Net homo’s

Mannen hebben meer aandacht voor mode. En daarom hebben de mode-ontwerpers nu meer aandacht voor de man.

Balletachtige ontwerpen van Sebastic tijdens de najaarsshow 2008 Foto Peter Stigter © PHOTO'S PETER STIGTER PRELUDE FALL 2008 SEBASTIC
Balletachtige ontwerpen van Sebastic tijdens de najaarsshow 2008 Foto Peter Stigter © PHOTO'S PETER STIGTER PRELUDE FALL 2008 SEBASTIC Stigter, Peter

Vorig jaar studeerden aan de Arnhemse academie maar liefst tien van de zevenentwintig modestudenten af met een mannencollectie. Een ongekend aantal. Ook op de overige modeopleidingen, waar tot voor kort vrijwel uitsluitend vrouwencollecties werden gemaakt, groeit de interesse voor mannenmode.

Verklaringen in overvloed. Internationaal gebeurde er de afgelopen jaren veel wat studenten inspireerde. Hedi Slimane ontwierp voor Dior Homme een jongensachtig, slank kostuum, waarvan modekeizer Karl Lagerfeld zo onder de indruk raakte dat hij zichzelf halveerde om erin te passen. De Amerikaanse ontwerper Thom Browne gooide verhoudingen door elkaar en presenteerde broeken met extreem korte pijpen en mouwen. In Parijs bracht de Nederlander Lucas Ossendrijver voor Lanvin luxueuze streetwear die meteen aansprak bij jongeren.

Dichter bij huis bewezen mannenontwerpers Francisco van Benthum, Jeroen van Tuyl en Viktor & Rolf dat het kan: andere dingen maken dan het reguliere mannenpak. Ze presenteren hun collecties in Parijs en Milaan, en zijn een stimulans voor studenten aan de Nederlandse academies.

Maar bij de meeste studenten spreekt vrouwenmode nog altijd meer tot de verbeelding. „Dat is een automatisme”, zegt Matthijs Boelee, hoofd modeafdeling van de ArtEZ Academie Arnhem. „Studenten denken bij mode in de eerste plaats aan vrouwenmode. Ze zien vrouwenshows op televisie en in de bladen, en onze Nederlandse ‘modekoningen’ maken ook alleen maar vrouwenmode.”

Boelee stimuleert het ontwerpen voor mannen met gerichte opdrachten. „Studenten moet je echt over de streep trekken, pas dan valt bij een aantal het kwartje”, zegt Boelee die zelf als student ook voor mannen ontwierp en dat eigenlijk leuker vond. „Je kunt je ermee onderscheiden, maar het is lastig om met iets goeds komen.”

Mannenmode vereist een meer technische benadering en het draait vooral om details. Boelee: „Wat je bij vrouwen op tien vierkante centimeter kunt doen, daar heb je bij mannen maar één vierkante centimeter ruimte voor.” Voor grote gebaren is bij mannen geen plaats.

Die beperkingen bevallen Sebastiaan Kramer, die drie jaar geleden afstudeerde in Arnhem. Samen met ex-klasgenoot Sjaak Hullekes heeft hij onder de bedrijfsnaam Arnheim Fashion twee mannenlijnen. Kramer doet het jonge, eigenwijze Sebastic en Sjaak Hullekes ontwerpt in een klassiek moderne stijl onder eigen naam. Al in het basisjaar van de academie wist Kramer dat mannenmode zijn roeping was.

Afgelopen januari presenteerde Kramer zijn derde collectie in de vorm van een spannend tableau vivant met een hoog gaygehalte. Een twintigtal jongens poseerde vergezeld van flonkerende discobollen in krappe sexy pastelkleurige jersey shirtjes, shorts en leggings. Bij zijn balletachtige ontwerpen dacht Kramer aan jongens die zich naïef voor doen, maar ondertussen goed weten hoe ze met hun lichaam kunnen spelen om mensen te verleiden. Dat die jongemannen geen geld hebben om kleding van Sebastic aan te schaffen, deert Kramer allerminst. Aan verkoop op grote schaal is hij voorlopig nog niet toe. Om toch wat te kunnen leveren aan winkels, produceert hij dit jaar voor het eerst een kleine oplage. Belangstelling voor zijn alles onthullende tricots is er. Vooral uit Amerika komen wekelijks mailtjes en telefoontjes met de vraag waar zijn label te koop is. Evenals zijn zakenpartner Sjaak Hullekes – die in juni zijn zomercollectie voor 2009 presenteert op een Parijse modebeurs – wil Kramer zich in de toekomst richten op het buitenland.

De Nederlandse man is behoudend en kleedt zich bij voorkeur casual – lekker gemakkelijk. Dat is frustrerend voor al die Nederlandse ontwerpers met een uitgesproken ontwerpstijl als de eerder genoemde Jeroen van Tuyl, Francisco van Benthum, Sjaak Hullekes maar ook voor Corné Gabriëls, Ivo Mittelmeier, Sander Lak en Micheal Bongearts. Ze zullen waarschijnlijk nog wat jaartjes geduld moeten hebben voor de verkoop gaat lopen, maar er is al iets aan het veranderen. Carlo Wijnands, talentscout en fashionconsultant, ziet dat steeds meer jongeren bewust bezig zijn met mode en hun uiterlijk.

Voor Wijnands, die in 1989 afstudeerde met een mannencollectie, kwam de ommekeer te laat. Hoewel zijn collectie destijds goed werd ontvangen, kon hij er naar eigen zeggen weinig mee. Volgens Wijnands kwam de verandering later vanuit onverwachte hoek: allochtone jongeren. „Niemand heeft dat kunnen bedenken. Toen ik dit een aantal jaren geleden zag, dacht ik: hé, het lijken wel homo’s, zoveel aandacht besteden ze aan hun uiterlijk.”

Lang was mannenmode niet alleen op academies en in het straatbeeld een ondergeschoven kindje, maar ook in de mode-industrie. Dat is veranderd. HTNK is gespecialiseerd in banen bij modebedrijven. Talentscout Wijnands van HTNK zoekt ontwerpers voor modebedrijven als V&D en G-Star, maar ook voor Viktor & Rolf en alle niveaus daartussen. De branche staat te springen om mannenontwerpers. Een echte mannenontwerper herkent hij meteen aan ontwerptekeningen met veel ideeën voor details. Onlangs nodigde hij Sander Lak uit voor een kennismakingsgesprek, ‘een waanzinnige topontwerper’ die in Londen studeerde aan de kunstacademie Central Saint Martins. Het moet volgens Wijnands raar lopen als Lak niet terecht komt als assistent-ontwerper bij een internationaal modehuis als Lanvin of Louis Vuitton, waar de Nederlander Paul Helbers verantwoordelijk is voor de mannenmode.

Ook Matthijs Boelee van Academie Arnhem voorziet een grote behoefte aan mannenontwerpers met een modieuze visie. Door studenten in het basisjaar opdrachten voor mannenontwerpen te geven, hoopt hij het aantal dat ermee door gaat te verhogen. „Het zou mooi zijn als veertig procent kiest voor mannenmode.”

Zo’n vaart zal het echter niet lopen, verwacht Boelee. „Alleen al met het ontwikkelen van een handschrift is een student vier jaar bezig.” Dat laat weinig tijd voor zo’n principiële keuze. „Bovendien kunnen wij bepaalde technieken op school niet bieden, die moet extern gehaald worden.” Boelee vindt het verstandig dat een van zijn studenten, Michael Bongaerts, vorig jaar winnaar van de Frans Molenaarprijs, onlangs een stage afrondde op Savile Row in Londen. Bij een kleermaker.