Lesje Brussel door oud-leerling én topambtenaar

Nederlandse ambtenaren bij de Europese Unie, diplomaten en europarlementariërs gingen gisteren terug naar hun oude middelbare school.

Voor de klas als docent EU.

„Hoe heet de minister van Buitenlandse Zaken?”, vraagt Tom de Bruijn. Er klinkt wat rumoer. „Balkenende”, probeert iemand. De Bruijn: „Nee, dát is de premier.”

Tom de Bruijn (1948) is één van de belangrijkste diplomaten van Nederland. Hij beweegt zich gemakkelijk tussen regeringsleiders en ministers. Hij is gewend in het openbaar te spreken. De Bruijn is ‘permanent vertegenwoordiger’ bij de Europese Unie in Brussel, een van de zwaarste ambassadeursposten. Hij volgde Bernard Bot op in die functie. Op deze maandagochtend wacht hem een ongewoon, maar lastig publiek: twee klassen met havo-4-leerlingen.

Back to school heet het project. Toen premier Balkenende vorig jaar december in Brussel was, vroeg hij Nederlanders die daar werken mee te doen aan deze ‘terugkomdag’ en op hun oude school te vertellen over hun werk. Wie anders dan zij kunnen uitleggen waarom de EU belangrijk is, redeneerde de premier.

Duitsland, Portugal en Slovenië organiseerden eerder een dergelijk project. In Nederland deden er gisteren 315 ‘eurocraten’ aan mee: diplomaten, ambtenaren van de Europese Commissie en europarlementariërs. Ze gaven les aan naar schatting 18.600 leerlingen.

Het is een aantal onderwijsvernieuwingen geleden dat Tom de Bruijn op het Sint-Joris Lyceum in Eindhoven zat – van 1961 tot 1966. Een strenge katholieke school was het. Hij kreeg Engels van de vader van Jeroen Dijsselbloem, het PvdA-Kamerlid dat het parlementair onderzoek Onderwijsvernieuwingen leidde. „In mijn jaar zaten er voor het eerst meisjes op school”, zegt De Bruijn. „Niet veel, een stuk of vijf, zes.”

Op de kamer van directeur Mattie de Vugt van het Pleincollege Sint-Joris, zoals de school tegenwoordig heet, overlegt Tom de Bruijn voorafgaand aan zijn les met maatschappijleer-docent Jacques Mulders. „Ik wil het liefst vertellen over wat ik zelf doe”, zegt De Bruijn. Een goed idee, vindt de leraar. Die zegt ook geruststellend dat hij een dvd’tje over de EU bij zich heeft, mochten de omstandigheden daar straks om vragen.

Het publiek van Tom de Bruijn wekt aanvankelijk niet de indruk bijzonder geïnteresseerd te zijn. Leerlingen zitten onderuit gezakt. En het is goed dat de diplomaat een microfoon heeft, want er klinkt veel rumoer uit de zaal. „Toen ik op school zat was ik net zo”, zegt De Bruijn tegen een leerling. „Ik zat veel te giebelen. De directeur zei: ‘van jou komt niets terecht’. Ik dacht: ik zal hem wat laten zien. Ik hoop dat ik daar een beetje in ben geslaagd.”

Op een bord tekent Tom de Bruijn een langgerekte tafel. Linksonder zit hij, vertelt hij. Nog verder naar links zijn Luxemburgse collega, rechts een Slowaak. Met 24 andere collega’s bereiden ze de vergaderingen voor van alle ministers die naar Brussel komen. „Het Coreper”, zegt De Bruijn. „Het Comité des représentants permanents. Dat zijn dus de mensen die namens hun land permanent in Brussel zitten.” Als een minister niet naar een vergadering kan komen, dan mag De Bruijn hem vervangen, vertelt hij.

Hoe heet de Nederlandse eurocommissaris, vraagt de diplomaat. „Neelie Kroes”, antwoordt een meisje, geholpen door een collega van De Bruijn die ook in de zaal zit.

De Bruijn: „Met welk onderwerp houdt zij zich bezig?”

Leerlingen antwoorden: ‘landbouw’, ‘iets met economie’, ‘Microsoft’, en ‘zij legt de boetes op’. „Ze handhaaft de regels van de vrije concurrentie”, zegt docent Mulders.

Het dvd’tje van de leraar blijkt niet nodig. De Bruijn sluit af met een quiz. Hoewel de leerlingen rumoerig blijven, doen ze hun best om goede antwoorden te geven. Ze blijken ook redelijk op de hoogte van de geschiedenis van de Europese eenwording. Zo weten de meesten met welke instelling de Europese samenwerking na de Tweede Wereldoorlog begon (de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal – EGKS). Moeilijker wordt het als ze moeten bedenken of Noorwegen lid is van de EU (nee).

„Ik vond het lastig”, zegt Tom de Bruijn achteraf. „In het Coreper wordt aandachtiger geluisterd. Maar ik had het gevoel dat ik ze op een gegeven moment toch wel bij de les had – letterlijk. Ik hoop dat er iets van blijft hangen.”

De leerlingen zijn er dankbaar vandoor gegaan met de EU-sleutelhangers die Tom de Bruijn had meegenomen. Als permanent vertegenwoordiger pleitte hij er namens Nederland voor een aantal symbolen te schrappen uit het nieuwe EU-verdrag – met succes. Maar dat heeft hem er niet van weerhouden een symbolisch cadeau mee te nemen voor de school: een Europese vlag.