Pakken

Sommige mensen noemen elk probleem een uitdaging. Tot zware ziektes aan toe. Dat zijn meestal heel enge mensen. ‘Mijn uitdaging is dat iedereen op kantoor me links laat liggen.’ Je kunt het horen zeggen, en dan weet je dat er ergens een coach aan te pas is gekomen.

De ‘probleem = uitdaging’-stroming past taaltechnisch wel helemaal in onze tijd. Want kijk. Vroeger, in grootmoeders tijd, waren problemen er om te ondergaan: ‘Niet klagen maar dragen’, dat werk.

Wat later, in de jaren zeventig, toen gevoelens er ineens toe deden, werd de uitdrukking ‘ermee omgaan’ populair. ‘Tuurlijk, je hébt een handicap! En nu is het zaak dat je ermee óm leert gaan! En dat kan best lastig zijn!’ En dan waren er praatgroepen waarin je samen kon leren omgaan met alles.

Inmiddels zijn problemen er niet meer om mee om te gaan, want problemen zijn uitdagingen, en die pakken we op. Dat klinkt een stuk pro-actiever – ook een heel modern woord trouwens. ‘Het internet ligt eruit, pak jij dat even op?’ Of: ‘Hij is nu arbeidsongeschikt, maar ik vind dat hij het heel goed heeft opgepakt.’

Andere afgeleiden van ‘pakken’ zijn ook populair geworden. ‘Wij zijn hier echt van aanpakken.’ Of, hysterischer: ‘En nu is het een kwestie van dóórpakken.’ En deze: ‘Oké, we pakken het even terug, wat was onze missie ook al weer?’ Of, na een of andere triomf: ‘Dit pakken ze me niet meer af!’ (Onduidelijk is altijd wie ‘ze’ dan zijn.)

Door het woord ‘pakken’ lijkt alles tastbaar, en dus behapbaar. Ook als het om heel abstracte begrippen gaat. ‘Nú moet je het moment pakken.’ Geen idee wat dat betekent, maar het klinkt heel erg heldhaftig. En zo kan zelfs de sloomste bezigheid worden opgepimpt door het woord ‘pakken’. Laatst hoorde ik iemand, die een dutje ging doen, zeggen: ‘Ik ga even de rust pakken.’ Wow, dacht ik. Die is goed bezig.