Juist méér sponsors, graag

‘Belangenverstrengeling’ is een inkoppertje, zegt Theo Schuyt, VU-hoogleraar.

Zonder het bedrijfsleven kan wetenschap niet floreren.

Foto Hollandse Hoogte
Foto Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

De financiering van de leerstoelen van hoogleraren moeten in een openbaar register komen, zei minister Plasterk deze week in reactie op een onderzoek van de Volkskrant naar de betaling van hoogleraren. Die plicht tot transparantie is volkomen terecht, reageert Theo Schuyt, hoogleraar filantropie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Maar dat een kwart van de Nederlandse hoogleraren direct of indirect door derden zou worden betaald, daar ligt Schuyt niet wakker van. „Vaak gaat het om aanstellingen van één dag per week”, zegt hij. „Het is dus maar hoe je de cijfers bekijkt.”

Schuyt is voorzitter van de taskforce Geven voor weten van het Innovatieplatform. Die taskforce adviseerde de overheid in 2007 om schenkingen aan wetenschapsinstituten, door particulieren én door bedrijven, fiscaal aantrekkelijker te maken.

„We moeten vanuit de maatschappij juist op veel méér manieren wetenschap sponsoren”, vindt Schuyt. „We hebben in Nederland bijvoorbeeld geen wetenschapsfonds analoog aan de Wellcome Trust in Groot- Brittannië, met een aandelenportfolio van 15 miljard pond, uit private gelden, voor het biomedisch onderzoek.”

Het gaat de taskforce dus om filantropie, ‘liefdadigheid’. Om schenkingen door particulieren, maar óók door bedrijven. En de belangenverstrengeling? „Och, dat wordt er bij bedrijven altijd onmiddellijk bij gehaald, maar dat vind ik zo’n inkoppertje.”

Hoe wordt u zelf betaald?

„Door de universiteit. Maar de eerste jaren werd ik betaald door Vereniging van Fondsenwervende Instellingen en door de Vereniging Fondsen in Nederland. Hun geld ging naar het universiteitsfonds en de curatoren daarvan betaalden mij. Er waren geen rechtstreekse banden – en zo is het meestal.”

De taskforce bepleit méér private middelen, van particulieren én bedrijven, voor de wetenschap. Waarom eigenlijk?

„Vergeleken met andere landen in de EU blijven onze investeringen in kennisinstituten iets achter. Desondanks behoort ons onderzoek tot de subtop. Maar als we héél goed willen worden, dan zullen bedrijven en particulieren moeten bijspringen.”

Zijn Nederlandse universiteiten daar op ingesteld?

„Nee, ze hebben geen netwerken om met filantropen in contact te komen. En ze hebben geen cultuur die zoiets toestaat: het is bijna een vloek om extern geld te werven.’

„Kennelijk zijn we vergeten dat de VU bijvoorbeeld helemaal tot stand is gekomen dankzij particuliere bijdragen. Particulier initiatief heeft ons land juist groot gemaakt.”

Die ‘negatieve sfeer’ vindt u onterecht?

„Het Concertgebouworkest is niet slechter gaan spelen sinds het steun krijgt van Robeco.”

Muziek beïnvloedt de bedrijfsresultaten niet, maar onderzoek kan wél in het commerciële belang van een bedrijf zijn?

„Wetenschap gedijt als het onafhankelijk en kritisch is. Die professionele norm moet worden gewaarborgd. Maar dat betekent niet dat je bij financiering door derden automatisch een zakelijk belang moet vermoeden. Bij contractonderzoek worden universiteiten vaak juist ingeschakeld vanwege hun onafhankelijkheid. Bovenal: een universiteit die zich niet aan de regel van onafhankelijkheid houdt, raakt zijn reputatie snel kwijt. Aan elke vorm van financiering kleven risico’s.’

„En kijk, een opdrachtgever, vaak ook de overheid, heeft altijd verwachtingen. Maar samenwerking kan ook veel opleveren. Neem Finland. Daar is Nokia door samenwerking tussen universiteiten, bedrijven en overheden groot geworden. Of neem het Natlab van Philips vroeger: daar werd met bedrijfsgeld toponderzoek gedaan.’

„Natuurlijk moet je zoiets, en andere manieren van sponsoring, goed afspreken. En dat het transparant moet zijn, dat vind ik ook. Maar de algemene teneur: onze wetenschap gaat teloor omdat we onze oren naar opdrachtgevers of financiers laten hangen, daar ben ik echt op tegen.”

Harvard laat zich al honderd jaar sponsoren, is dan de leuze. Klopt die vergelijking wel?

„Nee, Nederlandse universiteiten zijn vooral afhankelijk van óf overheidsgeld óf van de markt, door contractonderzoek uit te voeren in opdracht. Ze gaan zich pas net bezinnen op de manier waarop je daarnaast met betrokkenheid vanuit de maatschappij omgaat.’

„In Nederland zien wij de financiering van het wetenschappelijk onderzoek toch allereerst als een taak van de verzorgingsstaat. We zijn blij dat niemand zijn hand meer hoeft op te houden en dat we van het paternalisme van geldschieters af zijn. We willen nóóit meer terug naar de tijd waarin geldschieters het voor het zeggen hebben. Maar als er in onze maatschappij geld is om de verzorgingstaat te verbeteren, dan moeten we dat toch gebruiken?”

Het kabinet heeft in december afhoudend gereageerd op nieuwe, verder gaande, adviezen van uw taskforce. Zoals aandelenconstructies of het prikkelen van universiteiten om méér externe financiering te zoeken...

„Ik vind dat de overheid het idee van financiering vanuit de maatschappij veel meer kan uitdragen.”

Moet zoiets als een wetenschapsfonds dan in plaats komen van individuele sponsoring van hoogleraren?

„Nee, het is allebei nodig.”