Operette-initiatief wil subsidie

Twee operette-initiatieven die recent al na een productie zijn gestrand wegens geldgebrek, willen samen een nieuwe start maken onder de naam De Nederlandse Operette. Bij het Fonds voor de Podiumkunsten is vijf miljoen euro aangevraagd om in de eerste vier jaar drie grote en drie kleinere operettes uit te brengen. De oprichters hopen het genre te ontdoen van het „oubollige” imago.

In het seizoen 2005-2006 dienden de twee nieuwe initiatieven zich aan. Het Nederlands Operette Theater, onder leiding van regisseur Eddy Habbema, maakte een grote theatertournee met een vernieuwde, vertaalde versie van La vie Parisienne van Offenbach. En de Nieuwe Nederlandse Operette, opgericht door Muriël van Dinteren, speelde zeven voorstellingen van Der Vetter aus Dingsda van Künneke. Beide producties kregen nog „een paar ton” uit een aparte subsidiepot die voor operettevoorstellingen was gereserveerd nadat in 2001 de Hoofdstad Operette - het laatste gesubsidieerde operettegezelschap in Nederland - werd opgeheven. Maar toen ze een jaar later aanklopten voor een tweede seizoen, bleek die pot bijna leeg te zijn. Sindsdien hebben ze geen voorstellingen meer gemaakt.

Ook de nieuwe plannen kunnen alleen doorgaan als er subsidie komt. „Het is onmogelijk om operette te maken zonder subsidie”, zegt Matthijs Bongertman van het Impresariaat Jacques Senf dat productioneel betrokken was bij La vie Parisienne en daaraan - ondanks de subsidie - een verlies van 450.000 euro overhield. „Ik heb alle rekensommen gemaakt, maar het kan niet.” De laatste jaren hebben ook de Nationale Reisopera en Opera Zuid enkele operettes opgevoerd met geld uit de operettepot. Maar sinds die financiering is weggevallen, staat het genre nauwelijks meer op hun programma.

Habbema en Van Dinteren werken nu als artistiek leiders samen in De Nederlandse Operette. Hun plan vermeldt drie grote operettes met bekende titels (zoals Die lustige Witwe van Léhar) en drie kleinere met een meer satirische inslag. „Het wordt zwaar”, zegt Van Dinteren. „We moeten het genre hier weer helemaal vanaf niets gaan opzetten. In het kunstenplan bestaat de operette niet eens meer.”