Aziaten mikpunt van racisme

Dit jaar is in Rusland het geweld tegen migranten uit Centraal-Azië fors gestegen.

Politici, pers en politie zijn medeverantwoordelijk.

Op het perron van metrostation Taganka zitten zes Kirgizische mannen op een bankje. Ze praten wat met elkaar, op zachte toon. Dan komt er een jonge Rus op hen af en begint ze uit te schelden. De mannen sidderen. Maar als de jongen verdwenen is, hervatten ze hun gesprek alsof er niets aan de hand is.

Ze hebben alle reden om bang te zijn. Dit jaar zijn er in heel Rusland al veertig migranten doodgestoken, van wie vijfentwintig in Moskou. Honderdtwintig anderen raakten zwaargewond. Het is een dramatische toename vergeleken bij 2007, toen in heel Rusland in totaal 72 racistische moorden werden gepleegd.

Het merendeel van de slachtoffers komt uit voormalige Sovjetrepublieken als Oezbekistan, Tadzjikistan en Kirgizië. In maart werd er in Moskou alleen al vrijwel dagelijks een migrant uit die streken vermoord. Soms op klaarlichte dag, in het centrum van de stad. „De daders zijn zoals gewoonlijk neonazi’s”, zegt Galina Kozjevnikova, adjunct-directeur van het centrum voor racismebestrijding Sova (Uil). „En los van die officiële cijfers worden er in werkelijkheid nog eens heel wat mensen op grond van hun huidskleur in elkaar geslagen. Zij durven geen aangifte te doen.”

De politie keek bij die moord- en doodslagpartijen nog net niet met de armen over elkaar toe. Veel actie werd er tot voor kort niet ondernomen om de daders te pakken. Tot afgelopen herfst. Toen vielen in een gecoördineerde actie leden van diverse neonazigroepen in verschillende Moskouse wijken migranten aan. Er vielen 27 gewonden en 4 doden. „Hierna begon de politie neonazi’s te arresteren. Die neonazi’s zijn ondergronds gegaan. En iedere keer als de politie een van hen oppakt, vermoorden zij een dag later een Centraal-Aziaat.”

Sova, een niet-gouvernementele organisatie, heeft weinig hoop dat er een spoedig einde aan het geweld komt. Al kan er met een paar kleine stappen al heel wat worden verbeterd. „Leden van de regering zouden er goed aan doen xenofobe uitspraken te vermijden”, zegt Kozjevnikova. „Als je zulke woorden gebruikt zonder ze in een context te plaatsen is dat heel gevaarlijk. Zo noemde Poetin zichzelf onlangs niet alleen een patriot, maar ook een nationalist. Zoiets is koren op de molen van de neonazi’s. Zij vatten het op als een signaal dat ze hun gang mogen gaan.”

Veel van het alledaagse racisme in Rusland komt voort uit de opvatting dat de migranten een bedreiging vormen voor de economie. Niets is minder waar, volgens Kozjevnikova. „Rusland heeft migranten juist nodig voor de economie. Maar de autochtone bevolking denkt dat zij hun arbeidsplaatsen afpakken, wat absoluut onwaar is. Er komen steeds meer migranten het land binnen. En de politici maar roepen dat ze de migranten het land willen uitzetten en de autochtone bevolking beschermen. Het is allemaal gevaarlijke demagogie.”

Rusland heeft 15 miljoen migranten, die al dan niet legaal werk verrichten. Ze zijn prooi van de politie, die hen om de haverklap aanhoudt om naar hun papieren te vragen. „De politie weet dat ze geld van migranten kan aftroggelen. Als ze niet geregistreerd staan, moeten ze een boete betalen. Migranten zijn banger voor de politie dan voor neonazi’s.”

Een eenheid van de Moskouse politie heeft inmiddels een cursus gevolgd, waarin het ‘werken in een multiculturele omgeving’ wordt bevorderd. „Belangrijker is dat ambtenaren en journalisten stoppen stereotypen neer te zetten. Bij de Komsomolskaja Pravda, een van de meest gelezen Russische kranten, werken neonazi’s die over etnische problemen schrijven en in hun berichtgeving openlijk voor hun opvattingen uitkomen.”