Dennis bedacht wel 40 moordscenario’s

Andy en Dennis staan terecht voor de moord op Isabella Pongs.

Ze hebben onder dwang hun bekentenis verzonnen, zeggen deskundigen.

Een gerechtelijke dwaling in spe, zo waarschuwen deskundigen van onder meer de Nationale Recherche-informatiedienst, specialisten van de landelijke rechercheopleiding en gedragspychologen. Twee zwakbegaafde mannen, Andy (20) en Dennis (23), stonden de afgelopen weken in een megaproces terecht voor de rechtbank in Maastricht, verdacht van moord of doodslag op de Limburgse opticien Isabella Pongs. Zij werd in juli 2004 vermoord aangetroffen in de keuken van haar winkel te Landgraaf.

Andy legde vorig jaar augustus verklaringen af over zijn betrokkenheid bij die moord, net als Dennis. Maar die verklaringen zijn waarschijnlijk vals. Afgedwongen en gestuurd door rechercheurs van de Heerlense politie die te weinig rekening hielden met de psychische gesteldheid van de twee verdachten, zo verklaarden politiedeskundigen voor de rechter. Het risico op een onterechte veroordeling ligt hiermee op de loer. Tegen Dennis en Andy heeft het Openbaar Ministerie alleen hun eigen bekentenissen, verklaringen uit het geruchtencircuit en reconstructies,waaruit zou moeten blijken dat beide verdachten feiten opsomden die alleen bij daders bekend zouden zijn.

Aanvankelijk wordt de zaak gesloten wegens gebrek aan bewijs en serieuze verdachten. Tot in juli 2006 het Openbaar Ministerie in Roermond de zaak opnieuw bekijkt. Besloten wordt om opnieuw onderzoek te doen. Daarbij zijn specialisten betrokken van de Unit Gedragsanalyse van de Dienst Nationale Recherche-informatie. Zij adviseren om de mogelijkheid van partnerdoding na te trekken. Een dader dus uit de directe familiekring van Isabella. Het ontbreken van een roofmotief én de aanwijzing dat er in dat keukentje nauwelijks een worsteling heeft plaats gehad, zijn daar belangrijke aanwijzingen voor.

Maar op basis van aanhoudende geruchten over mogelijke betrokkenheid van Andy, Dennis en een derde verdachte, José, richt het onderzoek zich op die drie verdachten. Met name Andy zou zich tegenover bekenden opmerkingen hebben laten ontvallen die op betrokkenheid wijzen.

‘Psycho-Andy’ heet hij in zijn omgeving. Want Andy verzint verhalen, gruwelijke verhalen. Zoals over moordpartijen waar hij zelf bij betrokken is geweest. Andy is zwakbegaafd, psychotisch, schizofreen en verslaafd, zo luidt de analyse van psychologen en psychiaters die hem onderzochten.

Vorig jaar augustus worden de drie aangehouden. José zwijgt bij alle verhoren en beroept zich op haar zwijgrecht. Dennis doet dat aanvankelijk ook, maar Andy slaat door. De rechercheurs denken een beginnende bekentenis te hebben. Dennis wordt in zijn verhoren vervolgens geconfronteerd met de mededeling dat Andy inmiddels heeft bekend en heeft verklaard dat hij Dennis heeft zien steken. Stukje bij beetje gaat Dennis vervolgens ook bekentenissen afleggen.

Het rechercheteam legt de eerste verhoren voor aan experts, onder wie de eerder ingeschakelde specialisten van de Nationale Recherche-informatiedienst. Onbruikbare bekentenissen, is hun oordeel. Het gaat om twee zwakbegaafde, labiele personen die waarschijnlijk een groot deel van hun bekentenissen verzonnen hebben. Het advies is dan ook om direct met de verhoren te stoppen, omdat niet meer te achterhalen is wat de twee verdachten uit eigen waarneming hebben verklaard of wat er is verzonnen.

