Buitenland jaloers op Nederlands kenteken

Personenauto’s krijgen weer een nieuw kenteken. In het buitenland wordt met bewondering gekeken naar de doelmatigheid van het Nederlandse systeem.

Het nieuwe Nederlandse kenteken. Foto RDW In 1951 werd het kentekensysteem zoals we dat nu in Nederland kennen ingevoerd. De auto op de foto is van de directeur van de VVV. Hij kreeg de eerste plaat: ND-00-01. FOTO: RDW

Gemiddeld om de zeven jaar schakelt de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) over op een nieuwe kentekencombinatie voor personenauto’s. Deze wisseling kondigt zich aan zodra er nieuwe auto’s op de weg rijden met een Z als eerste letter op het nummerbord.

Inmiddels hebben de nieuwste auto’s die momenteel op de weg rijden kentekens als 81-ZP-HG. Dat duidt erop dat de serie bijna uitgeput is (met alleen nog de vervolgletters R, S, T, V en Z te gaan). Wanneer precies de nieuwe kentekens worden afgegeven is een goed bewaard geheim, maar volgens organisaties voor de autobranche als RAI en Bovag verloopt dit proces zonder grote problemen.

Hoewel er wel autokopers zijn die speciaal op het nieuwe kenteken wachten omdat de auto in hun optiek dan nieuwer zou zijn. Hun idee is dat bij verkoop van de auto om die reden een hogere inruilprijs kan worden bedongen. Maar volgens Paul de Waal van de Bovag is dat onzin.

Het zijn echter voornamelijk particulieren die gespitst zijn op de invoering van een nieuw kenteken. Want de zakelijke markt houdt zich niet erg bezig met het onderwerp. Dealers en leasemaatschappijen kijken gewoon naar de datum op de papieren en weten dan precies hoe oud de auto is. „Op grond daarvan wordt de inruilprijs bepaald”, zegt De Waal.

Ook bij de RDW, de instantie die zich bezighoudt met de kentekenregistratie, bespeurt men weinig opwinding. Adjunct-directeur Hans van der Bruggen: „Elke keer duiken er weer verhalen op dat mensen die van plan zijn een nieuwe auto te kopen nog even wachten tot er een nieuw kenteken is. Maar daar merken wij weinig van. We worden bepaald niet overstelpt met telefoontjes met de vraag wanneer het zover is.”

Als er al kritiek is op het Nederlandse kenteken dan is het dat het niet zoveel zegt over de herkomst van de auto. Je kunt alleen zien hoe oud de wagen is. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland, waar aan het kenteken af te lezen is waar een auto vandaan komt (beginletter M staat voor München, H voor Hannover, HH voor Hamburg). In Frankrijk verwijst de cijfercombinatie naar het departement waar de auto vandaan komt.

„Maar dat systeem heeft ook nadelen”, meent Van der Bruggen. „Als je aan een auto kunt zien dat die niet uit je eigen buurt komt, kan dat gemakkelijker tot diefstal of criminaliteit leiden. En bij elke verhuizing moet je een nieuw kenteken aanvragen en krijg je andere kentekenplaten.”

Van der Bruggen is vorig jaar gekozen tot voorzitter van de EReg, een Europees samenwerkingsverband van 24 landen, dat vooral bedoeld is om kennis uit te wisselen over kentekenregistratie. Die kennis komt ook goed van pas bij de afhandeling van verkeersovertredingen in het buitenland.

Volgens Van der Bruggen wordt er vanuit het buitenland met bewondering gekeken naar het Nederlandse systeem van kentekenregistratie. „Nederland is in de wereld uniek omdat ons systeem uitgaat van het houderschap. Heel veel landen zijn jaloers op het feit dat wij altijd precies weten wie de verantwoordelijke persoon is voor het voertuig.”

Op basis van dat houderschap kan het betalen van bekeuringen, belastingen, verzekering en op tijd de auto APK laten keuren, worden gecontroleerd. Eén blik in het kentekenregister vertelt ook of een auto onverzekerd rondrijdt.

Het Nederlandse systeem is daardoor heel efficiënt; 90 procent van de verkeershandhaving kan daardoor met camera’s gebeuren. „In een aantal andere landen heb je daar politiemensen voor nodig. Maar wij kunnen volstaan met het maken van een foto of registers vergelijken. Dat is een stuk efficiënter”, zegt Van der Bruggen.

    • Guus Peters