Dit is een artikel uit het NRC-archief
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Cultuur

Willeke

Van ongenaakbare filmdiva’s zullen we in Nederland niet gauw last krijgen.

Deze week stond ik naast Willeke van Ammelrooy mijn jas op te hangen aan het knaapje van een los kapstokrek, geplaatst midden in de caféruimte van de Amsterdamse bioscoop Het Ketelhuis. We hadden er beiden enige moeite mee. Zou het denkbaar zijn, vroeg ik me later af, dat ik nog eens zó naast Sophia Loren of Jane Fonda zou komen te staan?

Na afloop van de voorstelling waarvoor we allemaal waren gekomen, stond Marco Bakker zijn geliefde in diezelfde ruimte op te wachten. Hij hapte in een van de broodjes die de catering had laten aanrukken. Ook dit tafereel had weinig Pavarotti-achtigs. Intussen keek hij naar die ene fotograaf die Willeke enkele minuten fotografeerde, terwijl ze met haar rug tegen een muur van Het Ketelhuis stond.

Even daarvoor had ze op huiselijke wijze met haar dochter Denise geposeerd. Om hen draaide het op deze morgen. Denise Janzée, genoemd naar haar vader, vertoonde voor de pers de documentaire die ze over haar moeder heeft gemaakt: Mijn moeder, de actrice Willeke van Ammelrooy. (De NPS zal de film op 9 mei in Het uur van de wolf uitzenden.)

Een dochter die haar moeder portretteert, dat is geen alledaags waagstuk. Zo’n dochter ontkomt niet aan de opgave ook een beeld te geven van haar relatie met haar moeder. Denise Janzée heeft dat goed begrepen en ernaar gehandeld: de betere momenten uit de film zijn die waarop ze in gesprekken tot haar moeder probeert door te dringen.

Van Willeke van Ammelrooy, inmiddels 64 jaar, wist ik weinig, hoewel ze een van de beste en mooiste actrices uit de Nederlandse filmgeschiedenis is. Haar leven werd vooral in ‘de bladen’ belicht. Haar filmende dochter haalt haar uit die wereld van namaakglamour en laat haar zien als de vrouw en moeder die ze voor haar is geweest. Dat is altijd boeiend, zeker voor moeders en dochters.

Als man let je misschien wat meer op andere zaken, bleek mij toen ik de film thuis aan mijn vrouw, moeder van twee dochters, had laten zien. Mijn opdracht: geef aan wat voor jou de essentie van deze film is. Na afloop zei ze zonder aarzelen: „Dat meisje geeft veel om haar moeder, maar ik proef toch iets van een verwijt. Haar moeder blijkt een gesloten iemand te zijn, iemand die zich in zichzelf terugtrekt als het haar slecht gaat. Dan is er bijna geen contact met haar mogelijk. Ze zegt het ook zelf: ik wil mijn zwakte niet tonen.”

Geen slechte analyse (voor een leek, zeg ik er haastig bij), maar ik, vader van twee dochters, was vooral getroffen door de illusieloosheid die ik bij Willeke voelde. „Het gaat in het leven uiteindelijk om je eigen gezinnetje”, zegt ze, „er zijn maar weinig mensen die goed en lief zijn. Dat was slikken, maar het is goed zo, ik word niet meer teleurgesteld, ik ben heel gelukkig.”

Ze kan niet meer teleurgesteld worden omdat ze niet meer teleurgesteld wil worden. Daar zit veel teleurstelling achter.

Er was één scene in de film die mij buitengewoon jaloers maakte. (Jaloezie is vooral teleurgesteld zijn in jezelf.) Wij zien het vrijstaande, idyllische pandje in Frankrijk van Willeke en Marco. Het is zomer. Een hondje speelt in het gras van de tuin. Marco zingt onzichtbaar achter het geopende bovenraam een aria.