Van claimen wordt niemand miljonair

Een claimcultuur à la Amerika maakt ten onzent niet veel kans omdat het uitgangspunt is en blijft dat ieder zijn eigen schade moet dragen, betoogt Menno Zandbergen.

Tekening Ruben L. Oppenheimer
Tekening Ruben L. Oppenheimer Oppenheimer, Ruben L.

De claim van 20.000 euro van de moeder van Nadia van de Ven tegen de ouders van de moordenaar van haar dochter past in een trend.

Zo kondigde advocaat Bram Moszkowicz onlangs aan dat hij namens Beth Twitty, de moeder van de vermiste Natalee Holloway, een schadevergoeding gaat vorderen van Joran van der Sloot. De opmerkingen die Joran voor het oog van de verborgen camera van misdaadverslaggever Peter R. de Vries had gemaakt over de verdwijning van haar dochter, waren volgens Moszkowicz zó schokkend, dat mevrouw Twitty alleen al om díé reden aanspraak op smartengeld kon maken.

Zo’n claim is in Nederland nog maar een paar jaar mogelijk. Onze hoogste rechter heeft hem in 2002 aanvaard in de zaak over een vijfjarig meisje dat voor haar huis was aangereden. De moeder moest op een gruwelijke manier ontdekken hoe haar dochter was overreden. Ze stortte volledig in en moest psychiatrisch begeleid worden. De schade die ze met succes claimde, heet sindsdien ‘shockschade’.

Recenter is de opmerking van Ernest Louwes (veroordeeld in de Deventer moordzaak) dat hij een civielrechtelijke procedure wil beginnen tegen de zogeheten ‘klusjesman’. Dit doet denken aan de civiele claim die de erven van Nicole Brown in 1994 tegen haar ex-man (en voormalig American Footballspeler en acteur) O.J. Simpson hebben ingesteld, maar is daar eigenlijk het spiegelbeeld van: Louwes is door de strafrechter schuldig bevonden, maar wil via de civiele rechter zijn onschuld aantonen; Simpson was juist vrijgesproken, maar de erven hielden vol dat hij een moordenaar was. Drie jaar later werd Simpson in een civielrechtelijke zaak wel schuldig bevonden – en betaalde een boete van 33 miljoen dollar.

De publieke aankondiging van deze claims past in het vaak geschetste beeld dat ons land bezig is een claimcultuur te ontwikkelen waarin grote bedragen aan smartengeld worden uitgekeerd. Dat beeld klopt niet, want dergelijke vergoedingen worden door de rechters hier sinds jaar en dag slechts in bescheiden porties uitgedeeld.

Het hoogste bedrag aan smartengeld ooit staat al sinds 1991 op omgerekend 136.000 euro. Het werd toegekend aan een man die in het ziekenhuis het bloed van een aidspatiënt ingespoten had gekregen. Indertijd was dat nog een garantie voor een langzame dood. De moeder in het eerste voorbeeld moest het stellen met ongeveer 14.000 euro.

Ook bij de meer alledaagse gevallen wordt men door smartengelduitkeringen geen miljonair. Raakt bijvoorbeeld een fotograaf een oog kwijt door de schuld van een ander, dan kan hij een hoog bedrag krijgen wegens gederfde inkomsten. Maar wat smartengeld betreft, blijft de teller al gauw rond de 20.000 euro steken.

Meer in het algemeen is de afgelopen jaren veel gesproken over nieuwe wetgeving waarin aansprakelijkheden zouden worden verruimd. Maar die voornemens stranden telkens. En intussen zijn het de rechters die de marges op allerlei terreinen vaker verkleinen dan verruimen.

Een werknemer in een broodjeszaak die bij het snijden van een bolletje zijn eigen vinger meeneemt, kon zich enkele jaren geleden nog verheugen op een schadevergoeding. Die tijden zijn voorbij. En als je door je onhandigheid wordt ontslagen, zal de oprotpremie ook niet meer zijn wat zij was. Zelfs bij de top van het bedrijfsleven gaat het mes er in de laatste tijd.

Misschien kun je een uitzondering maken voor de teleurgestelde beleggers die regelmatig het nieuws halen. En voor sommige professionals, zoals artsen en advocaten, die iets vaker onder vuur zijn komen te liggen. Maar dan heb je het met onze claimcultuur wel gehad.

Het uitgangspunt is en blijft dat ieder zijn eigen schade moet dragen. Zoals iemand laatst zei: ‘Shit happens. Take the shit.’ Dus zijn we nog ver verwijderd van de Amerikaanse toestanden die sommigen vrezen. Niet alleen omdat we geen jury’s hebben die miljoenen aan punative damages kunnen toewijzen. Nee, in Nederland zou je sowieso niet snel succes hebben met het verhaal dat je zo dik bent omdat een hamburgerketen beweert dat patat en burgers goed voor je zijn.

Het wordt weleens geprobeerd, dat wel. En dan haalt het ook meteen de krant. Zoals de vrouw die schade vorderde van een loterij die zij zelf niet, maar de hele buurt wél had gewonnen. Veel minder prominent werd gebracht dat ze de zaak verloor.

