Verkeerde kant van de Thames

Cassandra’s Dream. Regie: Woody Allen. Met: Ewan McGregor, Colin Farell, Tom Wilkinson. In: 8 bioscopen.

Wat een pech voor Woody Allen. Maakt hij een film over twee broers die zich af moeten vragen in hoeverre ze bereid zijn om de grens naar ‘crimes and misdemeanors’ (niet voor niets de titel van een eerdere Allen-film) te overschrijden, draait er net in de Nederlandse bioscopen Before the Devil Knows You’re Dead van Sydney Lumet die min of meer hetzelfde verhaal vertelt, maar dan net iets spannender.

Cassandra’s Dream is Allens derde Londense film na Match Point en Scoop en de 72-jarige New Yorker heeft alweer een nieuwe film af, Vicky Cristina Barcelona. Met zo’n gestage, bijna jaarlijkse output mag er best wel eens een mindere film tussen zitten, en zelfs eentje die zo nihilistisch is als Cassandra’s Dream. Voor de fans valt er nog genoeg te genieten, vooral op het gebied van de dialogen. Alleen voor nieuwe generaties filmkijkers is Cassandra’s Dream misschien niet de beste introductie tot Allens werk. Dan is van het recente werk de spitsvondige Misdaad en straf-variatie Match Point te prefereren. Net als die film keert Cassandra’s Dream het Engelse klassenstelsel binnenstebuiten. In dit geval door twee jonge mannen op te voeren die aan de verkeerde kant van de Thames geboren zijn, met dromen die te omvangrijk zijn voor hun portemonnee. Automonteur Terry (Colin Farell) kampt met een gokverslaving en bij zijn broer Ian (Ewan McGregor) staan veel grote woorden in de weg. Uitkomst biedt een verre oom die de jongens voor een flinke som geld vraagt een klusje op te knappen.

Ergens halverwege het maken van Cassandra’s Dream moet Woody Allen zich zelf ook hebben afgevraagd waarom er dit keer geen lachje af kon. ,,All that stuff about life being a tragic experience’’, laat hij één van zijn personages verzuchten. Al die somberte geeft de film een gewicht dat hij eigenlijk niet kan dragen.