Zware strijd in noorden Sri Lanka

Bij zware gevechten tussen de Tamil Tijgers en het Sri Lankese leger in het noorden van het eiland zijn dit weekeinde vele tientallen doden gevallen. Vooral zaterdag waren er veel slachtoffers, toen het leger nieuwe pogingen deed om het gebied van de rebellen in het district Mannar in handen te krijgen. Ondersteund door artillerie- en mortiervuur trok het leger het gebied binnen. Daarbij zouden 66 rebellen en negen militairen zijn omgekomen.

Dodentallen in de 25-jarige burgeroorlog zijn zelden verifieerbaar. Beide partijen overdrijven doorgaans de verliezen van de tegenpartij en bagatelliseren hun eigen slachtofferaantallen. Volgens de Tamil Tijgers, die met hun strijd een thuisland voor de Tamilminderheid willen afdwingen, vielen er zaterdag drie doden aan eigen zijde, en hebben zij dertig militairen gedood. Zondag zijn volgens het leger tien rebellen en een militair gedood bij gevechten op verschillende plaatsen langs het noordelijke front.

Al maanden worden dagelijks tientallen doden gemeld bij de strijd, die sinds 1983 zeker 70.000 levens heeft gekost en zich nu in het noorden concentreert. Ruim een jaar geleden verdreef het leger met behulp van de paramilitaire Karuna-groep de Tamil Tijgers uit hun bolwerken in het oosten van het land. Voor het einde van dit jaar wil het ook het noorden, waar het hoofdkwartier van de rebellen is gevestigd, veroverd hebben. Bij de strijd zijn volgens het Institute for Conflict Management in New Delhi in de eerste drie maanden van dit jaar ruim 2.700 doden gevallen.

Analisten zeggen dat het leger de overhand heeft in de strijd, al is de tegenstand van de Tamil Tijgers groter dan verwacht. In januari zegde de regering het in 2002 gesloten staakt-het-vuren op, terwijl de burgeroorlog de facto al twee jaar weer aan de gang was. Sinds januari is zowel het optreden van het leger als het aantal (zelfmoord)aanslagen van de Tamil Tijgers fors geïntensiveerd. (AP)