Aflosfobie

Nooit eerder torste Nederland een zwaardere hypotheeklast dan nu. Vorig jaar steeg het gewicht van deze molensteen 8 procent tot 587 miljard euro. Dat is ruim vier keer zoveel als in 1995, flink meer dan ons bruto binnenlands product (bbp) en bijna een wereldrecord per persoon.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) vindt dit te bar, want men vermoedt een zeepbel van 30 procent in onze woningmarkt. Je zou dus denken dat woningbezittend Holland wel deels van zijn schulden af wil. Maar nee. Sinds de bijleenregeling van 2004 koesteren we hypotheekschuld als een kostbaar bezit.

Wie onroerend goed koopt, onderhoudt of verbetert met eigen geld creëert ‘overwaarde’ (bezit dat niet verhypothekeerd is). Door de bijleenregeling mag je over die overwaarde nooit meer hypotheekrente aftrekken. En zo brengt deze maatregel, die onze leenzucht zou beteugelen, Nederland in de greep van een collectieve aflosfobie.

Het standaarddilemma luidt ongeveer zo. „Op ons huis rust een hypotheek van 70.000 euro. We willen voor 30.000 verbouwen. Dat kunnen we cash betalen, maar mijn man zit in de vut, ik wil op mijn 62ste met pensioen, we hebben een studerend kind en willen op termijn onze keuken verbouwen. Is lenen dan toch beter?”

Of: „Ik denk eraan mijn spaarhypotheek na 20 jaar af te lossen, want mijn netto hypotheekrente is hoger dan mijn netto spaarrente. Toch twijfel ik. Ik ben 54 jaar en wil graag met vervroegd pensioen. Dan is het prettig wat achter de hand te hebben voor zorg of een aangepaste woning. Bij aflossen zit mijn geld voor eeuwig in stenen. Wat is wijsheid?”

Lenen! roepen ‘gratis’ hypotheekadviseurs. Want hoe meer, hoe langer en ingewikkelder u leent, des te voller hun provisieportemonnee. De hypotheek presenteert men graag als interessant fiscaal speeltje. In werkelijkheid is het een noodzakelijk kwaad voor wie een woning niet (geheel) cash betalen kan.

Zonder hypotheek – als dat haalbaar is – is het leven goedkoper, eenvoudiger en risicolozer. Je hoeft geen eigenwoningforfait van meestal 0,55 procent van je woningwaarde (maximaal 9.300 euro) bij je belastbaar inkomen te tellen. Ook betaal je geen 1,2 procent vermogensrendementsheffing over geld dat in het eigen huis gestoken is.

Je hoeft nooit meer naar een hypotheekadviseur. Dat scheelt geld, want te vaak zien die hypotheekadviseurs klanten als kerstboom voor te dure overlijdensrisicopolissen, woonlastenverzekeringen, beleggingsproducten en oversluitconstructies.

Ondertussen is fiscaal hypotheekadvies één op de drie keer verkeerd, bleek vorig najaar uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Ook oversluiten adviseert men één op de drie keer fout. Beleggingsadvies (bij de hypotheek) is zelfs twee op de drie keer niet passend.

Wie aflost, hoeft nooit meer ‘ideale oversluitmomenten’ te bepalen, bijleenmogelijkheden te berekenen of bang te zijn dat de hypotheekrente stijgt.

Ook vermindert aflossen beleggingssores. Je belegt in eigen woongenot. Het is vervelend als die waarde daalt, maar die ellende heeft de huis-met-hypotheekbezitter ook.

Hypotheken zijn geen bezittingen, maar schulden. Wie bang is dat hij na aflossing niet meer rondkomt, moet becijferen of die vrees wel klopt.

Wat is er (straks) aan vut-, pensioen-, lijfrente- en andere uitkeringen? En hoeveel AOW, arbeidsinkomen (kan ook na pensioen) en/of opnames uit eigen geld? Lijkt dat voldoende, dan kunt u beter aflossen.

Dreigt een tekort? Dan moet u het huis (op termijn) verkopen. Levenslang rondkomen van een hypotheek (geleend geld) is riskanter. Hypotheekrente is maximaal 30 jaar fiscaal aftrekbaar.

Bovendien moet u tijdig doodgaan. Anders is alle overwaarde uit uw huis gezogen, terwijl u nog jaren voor de boeg hebt.