Als maar één tante het leest bij de kapper

Deze week verscheen een nieuwe glossy, voor de Turkse vrouw.

Media voor allochtonen hebben het moeilijk. De doelgroep is lastig te bereiken.

Het eerste exemplaar van Kadin, voor Turkse vrouwen in Nederland
Het eerste exemplaar van Kadin, voor Turkse vrouwen in Nederland

Op het bureau van Seda Tien ligt een knipsel uit Het Parool. Het is een nieuwsbericht over de directrice van het Slotervaartziekenhuis die van Turkse afkomst is. „Dit soort berichten verzamel ik”, zegt Tien in het Engels. „Wie weet kunnen we haar eens interviewen.”

Seda Tien (35) komt uit Ankara. Ze is getrouwd met een Nederlandse man en woont sinds zes jaar in Nederland. Ze spreekt het liefst Engels, „dat is de taal waarin we verliefd werden”, in het Nederlands voelt ze zich nog wat onzeker. Wel spreekt ze Nederlands tegen de kinderen die ze vioolles geeft. In het Engels spreekt ze bevlogen over kwesties als integratie en inburgering. Ze vindt taal geen voorwaarde voor inburgering. „Ook als je dezelfde taal spreekt begrijp je elkaar soms niet.”

Tien is hoofdredacteur van het nieuwe damesblad Kadin (‘vrouw’ in het Turks), een tweetalig tijdschrift voor verschillende generaties Turkse vrouwen. Het maandblad wordt in een oplage van 10.000 exemplaren uitgegeven, onder de paraplu van het Turkstalige actualiteitenmagazine Platform (oplage 20.000). Beide bladen krijgen geen subsidie, maar worden gefinancierd door adverteerders, vooral Turkse ondernemers. Tien heeft geen ervaring met het maken van tijdschriften, van beroep is ze violiste in onder meer het Metropole Orkest. „Ik hou van regelen.”

Kadin is een voorbeeld van meer dan honderd cultuurgebonden tijdschriften, omroepen en websites in Nederland die diverse minderheden bedienen. Zo lezen veel van de 370.000 Turken in Nederland graag de Beneluxversie van de Turkse krant Hürriyet, of tijdschriften als Platform en Edin. Surinamers surfen naar de site Waterkant.nl en Hindoestanen zijn dol op radio luisteren, blijkt uit onderzoek van bureau Motivaction. Deze groepen dringen echter nauwelijks door tot de reguliere media.

Hoe lastig het is om een ‘multicultureel’ blad te publiceren ondervond Senay Özdemir. Zij was hoofdredacteur van het glossy maandblad Sen: voor ‘ambitieuze, nieuw-Nederlandse vrouwen’. Özdemir was in 2003 begonnen met een eigen site, senay.nl, werkte als producer bij TweeVandaag en schreef columns in Yes en Flair. Regelmatig kwam bij die redacties de vraag op hoe ze allochtone vrouwen konden bereiken. „Toen ben ik zelf begonnen met een blad”, zegt Özdemir. „Ik had vijfhonderd vaste, dagelijkse bezoekers op mijn site, het soort verhalen dat ik schreef, heb ik toen in het blad gegoten.” Sanoma wilde het uitgeven en met een grote promotiecampagne werd het blad in 2006 gelanceerd.

Özdemir wilde allochtone vrouwen neerzetten „zoals ze werkelijk zijn: mooi, slim en als actieve bijdragers aan de maatschappij”. Ze had genoeg van de steeds in de media opduikende „probleemgevallen” of verhalen over eerwraak. „Ook Turkse vrouwen houden van seks en auto’s.” De komst van Sen had volgens Ozdemir een effect op de andere vrouwenbladen: ineens hadden die ook meer allochtone vrouwen in hun blad.

In 2007 is Sen gestopt, de oplage bleef te klein. Jammer, vindt Özdemir: „Andere titels krijgen drie jaar om zich te bewijzen.” Ze vermoedt dat de oorzaak ligt bij een cultureel onderscheid in het ‘beleven’ van tijdschriften. „Nederlandse vrouwen kopen een glossy voor zichzelf. In de Turkse gemeenschap wordt een blad door zes mensen gelezen.” Ook ontbreekt een abonnementencultuur, zegt Özdemir, en kopen vrouwen liever een mooi sieraad dan een tijdschrift. „We wisten gewoon niet hoe we de doelgroep moesten bereiken. Sterker nog: 40 procent van onze lezers bleken Nederlandse vrouwen die met een Turk waren getrouwd.”

Seda Tien weet dat ze kampt met hetzelfde probleem. Ze heeft een bescheiden doel: om die ene toevallige lezeres te bereiken die bij de kapper de Kadin leest, bijvoorbeeld met een stuk over gehandicapte kinderen die voortkomen uit huwelijken tussen neven en nichten. „Als maar één tante dat leest en besluit om die traditie te laten varen, dan heb ik al veel bereikt. Veranderingen beginnen bij vrouwen, die maken de dienst uit binnen een gezin.” Tien wil op een lichte manier belangrijke kwesties bespreekbaar maken, of succesvolle Turkse vrouwen interviewen: van staatssecretaris Albayrak tot de onderneemster van een bloemenzaak.

Sen bestaat nu nog online en heeft volgens Özdemir 10.000 bezoekers per maand. „Ik vermoed dat de tijd niet rijp was voor Sen”, zegt Özdemir. „En dat is het nog steeds niet zo.” Ze denkt dat ze niet gauw weer een blad zal beginnen voor Nederlandse vrouwen van allochtone afkomst. „Er is genoeg informatie te krijgen in de reguliere kranten en bladen, van Yes tot Opzij.” Özdemir wil zich nu concentreren op een opiniërende website voor allochtone vrouwen, over actualiteit en vrouwenemancipatie: „Ik heb nu wel genoeg geschreven over seks en carrière.”

Lees meer op www.senay.nl en www.platformmedia.nl