De recherche in Nederland heeft nauwelijks ervaring met het verhoren van dergelijke zwakbegaafde of schizofrene verdachten, zei de psychologe L. van der Sleen tegen de rechtbank. Zij coacht regelmatig rechercheurs bij verhoren en geeft les in verhoortechnieken op de rechercheschool van de politie. Aandacht voor zwakbegaafde of schizofrene verdachten is volgens haar een nieuw vakgebied in de opleiding, mede door de ervaringen van de Schiedammer Parkmoord.

Ook psychologe M. Nierop, oud-medewerkster van de Centrale Recherche-informatiedienst en tegenwoordig specialist in de begeleiding van verdachtenverhoren, wees er voor de rechter op dat Dennis, bijvoorbeeld, wel dertig of veertig verschillende scenario’s had bedacht. De verhoorders hadden volgens haar „een beeld voor ogen waar ze naartoe werkten. Informatie die niet in dat plaatje paste, werd genegeerd. Dan heb je uiteindelijk geen daderwetenschap, maar verdachtenwetenschap.” Dennis noemde ze een zwakbegaafde, angstige en afhankelijke man die niet had begrepen in wat voor situatie hij verzeild was geraakt, laat staan wat de consequenties van valse verklaringen kunnen zijn.

Andy wordt door de deskundigen omschreven als iemand die zijn eigen geheugen gemakkelijk wantrouwt en dan snel geneigd is om suggesties van anderen aan te nemen. Dat was ook zichtbaar tijdens de verhoren. Hij hoefde nauwelijks overgehaald worden om te bekennen. Alleen klopten zijn verhalen niet met de feiten. Dat corrigeerden de verhoorders door hem met veel suggesties over te halen tot verklaringen die wel consistent waren. Hoewel dat niet altijd lukte: „Volgens mij lag die vrouw buiten, maar dat mag ik van jullie niet zeggen”, verzuchtte Andy tijdens een van die verhoren. „Ik blijf er toch echt bij dat het buiten begonnen is en binnen geëindigd. Zo zit het in mijn hoofd. (...) Laten we het maar houden bij dit verhaaltje, het verhaaltje dat jullie het liefst willen geloven.”

Het Openbaar Ministerie voerde de forensisch psychiater L. Dams, als verhoordeskundige onder meer betrokken bij de Nationale Rechercheschool in Brussel, op als getuige-deskundige. Zij werd ingeschakeld na de negatieve verhooradviezen van de Nederlandse experts en was ook betrokken bij de vervolggesprekken. Zij ontkende dat er sprake was geweest van ongeoorloofde druk. „Beide verdachten hebben de kans gekregen om hun eigen verhaal te vertellen. (..) Ze zijn daar pas mee gestopt toen ze hun advocaten hadden gesproken.”

Officier van justitie. P. van Hagen, noemde de rapporten van de Nederlandse deskundigen ‘goede studieboeken’, maar hield vast aan zijn overtuiging dat Dennis en Andy de daders moeten zijn geweest, op basis van hun eigen verklaringen en verklaringen van derden die vernomen hadden van hun betrokkenheid bij de moord. Volgens Van Hagen bleek tijdens de verhoren dat Dennis en Andy over kennis beschikten die ze alleen konden weten als ze zelf bij de moord betrokken waren geweest. Tegen Andy eiste hij vier jaar cel en tbs, tegen Dennis acht jaar.

Luister voor meer achtergronden naar het hoorcollege op cd Psychologie in de rechtszaal (Home Academy) van de Leids/Utrechtse hoogleraar Willem Albert Wagenaar

Rectificatie / Gerectificeerd

correcties en aanvullingen

CRI en DNRI

In het artikel Dennis bedacht wel 40 moordscenario’s (dinsdag 15 april, pagina 8) is psychologe N. Nierop verkeerd opgevoerd als M. Nierop. Ook is zij geen oud-medewerker van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI), maar is ze nog altijd verbonden aan de Dienst Nationale Recherche Informatie (DNRI), opvolger van de CRI.