Fontein voor het verlies van een groene oase

Waar winden stedelingen zich over op? In Amsterdam ruziet het stadsdeel Westerpark over een piepklein plantsoen. Een referendum helpt niet.

Het Domela Nieuwenhuisplantsoen in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Een deel ervan maakt plaats voor een appartementengebouw. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Domela Nieuwenhuisplantsoen en roodborstje Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080417
Het Domela Nieuwenhuisplantsoen in de Amsterdamse Spaarndammerbuurt. Een deel ervan maakt plaats voor een appartementengebouw. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Domela Nieuwenhuisplantsoen en roodborstje Foto NRC H'Blad Maurice Boyer 080417 Boyer, Maurice

Het buurtreferendum is ongeldig. Er zijn te weinig stemmers komen opdagen. Het stadsdeel Westerpark had een half jaar geleden besloten het minuscule Domela Nieuwenhuisplantsoen te verrijken met een appartementengebouw. Met de opbrengst zou het parkje worden opgeknapt, er zou een uitspanning komen, en zelfs een fontein.

Het plan viel bij veel Amsterdammers verkeerd. Zij organiseerden een referendum. Maanden hebben de tegenstanders campagne gevoerd tegen het gedeeltelijk volbouwen van „het laatste stukje groen” in hun buurt. Er zijn folders gedrukt Red het plantsoen en Stop de uitverkoop van het openbaar groen, en posters van Pluk van de Petteflet, het jongetje uit het gelijknamige kinderboek dat met soortgelijke problemen kampt. Eén van de organisatoren was Angelique van der Storm. „De vooruitgang kun je niet tegenhouden. En natuurlijk moeten er meer woningen komen. Maar niet hier. Dit is een groene oase.”

Een meerderheid in de deelraad beloofde zich aan de uitspraak te houden. Stadsdeelwethouder Rolf Steenwinkel zag zich gedwongen te lobbyen voor het eigen plan. Hij liet een „impressie” tekenen, een ansichtkaart waarop het parkje er ook na de verbouwing nog lieftallig bij ligt. Rolf Steenwinkel: „Het parkje wordt er mooier van. Er gebeurt nu weinig. Mensen zitten er nauwelijks. De meeste mensen gaan even verderop naar het vernieuwde Westerpark.”

De tegenstanders kennen de argumenten. Het plantsoen wordt niet veel gebruikt. „Ja, sinds het stadsdeel is opgehouden met behoorlijk onderhoud”, zegt Angelique van der Storm. Ze wijst naar een kaal perk. „Zet hier wat bloemen neer en de mensen gaan op bankjes zitten.” Buurtbewoner Martin Abma is bezorgd over het verdwijnen van groen. „Ik ben niet zo’n idioot die vindt dat iedere boom moet worden behouden. Maar er verdwijnen heel veel bomen in hoog tempo uit de stad.”

Trouwens, zeggen de tegenstanders, de plek heeft een bijzondere betekenis omdat hier tot eind jaren zestig de Magdalenakerk heeft gestaan. Gesloopt tot verdriet van velen. „Dat geeft deze plek zijn waarde”, zegt Martin Abma.

Sommige omwonenden zijn het met de bouwplannen eens. „Het enige wat je in het parkje ziet is anderhalve skater en een stel ratten”, zegt Annemieke van der Wal, die om de hoek woont. Ondanks haar steun voor het plan heeft ze geaarzeld of ze zou stemmen. „Want daarmee help je wel de tegenstanders aan het halen van de opkomstdrempel.” Van hun argumenten heeft ze geen hoge dunk. „Meneer Abma maakt zich druk om bomen. Nou, hij woont achter mij en laatst vroeg hij of ik onze wilg in de achtertuin niet zou moeten kappen.” Martin Abma: „Ik heb alleen maar gevraagd of ze de boom wilde snoeien. Het is onveilig.”

Ook PvdA’er Rob Oudkerk zou goed kunnen leven met het deels bebouwen van het plantsoentje. De huisarts en ex-wethouder woont ernaast, in de voormalige pastorie van de Magdalenakerk. „Ik ben eigenlijk niet tegen bouwen in het plantsoen”, zegt hij. „Mijn zoon gaat er regelmatig skaten en voetballen, maar dat kan hij ook wel ergens anders. We hebben een grote tuin. Het park is nu niet mooi. Het zit vol zwervers.” Niettemin heeft Oudkerk tegen gestemd. „Omdat het stadsdeel het niet netjes heeft gespeeld. Er wordt beweerd dat slechts 20 procent van het plangebied wordt bebouwd. Terwijl iedereen weet dat het plangebied groter is dan het park. Zodat het park gewoon voor bijna de helft verdwijnt. Dat is verneukeratief.”

Vanmorgen is de officiële uitslag bekendgemaakt. Om de opkomstdrempel te halen, waren 2.827 stemmen vereist. Er werden slechts 1.532 geldige stemmen uitgebracht, met ruim twee keer zo veel tegenstanders als voorstanders: 1.053 tegen 479. Een resultaat waar wethouder Steenwinkel eigenlijk bang voor was. „Er is sprake van twee verliezers. De tegenstanders winnen niet. En wij ook niet. Maar ik ben wel blij dat we nog zo veel mensen hebben verleid om voor te stemmen.”

Politicoloog Philip van Praag, lid van de toezichthoudende referendumkamer, bekijkt het van de zonnige kant. Hij zegt: „Een referendum draagt doorgaans bij aan de kwaliteit van een plan. In dit geval heeft de wethouder al een aantal toezeggingen gedaan aan de buurt. Dat zie je ook in andere referenda. Ook het grote referendum over de aanleg van IJburg heeft het plan beter gemaakt. Sinds dat referendum zijn er vrijwel geen protesten meer geweest. Een referendum vergroot meestal het draagvlak van besluiten.”