Laat onderwijs even gevrijwaard blijven van ideologische ballast

Nu de Tweede Kamer dezer dagen het rapport behandelt van de commissie-Dijsselbloem over wat er de afgelopen kwart eeuw in het Nederlandse onderwijs zoal is aangericht, mag de voorzitter van die commissie toch wel enige lof worden toegezwaaid. Met name omdat de beschrijving van de gang van zaken duidelijk maakt hoe ruim in ons parlement de steun is geweest voor de met goede voornemens geplaveide weg van onderwijsexperimenten, die goeddeels losgezongen waren van de realiteit en de eisen van een nieuwe tijd.

Veel daarvan is inderdaad uit de koker van de Partij van de Arbeid gekomen. Maar de anderen – die toch de meerderheid vormden – hebben het niet alleen laten gebeuren, maar veelal ondersteund. De PvdA moge dan een boetekleed van extra stevige kwaliteit nodig hebben – veel anderen staan ook in hun hemd.

Dit laat uiteraard de primaire verantwoordelijkheid van de PvdA, haar slogans en haar bewindspersonen onverlet. En daarmee het partijpolitieke aspect.

Uit een oogpunt van schadebeperking was het natuurlijk van de PvdA een slimme zet een lid uit eigen kring als voorzitter van de commissie benoemd te krijgen. En nu het rapport fouten benoemt, ook onder PvdA-regie begaan, is het gevaar niet denkbeeldig van de uit de politiek bekende reeks mooie gebaren: schuld bekennen, boetekleed, lering trekken, spons erover en schone lei.

Zo’n gang van zaken moge partijpolitiek aantrekkelijk zijn maar betekent niets voor het onderwijs. Waar het op aankomt is dat in de praktijk recht wordt gedaan aan de eisen, die de maatschappij aan goed onderwijs stelt.

Het rapport van de commissie levert enige handreikingen. Neem ze serieus. En laat het onderwijs voor geruime tijd gevrijwaard blijven voor ideologische ballast.

Lees meer over onderwijs op nrc.nl/nrc/nieuwsthema/onderwijs