‘Stedelijk Museum moet meer zalen vullen’

„Geen metropool zonder metropolitaan cultuur-beleid.” In het advies voor Kunstenplan 2009-2012 betuigt de kunstraad voor het eerst steun aan ambities van kunstinstellingen.

De bouwdrift van de kunst- en cultuursector in Amsterdam leidt tot een jaarlijks exploitatietekort van in totaal 19 miljoen euro. Dat is de conclusie van de Amsterdamse Kunstraad, die gisteren het advies voor het Kunstenplan 2009-2012 heeft gepresenteerd.

Gerenommeerde instellingen als het Stedelijk Museum, het Filmmuseum en het Muziekgebouw aan ’t IJ moeten na de nieuwbouw meer zalen en podia vullen met tentoonstellingen en programma’s van hoog niveau. De kunstraad heeft eerder al gewaarschuwd dat dit veel meer geld kost dan de begrote 75 miljoen aan kunstsubsidies. En daar komen de aanvragen van andere minder bouwlustige maar niet minder ambitieuze instellingen nog bij.

Voor het eerst betuigt de kunstraad steun aan de ambities van de kunstinstellingen, die volgens de raad passen bij een stad die een „metropool van internationale allure” wil zijn. „Immers, geen metropool zonder metropolitaan kunst- en cultuurbeleid”, schrijft de raad. De ambities en creativiteit van de sector zijn overweldigend en overtuigend.” Anders gezegd, de gemeente moet maar meer geld op tafel leggen.

Wethouder Carolien Gehrels (Cultuur) liet gisteren weten al 5,5 miljoen euro extra te hebben uitgetrokken voor de kunstsector. Voor de rest moeten kunstinstellingen maar geld halen bij bedrijven. Volgens de kunstraad is dat een ‘idée fixe’, omdat alleen kanjers als het Concertgebouw, het Concertgebouworkest en het Idfa er tot nu toe in slagen om veel sponsorgelden te verwerven.

Zowel de roep om de overheid als die om het bedrijfsleven lijkt een reflex uit voorbije tijden. In de kunstwereld gaat de discussie op dit moment vooral over de vraag wat kunstinstellingen zélf kunnen doen doen. Zo concludeerde de commissie-Sanders onlangs in een veelgeprezen advies dat instellingen meer eigen inkomsten kunnen verwerven dan ze nu doen.

Daarbij gaat het niet alleen om extra sponsorgelden, maar vooral om extra bezoekers. Kunstinstellingen kunnen veel slimmere marketing bedrijven, beter nadenken over hun doelgroepen, meer spelen met toegangsprijzen en repertoire. Het rapport-Sanders puilt uit van de ideeën voor wat versterking van het ‘cultureel ondernemerschap’ wordt genoemd.

De geest van Sanders is opvallend afwezig in het advies van de kunstraad. Wel staan hier en daar scherpe observaties over de gemakzucht van veel kunstinstellingen. Zo verwerken tal van instellingen een huurverhoging automatisch in de subsidieaanvraag, zonder zelfs maar te overwegen de dure binnenstad te verlaten. Een andere observatie is dat een heldere visie op ‘culturele diversiteit’ in elke subsidieaanvraag ontbreekt.

Dergelijke observaties duiden op een gebrekkig ‘cultureel ondernemerschap’ in Amsterdam. Welke ondernemer denkt nu niet na over het drukken van de huisvestingskosten? Welke ondernemer negeert de diversiteit in een stad met meer dan 170 nationaliteiten? De kunstraad gebruikt deze observaties echter niet voor een eigen visie op het culturele ondernemerschap, ook al ligt daarin mogelijk de sleutel om veel ambities financieel te verwezenlijken.