De man die Italië er bovenop wil helpen

Nieuwsanalyse

In Italië won Berlusconi dankzij mooie beloftes aan het zuiden een sterke partner in het noorden. Hij zal beide regio’s tevreden moeten houden.

Silvio Berlusconi mag de troon weer bestijgen en heeft een belofte gedaan: „Ik zal heel anders zijn dan in 2001”. Hij wil geschiedenis schrijven als de man die Italië er weer bovenop helpt. Het is zijn laatste kans. De grote vraag is of hij dit keer de regels zal respecteren.

In de aanloop naar de verkiezingen verscheurde hij nog het programma van zijn centrum-linkse opponent Walter Veltroni. Hij bejubelde een maffialid als held, viel het neutrale staatshoofd aan en zei dat rechters moeten worden getest op hun psychische stabiliteit.

Sinds zijn verkiezingszege probeert hij rust en staatsmanschap uit te stralen. In Europa wil hij zelfs de rol van raadgevende pater familias onder de regeringsleiders opeisen. Hij probeert geen platte grappen meer te maken, en excuseerde zich bij voorbaat voor eventuele uitglijders: „Het zou beter zijn als ik een saaie stokvis zou zijn, maar zo ben ik niet.”

Voor journalisten die hem blijven herinneren aan zijn juridische processen, zijn gevaarlijk grote mediamacht en zijn belangconflict als zakenman én politicus, heeft hij een eenvoudige boodschap: „Al vijftien jaar proberen jullie me pootje te lichten. Ik hoop dat jullie begrepen hebben dat dit onmogelijk is.”

Inderdaad. Hij is als een kurk. Je kunt hem onder water drukken, maar hij komt altijd weer boven. 71 jaar is hij nu. Twee jaar nadat hij definitief verslagen leek, heeft hij de Italianen weer voor zich gewonnen. Gevraagd naar het geheim van zijn succes zei hij: „Ik heb mijn vak geleerd. In alle rust kies ik tussen nuttige en minder nuttige zaken.”

Tientallen politiek analisten hebben zich de afgelopen dagen gebogen over het fenomeen Berlusconi en zijn relatie met de Italianen. „Italië is een angstig land, bang voor de nederlaag. Het kan daarom niet anders dan bewondering hebben voor Berlusconi die altijd weer opstaat”, meent Giuseppe de Rita, directeur van het onderzoeksbureau Censis.

Dat Berlusconi het niet zo nauw met de regels neemt, wordt als bijzaak beschouwd in dit land waar sluwheid een deugd is en belastingontduiking een nationale sport. „Italianen”, zo stelt ook ex-premier Cossiga, „staan van nature niet aan de kant van de verliezer.” De manier waarop ze in de Eerste en Tweede Wereldoorlog overliepen naar de winnaars, maar ook de afgelopen verkiezingen lijken hem gelijk te geven.

Toen Berlusconi voorstond in de peilingen, koos de meerderheid van de twijfelaars inderdaad voor hem. Maar er zijn ook meer basale redenen voor zijn succes. In het zuiden gaven zijn beloofde babybonus van 1.000 euro en de afschaffing van de onroerendgoedbelasting de doorslag.

En dan is er Berlusconi’s media-macht. Volgens socioloog Stefano Draghi houdt Berlusconi de Italianen dom met zijn tv-programma’s. Twintig jaar glimmer, succes, aantrekkelijke glimlachende vrouwen en soaps, „dat kan niet anders dan sporen achterlaten bij een volk dat cultureel beschouwd kwetsbaar is.”

Berlusconi’s zenders, maar ook de staatstelevisie, filteren de werkelijkheid op een dubieuze wijze. Berlusconi’s leugen dat zijn verkiezingsprogramma was goedgekeurd door eurocommissaris Almunia werd voor waar uitgezonden. Hoezeer Almunia het ook ontkende, híj haalde de tv niet.

Toch is de belangrijkste reden voor de triomf van Berlusconi een andere: het falen van de regering-Prodi. Dat zegt ook diens opvolger Veltroni: „De bevolking heeft de regering-Prodi gelijkgesteld met belastingverhoging en intern geruzie.” De vuilniscrisis in Napels en de kwestie Alitalia hebben deze onvrede alleen nog maar gevoed.

Ondanks deze diepe teleurstelling over Prodi slaagde Veltroni er in vier maanden tijd in een achterstand in de peilingen van tien procentpunten bijna in te halen.

De ex-burgemeester van Rome presenteerde zijn nieuwe Democratische Partij onafhankelijk van de groene en communistische partijen die het Prodi zo moeilijk hadden gemaakt. Met zijn ‘Si può fare, yes we can’-campagne wist hij 160.000 stemmen méér te halen dan de afzonderlijke partijen van zijn Democratische Partij in 2006. Daarentegen leverde Berlusconi met zijn nieuwe Volk van de Vrijheid 100.000 stemmen in ten opzichte van twee jaar geleden.

Veltroni hield stand door de radicaal linkse partijen te kannibaliseren. De communistische en groene partijen verloren al hun zetels. Berlusconi handhaafde zich, terwijl bondgenoot Lega Nord zich verdubbelde tot meer dan acht procent. Dat hielp hem aan zijn ruime meerderheid.

De Italianen hebben alle ideologisch gegrondveste partijen naar huis gestuurd. De communisten, maar ook de fascisten van La Destra zullen niet vertegenwoordigd zijn in het parlement. De kiezer ging voor concrete voorstellen, gepresenteerd door charismatische personen als Berlusconi en in mindere mate Veltroni.

Maar Umberto Bossi van Lega Nord slaagde er nog het beste in de angst en de problemen van veel Noord-Italianen te vertolken. Hij eist een stop op illegale immigratie en hij wil belastinggeld uit het noorden in het noorden houden. Zelfs arbeiders, de natuurlijke achterban van links, liepen over naar de rechtse populist Bossi.

Dankzij deze spectaculaire winst heeft Lega Nord de sleutel tot het welslagen van de regering-Berlusconi in handen. Berlusconi, Bossi en Gianfranco Fini, de leider van de in Volk van de Vrijheid opgegane Alleanza Nazionale, zullen het vermoedelijk snel eens worden over maatregelen tegen illegalen.

Maar de roep van Lega Nord om fiscale onafhankelijkheid voor het noorden kan een splijtzwam worden, omdat Alleanza Nazionale, die zich altijd sterk heeft gemaakt voor de nationale eenheid, daar tegen is. En Berlusconi mag het zuiden ook niet uit het oog verliezen nu zijn partij juist daar winst boekte. Zijn beloftes aan het zuiden zal hij met geld uit het noorden moeten betalen.

In zijn eerste toespraken heeft Berlusconi de verwachtingen proberen te temperen. Hij zei herhaaldelijk dat het zware jaren worden: „Maar ik zal mijn kruis zingend dragen. Elke dag als ik naar bed ga wil ik in mijn dagboek minstens een ding kunnen opschrijven dat ik voor het land heb gedaan.”

    • Bas Mesters