Karafje huiswijn

Goede wijn is een van de belangrijkste aspecten van een geslaagde maaltijd. Daarover is iedereen het eens. Maar daar zit je dan, met een gezelschap, in een recentelijk bekroond restaurant. „Jij weet toch wat van wijn, nou kies jij dan maar!”

Het is voor velen een penibel moment. Voor je het weet, drukt iemand je het dikke, in leer gebonden, meermalen gelauwerde, literaire meesterwerk in handen dat men de wijnkaart noemt. Slik. Met trillende handen doe je alsof je erin leest. Als de sommelier komt en vraagt of je een keuze hebt kunnen maken, zeg je met samengeknepen billen en overslaande stem: „ach, doe toch maar een karafje huiswijn”.

Een karafje huiswijn? Kom op zeg! Het is tijd om de macht terug te pakken. Ook al bevat de wijnkaart tweehonderd onuitspreekbare chateaunamen waarvan u nog nooit heeft gehoord, vertel de sommelier (wijnober) zo exact mogelijk wat voor kleur wijn u wilt en of hij fris/fruitig of complex/zwaar moet zijn. Laat u daarbij leiden door uw smaak en waar u zin in heeft. Ook geeft u het budget aan, het is per slot van rekening uw geld.

De sommelier gaat met deze gegevens aan de slag en zal dan een suggestie doen. Aangezien het een vakman is zal hij zijn keuze altijd toelichten. Vervolgens is aan u de beslissing of u met zijn suggestie instemt.

De sommelier zal u altijd vragen de wijn voor te proeven, weiger nooit want dit is uw moment. Draai eerst de wijn wat in het glas rond (walsen) en neem er een diepe snuif van. In principe weet u al genoeg als de wijn niet ruikt naar dweil (kurk!), naar azijn of naar oude sherry (tenzij u die heeft besteld). Neem dan bedachtzaam een slok. Kijk wat wazig in de verte. Om de spanning op te bouwen zegt u nog even niets. Knik dan minzaam dat het goed is.

Mits u deze stappen goed uitvoert, zult u de held van het gezelschap zijn en, veel belangrijker nog, goede wijn bij uw eten krijgen.

mennosimon@nrc.nl