Badminton: laatste kans op Spelen

Vier Nederlandse badmintonners krijgen in Herning hun laatste kans om deelname aan de Olympische Spelen af te dwingen.

Judith Meulendijks, Yao Jie, Dicky Palyama en Eric Pang moeten bij de Europese kampioenschappen in de Deense plaats in elk geval de halve finales van het enkelspel halen om aan de eis van sportkoepel NOC*NSF te voldoen.

Halen ze de laatste vier niet dan ontbreekt Nederland voor het eerst sinds 1992 (toen de sport olympisch werd) bij het olympische badmintontoernooi.

Het Nederlandse viertal komt vanavond in de in de eerste ronde in actie. Meulendijks treft de Bulgaarse Gabriela Banova, Yao Jie neemt het op tegen de Tsjechische Kristina Ludikova, Palyama stuit op de Zweed Mathias Wigardt en Eric Pang moet afrekenen met Bror Madsen uit Groenland. Palyama treft op papier de zwaarste tegenstander.

De andere Nederlanders die in Herning in actie komen hebben geen kans meer op olympische kwalificatie.

De reden dat de badmintonners op de valreep hun kwalificatie voor ‘Peking’ moeten veiligstellen heeft voor een belangrijk deel te maken met de nieuwe opzet van de internationale toernooien.

De internationale badmintonfederatie heeft dit seizoen de Super Serie ingesteld. Dat is een reeks van twaalf toernooien waar veel punten zijn te verdienen voor de wereldranglijst en waar bovendien veel geld is te verdienen. Het gevolg is dat de top-32 van de wereld zich standaard inschrijft. Daarmee werden de kansen voor de Nederlanders op het halen van de olympische limiet danig minder.

NOC*NSF eiste een kwartfinaleplaats in een Super Serie-toernooi of een plaats in de halve finale bij de EK. Nu de kansen in de Super Serie zijn verkeken resteert de Europese titelstrijd. Maar ook daar is de concurrentie groot, vooral bij de vrouwen. Dat heeft te maken met de naturalisatie voor een Europees land van vooral Chinese speelsters. Daardoor is er alsnog sprake van een sterke ‘Aziatische inbreng’, het werelddeel dat traditioneel de sterkste badmintonners levert.