bedrijfsleven als instrument voor politiek wordt gebruikt.”

Hoort het dan niet ook bij de maatschappelijke verantwoordelijkheid van een bedrijf om een land aan te spreken op zijn mensenrechten?

„Waarom zouden we dat doen? Helpt het de wereld vooruit? Het ligt helemaal niet op onze weg om dat te doen. Wij doen zaken, we bedrijven geen politiek. En maatschappelijke verantwoordelijkheid is iets heel anders dan politiek.”

U legt uw eigen hoge normen op aan uw leveranciers?

„Helemaal. Wij hanteren voor onze eigen bedrijven en voor onze leveranciers maar één standaard voor arbeidersrechten, voor milieu, voor werken met schadelijke stoffen. In onze bedrijven zijn de arbeidsomstandigheden precies hetzelfde als in dit kantoor. De pure aanwezigheid van bedrijven zoals wij heeft natuurlijk enorm geholpen. Daarom zegt China ook met open armen: kom maar binnen.”

Interviewen we uw opvolger over vijf jaar hier in Amsterdam of moeten we dan afreizen naar Shanghai?

„Ik zou niet weten waarom we hier niet meer zouden zitten. ”

Maar wordt Nederland voor Philips minder belangrijk?

„Voor een bedrijf als het onze moet je niet vanuit Nederland kijken, maar Europees denken. Europa is heel belangrijk, en dat is het over vijf jaar nog, daar behalen we het grootste deel van onze omzet en hebben we het breedste productportfolio.”

In hoeverre is het innovatief vermogen van Nederland voor Philips van belang?

„Ik durf te zeggen dat Philips meer aan het innovatief vermogen van Nederland heeft bijgedragen dan andersom. Nederland is meer een handelsnatie dan een industriële natie. Nederlanders zijn altijd wel op de wereld georiënteerd geweest. Het is niet vreemd dat een paar ondernemende mensen als Anton en Gerard zo’n groot bedrijf hebben kunnen opbouwen. Het is jammer dat we dat vandaag de dag nog zo weinig doen.”

Die blik naar buiten toe wordt minder?

„In Nederland zijn we misschien iets te veel met onszelf bezig de laatste tijd, en iets te weinig met de wereld.”

Heeft Philips daar last van?

„Talentvolle mensen moeten hier graag naartoe willen komen. Je moet ervoor zorgen dat je samenleving openstaat voor buitenlanders. Amsterdam is daarin altijd voorbeeldig geweest. Mensen moeten zich hier cultureel, sociaal en qua belastingen thuis voelen.”

Dan bent u vast niet blij met de belastingmaatregelen van minister Bos om topinkomens te beteugelen.

„Nou, minister Bos heeft in eerste instantie een paar voorstellen gedaan waarvan wij en een paar andere bedrijven nadrukkelijk hebben gezegd: dat lijkt ons niet verstandig. Daar is naar geluisterd, die voorstellen zijn aangepast.”

Zal die volgende topman van Philips nog Nederlander zijn?

„Tja. Ik ben nu de enige Nederlander in de raad van bestuur. Waar men aan moet wennen, is dat Nederland een deel is van Europa, zo niet van de wereld. Wij moeten heel trots zijn op de wortels van bedrijven als Shell, Unilever en Philips en er alles aan doen om ervoor te zorgen dat die hier gevestigd blijven. Dan is het minder belangrijk wat voor paspoort de voorzitter van de raad van bestuur op enig moment heeft. We hebben nu iets minder dan 18.000 werknemers in Nederland, straks hebben we er 35.000 in de VS en 50.000 in Azië. En je wilt wel goed getalenteerde, gemotiveerde medewerkers hebben, die allemaal het idee hebben dat ze in jouw bedrijf de top kunnen bereiken?

„Waarom zou ik als getalenteerde uit een ander land nog een carrière bij Philips willen als mij bij elke gelegenheid wordt ingewreven dat je wel Nederlander moet zijn om de baas te worden? Nou, dat doen wij dus ook niet.”