‘Bang voor een stad zonder vmbo-school’

Vmbo’ers trekken massaal de stad Utrecht uit. De ‘witte vlucht’ duurt al jaren. Daardoor worden de scholen in de stad alleen maar zwakker. „Ze kunnen de trend niet keren.”

Den Besten Foto Rob Huibers Nederland, Utrecht, 7-8-2006. Ongeluk stadhuisbrug. Persconferentie met mw. Rinda den Besten, loco-burgemeester. Foto: Rob Huibers.
Den Besten Foto Rob Huibers Nederland, Utrecht, 7-8-2006. Ongeluk stadhuisbrug. Persconferentie met mw. Rinda den Besten, loco-burgemeester. Foto: Rob Huibers. Huibers, Rob

De Utrechtse schoolbesturen hebben in een brief aan onderwijswethouder Rinda den Besten gevraagd om voorlopig af te zien van de bouw van een nieuwe vmbo-school, het Limes College. Vmbo’ers trekken namelijk massaal weg uit de stad naar de omliggende gemeenten. Ook van een tweede school waarvan de bouw in 2010 zou starten, moet nog bezien worden of die nodig is.

Elk jaar zoekt ongeveer 23 procent van de Utrechtse leerlingen een plek buiten de stad. Ruim de helft daarvan is vmbo’er. De meeste vmbo-scholen in Utrecht staan als zwak te boek. Den Besten (PvdA) maakt zich ernstige zorgen en hekelt de prioriteiten van minister Plasterk. „Ik ben bang dat er straks geen vmbo meer over is in Utrecht.”

Kunt u zich vinden in de brief van de schoolbesturen?

„Ja, het is zeer zorgwekkend. Ik wil het advies overnemen om af te zien van het Limes College. Het zou bouwen voor leegstand zijn. Weliswaar worden de CITO-scores in de stad steeds hoger, maar dat verklaart helaas niet deze ontwikkeling. We hebben al jaren te maken met een witte vlucht naar buiten de stad. Maar ook allochtone leerlingen zoeken het vaker buiten de stad. De docenten en besturen van onze scholen doen hun stinkende best, maar ze kunnen de trend niet keren.”

Hebben uw collega’s uit de andere grote steden hetzelfde probleem?

„Zij hebben ook te maken met grote stedenproblematiek, maar in Utrecht wordt de vlucht duidelijker, omdat de stad kleiner is. De regio is dichterbij, dus ouders gaan daar sneller heen, waardoor scholen leeglopen. Ze kom je dan in een neerwaartse spiraal. In 2006 presteerden vier van de zes Utrechtse vmbo’s volgens de onderwijsinspectie zwak. Ik verwacht dat het in 2007 vijf van de zeven is, waarvan een zelfs zeer zwak. Als scholen slecht presteren, blijven leerlingen weg, dus krijgen ze minder geld. Vaak vliegen de enthousiaste jonge docenten er als eerste uit en is er geen geld om te investeren. Zo lukt het scholen niet om te verbeteren. Het toezicht en de hulp van de inspectie is ook niet toereikend. Dat hele systeem klopt niet. Ik ben bang dat er straks geen vmbo meer over is in Utrecht.”

Er is al begonnen met de bouw en aanbesteding van nog twee vmbo’s. Wat betekent dit voor de toekomst van die scholen?

„Die zijn wel nodig voor de spreiding in de stad, maar ik sluit niet uit dat een van die twee scholen deels leeg komt te staan.”

Utrecht maakte in 2004, na de sluiting van twee zwarte scholen, al afspraken met de regio om de ‘witte vlucht’ te stoppen. Waarom is dat niet gelukt?

„Ik wilde dat ik het wist. Ondanks voorlichting en afspraken met de regio om niet in Utrecht te werven, hebben te veel ouders geen vertrouwen in de Utrechtse vmbo’s. Ik kan en wil niet tornen aan de vrijheid van onderwijs, maar we moeten andere manieren vinden om ze hier te houden. De vlucht heeft vast te maken met de angst voor zwarte scholen. Maar bijvoorbeeld het Vader Rijn College, de zwartste vmbo-school die we hebben, is een voorbeeldschool.

„Ik ga zo snel mogelijk met de omringende gemeenten en de schoolbesturen om tafel om te kijken wat we kunnen doen. Daar wil ik ook de onderwijsinspectie bij hebben. En het Rijk, want we steken de hand in eigen boezem, maar volgens mij doen we alles wat we kunnen. Het ontbreekt aan aandacht uit Den Haag.”

Wat verwacht u uit Den Haag?

„Andere prioriteiten. Ik vind gratis schoolboeken heel leuk hoor, en maatschappelijke stages ook, maar dat is helemaal niet waar het nu om gaat. Zestig procent van de leerlingen gaat naar het vmbo, dat is de groep waar je het hardst voor moet knokken, een kwetsbare groep ook. Ze mogen niet buiten de boot vallen, bovendien hebben we gewoon ambachtsmensen nodig in onze samenleving. Maar er gaat geen cent heen. Als PvdA-wethouder ben ik teleurgesteld in minister Plasterk en staatssecretaris Van Bijsterveldt. Zij zouden hier met bloedspoed mee aan de gang moeten gaan.

„Ik vind het onbegrijpelijk dat er geen lerarenopleiding is speciaal voor vmbo. We hebben er hier in Utrecht een pilot voor lopen, maar het wordt niet omarmd door de landelijke politiek. In het basisonderwijs heb je specialisaties: een opleiding voor Jenaplan, voor Dalton, Montessori, noem maar op. Maar in het voortgezet onderwijs houdt dat opeens op, terwijl lesgeven aan een vmbo wezenlijk anders is dan aan een havo of vwo. Je zou het beste personeel voor die groep moeten zetten, maar ik zie niets gebeuren.”