Het helderste licht

Na veertien dagen Estse retraite, begin ik me te hechten aan de geluiden van vogels en zee, aan het ruisen van de wind door baarden en dennenbomen. De meeste mensen die ik ontmoette, verbazen zich erover dat ik geen Ests spreek. Dat is hier inderdaad nogal ongewoon.

Bovendien heten veel Estse vrouwen Anneliis, wat de verwarring nog vergroot en het vermoeden teweegbrengt dat ik toch enig Ests bloed moet bevatten dat ik neig te verloochenen. Zonet diende ik een nieuwe gast opnieuw uit te leggen dat ik niet Anneliis de huishoudster ben, maar Annelies de Belg.

Veel leden van de schaarse bevolking van dit land geven bij eerste kennismakingen een nogal gereserveerde en ernstige indruk. Grappig dat de Estse die me uitvoerig over deze nationale karaktertrek inlichtte, nogal babbelziek en aanhalig was.

Toch vormde zij een uitzondering en kan ik haar geen ongelijk geven. Een huisgenoot die op Captain Iglo lijkt, heb ik maar één keer gezien. Wel hoorde ik hem vaak door mijn vloer praten. Misschien droeg hij gedichten voor, telefoneerde hij of had hij zichzelf veel te vertellen.

Het mysterie dat deze man omgeeft, werd nog groter toen ik in twee verschillende musea een schilderij van zijn hand ontwaarde.

Een andere baard hoort bij een Australisch-Britse polyglot die het huis-, tuin- en keukenongeluk scheen aan te trekken. Twee dagen voor zijn vertrek heb ik hem naar het ziekenhuis van Rakvere gebracht. Ik had zo goed mogelijk op hem gelet, maar niet kunnen voorkomen dat hij tijdens het wandelen van een gladde zwerfklei gleed met een schouder uit de kom tot gevolg.

Een competente maar boze dokter beval hem niet zo dichtbij te staan tijdens het praten. Minzaam glimlachend herkende zijn patiënt in die houding de volksaard. Zelf vond ik de aanmerking van die dokter eerder terecht dan Ests.

Riina, een autochtone vrouw die hier in de plaats van haar bebaarde man verbleef, gedroeg zich aanvankelijk ook erg terughoudend. De eerste dagen zou ik niet hebben verwacht dat wij elkaar bij afscheid zo warm en herhaaldelijk zouden hebben omhelsd. Ik zal haar wel missen. „Als Esten eindelijk vrienden worden, dan blijven zij goede vrienden”, is volgens de Australische Brit een zegswijze. Ik denk dat mijn verzustering met Riina zich heeft voltooid in de sauna, waarvan de Esten overigens beweren dat ze hem uitgevonden hebben. (Toen ik luidop dacht dat het gebruik een Zweedse oorsprong had, werden de lauwe hutjes van die Scandinaviërs gepassioneerd weggelachen.) Voor minder dan honderd graden doen de Esten het niet. Ik ben de Belgische trots dapper gloeiend blijven verdedigen.

Op wolkloze dagen schijnt de zon met het helderste licht dat ik ooit zag. Het landschap kalmeert zonder aan scherpte of gestrengheid in te boeten. Ik ren er doorheen en ga vaak zitten om te kijken. Nergens lijken klimaat en humeur zo nauw met elkaar verbonden.

Vanochtend werd ik wakker uit een droom waarin ik per ongeluk vergiftigd waspoeder at. Het vervolg van de dag werd geschetst door ramen vol regen en kasten vol onleesbare boeken. Ik baad mij in vertalingen, vragen, slaap. Het thuisfront zwijgt soms. Wegen kruisten, om eigen, andere richtingen te vervolgen.