Olie vergt internationale participatie

De Russische olieproductie is in het eerste kwartaal van 2008 gedaald, na jaren van snelle groei. Dat is geen verrassing: een olie-industrie waarin kapitalisme, buitenlandse participatie en technologie een grote rol speelden, heeft plaats moeten maken voor autarkie en staatscontrole. Landen die oliebronnen afsluiten voor buitenlandse deelname zijn de grootste bedreiging voor het olieaanbod.

Na 2000 was Rusland na het Midden-Oosten de belangrijkste bron van nieuwe olie. Maar sinds 2003 is Ruslands meest efficiënte olieconcern Yukos ontmanteld, zijn contracten met doelmatig opererende buitenlandse maatschappijen als Shell en BP onder dwang opengebroken, en is een belasting van 80 procent ingevoerd op olie-inkomsten van boven 27 dollar per vat. Het is dus niet verrassend dat het zoeken naar voorraden is verslapt en dat de productie over haar piek heen is.

Dit is ook elders gebeurd. Mexico verhindert buitenlandse participatie bij de speurtocht naar olie en incasseert vrijwel alle netto inkomsten van monopolist Pemex. Daardoor gaat de productie hard achteruit. Venezuela heeft onlangs meerderheidsbelangen naar zich toe getrokken in de buitenlandse concessies, waardoor de productie sinds 2006 is gedaald. Nigeria legt buitenlandse oliemaatschappijen 98 procent belasting op, zodat de productie 10 procent is afgenomen.

Zolang de olie-industrie ‘open’ blijft, worden nieuwe voorraden gevonden en stijgt de productie. Het bewijs daarvan is het Braziliaanse Petrobras, dat vrij met buitenlandse ondernemingen samenwerkt en onlangs diverse grote olievelden heeft ontdekt. De Iraakse olievelden werden na 2003 opengesteld voor buitenlandse participatie en de geschatte Iraakse oliereserves zijn sindsdien verdubbeld naar 200 miljard vaten.

Er zijn twee voordelen verbonden aan het mogelijk maken van buitenlandse deelname in de oliesector en het vermijden van al te hoge belastingen. In de eerste plaats wordt bij de bestaande velden door de toegenomen efficiëntie de productie verhoogd. In de tweede plaats komen moderne opsporingstechnieken om de hoek kijken, die dikwijls resulteren in nieuwe vondsten in gebieden die jaren gesloten zijn geweest voor buitenlandse participatie – zoals Brazilië. Het is opmerkelijk dat de Saoedische olieproductie in 2004 piekte en de cijfers over de Saoedische oliereserves in twijfel worden getrokken; de meeste Saoedische oliereserves zouden zich bevinden in velden die in de jaren zeventig of eerder zijn ontdekt.

Nu de vraag naar olie jaarlijks met 1,5 procent groeit en de productie uit de bestaande velden met 7,7 procent daalt, zijn nieuwe grote ontdekkingen nodig om ervoor te zorgen dat de olieprijs niet eindeloos blijft stijgen. Het toestaan van internationale participatie bij de speurtocht naar nieuwe voorraden en de productie lijkt daarbij van essentieel belang.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com