De pensioenbestuurders zagen de bui niet hangen

Als het bestuur van het havenpensioenfonds had geweten dat de opbrengst van het fonds niet naar de werknemers zou gaan, hadden ze het niet verkocht.

Een groep havenarbeiders staat in de hal van de Rotterdamse rechtbank. Hun vakbondsjassen steken scherp af tegen de zwarte toga’s van hun raadslieden. De gezichten staan grimmig. Meermalen valt het woord „schandalig”. „Het is je reinste diefstal”, zegt de gepensioneerde havenarbeider Jan de Boer (71). „Ik heb niets tegen kunst en cultuur, maar niet van mijn centen.”

De havenarbeiders zijn kwaad op de Stichting Optas en haar bestuurders. Het Pensioenfonds Vervoer- en Havenbedrijven (PVH), dat de pensioenen van 60.000 havenarbeiders regelde, werd per 1 januari 1998 verzelfstandigd in de Stichting Optas. Vorig jaar verkocht de stichting het pensioenfonds voor 1,3 miljard aan verzekeraar Aegon. De opbrengst wil het bestuur aan sociale en culturele doelen besteden.

De havenarbeiders bestrijden die nieuwe doelstelling. Ze vinden het oneerlijk dat het bestuur van Optas schilderijen wil kopen, terwijl hun pensioenen al jarenlang niet zijn aangepast aan de prijsstijgingen. „Het lijkt wel alsof ze het niet wíllen snappen”, zegt Rob Meijer, advocaat van de tegenpartij, het bestuur van de Stichting Optas. Het PVH-bestuur heeft volgens hem zelf ingestemd met de voorwaarden van de verzelfstandiging.

Gisteren werden in de Rotterdamse rechtbank twee voormalige PVH-bestuurders verhoord, die de verzelfstandiging hebben meegemaakt. De verhoren, die voor de rechter-commissaris plaatsvinden zodat de getuigen verplicht moeten verschijnen, moeten meer inzicht geven in de situatie ten tijde van de verzelfstandiging van het fonds. Na afloop beslissen de betrokken werkgevers- en werknemersorganisaties of ze een rechtszaak beginnen tegen Optas, om alsnog mee te kunnen delen in de opbrengst van hun pensioenfonds.

Ludo Jansen (59), die van 1992 tot 1997 in het bestuur van het PVH zat, en Wim Teerlink (70), bestuurslid van de jaren zeventig tot 1997, kwamen gisteren aan het woord. Anderen volgen later.

Roerige tijden maakten het nodig het fonds te verzelfstandigen, verklaarden zij. Teerlink: „De werkgelegenheid in de haven liep terug.” Er werd geregeld geld aan de reserves van het fonds onttrokken om reorganisaties in de haven te bekostigen. Jansen: „In totaal 1 miljard gulden.” Rond 1995 besloot het bestuur dat dat afgelopen moest zijn. „Met het oog op de afnemende havenpopulatie besloten we het fonds te verbreden.”

Het PVH-bestuur maakte van het pensioenfonds een tak van de Stichting Optas. Deze stichting had ook een schade- en een levensverzekeringentak. Om de reserves te beschermen werd een deel van het vermogen ‘beklemd’: alleen de rechter zou dit op verzoek van het bestuur kunnen vrijgeven. „Zou de zeggenschap hierover bij de sociale partijen blijven?” wil rechter-commissaris P. Hofmeijer-Rutten weten. Jansen, die zelf een werkgeversorganisatie vertegenwoordigde: „Ja, daarover waren de statuten klip en klaar.”

Maar de Stichting Optas heeft de statuten daarna gewijzigd, zodat de sociale partners de zeggenschap verloren. De rechter wil weten hoe dit kon gebeuren. „Er is bij niemand de gedachte opgekomen of het fonds verkwanseld zou worden?” Zowel Jansen als Teerlink ontkent dat. Jansen: „We waren in de overtuiging dat dit het goede model was. Niemand veronderstelde dat de zeggenschap van de sociale partners zou verdwijnen. Anders hadden we het nooit gedaan.”