Producenten doen hier en daar ook een duit in het zakje. Lees de warning labels maar eens op huishoudelijke apparaten of zelfs in kleren: ‘Waarschuwing: deze onderbroek tijdens het dragen niet strijken!’ Stel je voor dat het er niet had gestaan, de ellende zou niet te overzien zijn geweest.

De tabaksfabrikanten vinden het misschien zelfs prettig dat rokers tegenwoordig op last van de overheid met de dood worden bedreigd. Daarmee zijn hun claims immers mooi afgedekt. Maar het is de vraag of hier ook zonder een dergelijke waarschuwing, een claim toegewezen zou worden. De gevallen waar zo iets wel lukt, blijven uitzonderingen.

Wat is het speelveld, waar houdt het op? Natuurlijk moet je niet overvragen, maar vreemd genoeg is er ook een ondergrens. Dat je ten minste een enkele euro moet willen hebben, blijkt uit de zaak Jeffrey. Deze jongen was in 1998 om het leven gekomen – verdronken door gebrek aan toezicht.

Zijn ouders wilden dat de rechter dat vaststelde. Ze hadden het nodig om de dood van hun zoontje te kunnen verwerken. Maar de rechters wilden er niet aan. Ze vonden dat een emotioneel belang geen basis kan zijn voor een dergelijke procedure. Hadden de ouders met een beetje onderbouwing hun hand opgehouden, dan was het wel gelukt.

Dat is vreemd, omdat het in dit soort gevallen vooral de enorme krenking is die op de een of andere manier moet worden rechtgezet. Een pijnlijk voorbeeld van dat laatste is de Nederlandse vrouw die tien jaar procedeerde tegen een arts die een spiraaltje verkeerd had gezet. Ze won – en kon aanspraak maken op een forse vergoeding. Maar ze stelde er geen prijs op, het ging haar om de genoegdoening.

De zoektocht naar de grenzen van het aansprakelijkheidsrecht worden pas echt vaag waar het morele domein wordt betreden. Dat was het geval bij het pièce de résistance uit de recente jurisprudentie: baby Kelly. Dit meisje werd in 1993 meervoudig gehandicapt geboren. Aan die handicap kon niemand iets doen.

Waar het om ging, was dat de ouders er door een fout van de verloskundige niet op bedacht waren. Daarom hadden zij geen abortus laten uitvoeren. Namens hun dochter vorderden ze een schadevergoeding.

Deze zaak heeft veel pennen in beroering gebracht. Want, zo vonden sommigen: de enige keuze was geboren worden of niet geboren worden. En als die keuze er toe leidt dat je op de wereld wordt gezet, kun je er dan over klagen dat je leeft, gehandicapt of niet? Is het niet altijd waardevoller te zijn dan niet te zijn?

De rechter dacht daar anders over en wees de vordering van Kelly toe. Nu ze er eenmaal was, drong zich immers de vergelijking op tussen een leven met en een leven zonder handicap. De vraag werd gesteld of nu ook de weg openlag voor gehandicapte kinderen die hun ouders aansprakelijk willen stellen: waarom hebben jullie niet voorkomen dat ik geboren werd? Jullie wisten toch wat me te wachten stond?

Dergelijke claims hebben iets onwerkelijks, maar gold dat niet ook voor die van Kelly? Juristen zijn het er echter over eens dat een kind zich er niet op kan beroepen dat het er niet had moeten zijn. Het recht op abortus is niet zijn recht, maar dat van zijn moeder. Zij is en blijft baas in eigen buik. Een recht op abortus zou immers betekenen dat de ouders verplicht zijn aan het ongeboren leven een einde te maken.

In een vergelijkbaar geval in Engeland werd gezegd dat zo’n verplichting in strijd zou komen met de menselijke waardigheid. Dat klinkt als een open deur maar een universele waarheid is het niet, gelet op de éénkindpolitiek van de Chinezen.

En dat wij als Europeanen ‘dus’ een zuiverder geweten hebben dan zij, is ook een gevaarlijke conclusie. In Ierland werd immers nog niet zo lang geleden juist een abortus door de rechter verboden nadat een vrouw door haar verkrachter zwanger was geraakt. Wat is wreder?

Altijd blijkt het de werkelijkheid te zijn die de fantasie parodieert, niet andersom. Zo is er ooit een doof Amerikaans lesbisch stel geweest. Ze wilden graag een kind en zochten daarvoor het zaad van een man met dezelfde genetische afwijking als zij. Tot hun grote geluk vonden ze dat, ze kregen een wolk van een dove zoon. Twee keer raden wat die daarvan vond.

En de Nederlandse rechter, wat zou hij doen? Het valt niet te voorspellen. Uiteindelijk blijft het maatwerk en is elk oordeel over de vraag of de grenzen wel of niet worden overschreden ‘afhankelijk van alle omstandigheden van het concrete geval en met name ook de aard van de aansprakelijkheid, en de aard en de ernst van het letsel en de gevolgen daarvan voor de betrokkene’. Klare rechterstaal, geen speld tussen te krijgen.

Mr. Menno Zandbergen is raadsheer bij het gerechtshof Leeuwarden en oordeelt regelmatig over schadevorderingen.